Thurston Moore :: The Best Day

Afgelopen Pukkelpop was er een concert waar met hooggespannen verwachtingen én een bang hartje naar uitgekeken werd. Ingesloten tussen Kurt Vile en The War On Drugs stond op de tweede avond Thurston Moore geprogrammeerd in de club. Onder eigen naam. Met een band die enkel try-outs gedaan had en nieuwe nummers die niemand (behalve op de try-outs dan) ooit gehoord had.

Niet dat een naam als Thurston Moore, wiens muzikale levensloop enkele interessante parallellen vertoont met Pukkelpop, doet vrezen voor grote muzikale rampen — daarvoor hebben de programmatoren van grote festivals doorgaans enkele andere bands in petto — maar zoals de man zelf vertelde: “Wisten programmatoren veel waar ze aan begonnen. Voor hetzelfde geld kwam ik gewoon piano spelen, vuurwerk boven mijn hoofd zwaaiend.”

Groot was echter de verbazing — en toegegeven: ook de opluchting — toen op het podium een drumstel gesignaleerd werd met zowaar de naam Sonic Youth op de basdrum. De geruchten, ze bleken waar: na een tijdje bij Lee Ranaldo vertoefd te hebben, speelt Steve Shelley opnieuw bij Thurston Moore, zoals dat bijna twintig jaar geleden ook al het geval was op ‘s mans fijne debuut Psychic Hearts en later op het semi-akoestische Trees Outside The Academy. Vanuit de juiste hoek gezien — met enkel Moore en Shelley in het blikveld — leek het op Pukkelpop alsof Sonic Youth opnieuw op het podium stond.

Want zo klonk het die avond in augustus immers en zo klinkt het ondertussen ook op het thuisfront, waar het met gitarist James Sedwards en My Bloody Valentine-bassiste Debbie Googe gemaakte The Best Day flink wat rondjes draait, al wekenlang. Zo fascinerend als de nummers tijdens die eerste beluistering live klonken, zo verslavend blijken ze goed twee maand later te zijn.

Goed, The Best Day is mogelijk de minst originele plaat waarmee Thurston Moore op de proppen kon komen, maar het is evengoed wel de beste die hij al gemaakt heeft zonder Sonic Youth. En aangezien hij met die band al bakens genoeg verzet heeft, kan het de man vergeven worden dat hij op zijn 56ste vooral doet waar hij goed in is, zonder daarbij nog de avant-garde op te zoeken.

Al sijpelt ook nu een zekere gedurfde aanpak door in het werk. Op enkele nummers werkt Moore samen met Radieux Radio, een even schimmige als fascinerende naam die vermoedelijk in de literatuur te situeren valt en wiens gedichten de teksten vormen voor “Detonation”, “Vocabularies” en “Tape”. Dat laatste had niet misstaan op voorganger “Demolished Thoughts”, waar zijn ingetogen karakter minder vreemd had aangevoeld dan op “The Best Day”, alwaar het wat verloren valt tussen het gitaargeweld. Ook “Vocabularies” speelt weliswaar met het akoestisch concept, zij het dat je daar als luisteraar de snaren desalniettemin bijna hoort schroeien.

In “Detonation” gaat het er dan weer een pak luchtiger aan toe, zowel muzikaal als tekstueel, met zijn naar Experimental Jet Set neigende ritmes én overweging om speelgoedgranaten in te zetten. Ook het titelnummer baadt in dezelfde krachtige levenslust die als een rode strik om het album zit. “Here’s a man with a lust for life” zingt Moore terwijl speelse, aanstekelijke gitaren een heerlijk klanktapijt weven. Het is moeilijk om niet mee te gaan in het enthousiasme van Moore, dat ook in de fabelachtige opener “Speak to the Wild” de kerngedachte vormt. “Be a warrior and love life”, raadde hij vorig jaar nog aan op de Chelsea Light Moving-plaat. Nu weerklinkt het advies “Don’t let the dark get you lost”, net op het ogenblik dat de gitaarpartijen van klankkleur veranderen. Week gevoel in de maag gegarandeerd.

Wat ons bij het hart van de plaat brengt: het betoverende “Forevermore”, een bezwerende, heerlijk uitgesponnen track die de ontbrekende schakel vormt tussen “I Love Her All The Time” en “Wildflower Soul”. Dit is Thurston Moore in grootse doen, een man met een lust for life die muzikaal nog niet aan het einde van zijn verhaal gekomen is, maar de sleutel gevonden lijkt te hebben van een verborgen voorraadkamer waar hij geregeld een lading indrukwekkende songs uit te voorschijn haalt. Dat na Sonic Youth nu ook Chelsea Light Moving — veelbelovend album nochtans — opgedoekt is, doet niet langer wenkbrauwen fronsen. Moore lijkt telkens opnieuw op zijn pootjes terecht te komen. Wie anders slaagt er immers in luisteraars bijna twintig jaar na de eerste muzikale kennismaking als een tiener aan de stereo te kluisteren in de eerste dagen nadat een nieuwe plaat is gelost?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 − vijf =