Andy Stott :: Faith In Strangers

In de reeks ‘dingen waaraan nu eens werkelijk niemand twijfelde’: Andy Stott is een van de inventiefste elektronicabricoleurs van zijn tijd geworden.

De in Londen gebaseerde producer en artiest Andy Stott weet maar al te goed hoe hij luisteraars moet misleiden. Twee jaar terug, op het onvolprezen Luxury Problems, liet hij in openingstrack “Numb” de stem van zijn oude pianolerares Alison Skidmore warm galmen terwijl een arsenaal elektronische geluidsgolven zachtjesaan opwelde en weer uit het gehoorveld verdween. De rest van de plaat was geen radicale breuk met dat elan, maar de dreunende dub techno van Stott klonk in de overige zeven tracks toch een heel stuk minder zachtaardig.

Dat foefje herhaalt de Brit op Faith in Strangers, al voelt het niet aan als een sessie copy-paste. “Time Away”, de sublieme openingstrack van zijn nieuwe album, schildert een mozaïek vol subtiel variërende field recordings. Microkosmossen van auditieve objets trouvés, die nog het meest doen denken aan de vroege ambient van Brian Eno. Kleine soundscapes die als in een maliënkolder in elkaar haken. Afin, een stuk zachter dan verwacht voor ieder die Stotts herwerking van Batillus’ “Concrete” vorig jaar hoorde.

Het duurt tot tweeëneenhalve minuut ver in de tweede track “Violence” voor Stott eindelijk een beat laat horen – een beat die hard neerdkomt op het koude cement dat de stem van Alison Skidmore daarvoor heeft gegoten. Ze klinkt kil, veraf en mechanisch, en wanneer de beat invalt, krijg je de auditieve versie van een betonnen bunker waarin iemand moederziel alleen het einde van de wereld ziet opdoemen. Pas na goed negen minuten in Faith Of Strangers krijg je Stotts ware gelaat te zien: bonkende mokerslagen en elektronische grijstinten.

Na bijna 10 jaar timmer- en ellebogenwerk heeft hij zijn eigen unieke plekje binnen de elektronische muziek gecreëerd. Een plek waar – zoals in het vernietigende “No Surrender” – techno Spartaans aandoet, en klankpatronen onafgebroken door elkaar stuiteren. Of, in pakweg “Damage”, evengoed een plek waar dubstep vervreemding en existentiële winterwinden opwekt. Stott klinkt dan misschien nergens echt als Burial – “On Oath” komt wel dicht in de buurt –, toch doet hij voortdurend aan Burial denken. Of aan geluidskunstenaars als Ben Frost, Fennesz en Vessel, allemaal mannen die iets compleet eigenzinnigs doen met elektronische texturen.

Dat wil allemaal natuurlijk niet zeggen dat Stott ontoegankelijke, experimentele elektronica maakt waaruit elk greintje menselijkheid is weggestript. Integendeel, er ontstaan op Faith In Strangers simpelweg anderssoortige ritmes en emoties. Op de fantastische, rustigere titeltrack hoor je pulserende beats die elders de basis zouden kunnen vormen voor een floorfiller, maar bij Stott nu eenmaal als een kleurschakering worden ingezet.

Wij zijn danig onder de indruk van wat Stott alweer heeft klaargespeeld. “Faith In Strangers” is een magnifieke plaat geworden in het nu al indrukwekkende oeuvre van de Brit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + 15 =