Jukwaa :: Jukwaa

De Belgische pianotrio’s doen het goed. Met Jef Neve en Igor Gehenot hebben de beide taalgemeenschappen een lieveling, maar daarnaast zijn o.m. ook het LABtrio, De Beren Gieren en Too Noisy Fish namen waarmee je kan uitpakken. Meester Erik Vermeulen heeft bovendien ook een nieuwe plaat op til met z’n trio. En nu is er ineens ook het merkwaardige Jukwaa, dat vanuit het niets opduikt met zijn titelloze debuutplaat.

De band bestaat uit drie jonge muzikanten met verschillende achtergronden. Pianist Thijs Troch verscheen een paar weken geleden nog in de nationale pers nadat bekendgemaakt werd dat Keenroh, zijn duo met fluitspeler Jan Daelman, de prijs voor Jong Jazztalent Gent gewonnen had. Het debuutalbum van het tweetal is trouwens gepland voor 14 september (El Negocito Records). Bassist Nils Vermeulen is dan weer lid van Laughing Bastards (met o.m. Michel Mast) en vormt samen met Elias Devoldere (Nordmann) de ritmesectie van o.m. ONS. Drummer Bert Minnaert heeft vooral rock-‘n-rollbagage door lidmaatschap bij Ganashake (bluesrock), Kapitan Korsakov (noiserock) en het aanverwante Spidergoats.

Compacte opener “Bocht” laat meteen horen dat het trio geen boodschap heeft aan muziek van het Grote Gebaar, opzichtige humor, flauwe spelletjes of platgekookte deuntjes die al belegen zijn zodra ze uit de vingers vloeien. Iets dat het trio naar verluidt ook met verve liet horen als opener van het voorbije Gent Jazz Festival. De muziek is sober en verrassend vrij: zes van de tien stukken zijn geïmproviseerd, de overige vier voelen haast even impulsief aan. Losse ideeën staan centraal, de democratie staat voorop. Dat zorgt ervoor dat je moeilijk een rode draad of overkoepelend plan gaat vinden (of het moet net het gebrek eraan zijn), maar het houdt het boeltje ook fris en spontaan.

Vermeulens “To Al Fatone” schopt met vlug snarengepluk het tempo na de opener direct de hoogte in, terwijl Troch zich niet laat verleiden tot al te gek spel en snel terugplooit in een meer introverte wereld die omgeven wordt door Minnaerts struikelende drums. “Morning Glow” is dan weer een delicate ballade die ver uit gesuikerde oorden blijft. Trochs twee composities zijn al net zo divers: “Idee” heeft (van ver) iets van Too Noisy Fish, met dat potige samenspel en die gesuggereerde rockgroove, terwijl “Doel” uitpakt met uitdeinende spooknoten en gedoseerd cimbalengebruik.

De tweede albumhelft is in sterkere mate geïmproviseerd. Drumsolo “Burroughs” – een verwijzing naar een van Minnaerts alter ego’s? – combineert zingend cimbaalgeschraap met soms abrupte uitvallen en is een fijne aanloop naar het krachtige gesleur van “TNB”, dat ondanks wat geluidsmanipulaties en woelig samenspel vooral uitblinkt in soberheid. Dat geldt ook voor de overige improvisaties, die zich vooral manifesteren als semimysterieuze schetsen, muzikale schaduwspelen die geduldig en bedachtzaam vorm creëren of speelzones afbakenen. Vragen stellen en suggereren zonder antwoorden. Voor ongeduldige luisteraars (of zij die nood hebben aan houvast) is Jukwaa dan ook geen geschikte kost. Voor wie het allemaal wat eigenzinniger mag, is dit dan weer een fijn debuut om te ontdekken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + zeventien =