Magnus :: Where Neon Goes To Die

Hoe volg je een plaat op eeuwen nadat ze verschenen is en dat bij voorkeur zonder gezichtsverlies te lijden? De Guns’n’Roses-aanpak? Niet malen om de rest van de mensheid en gewoon gaan? Of zoals The Vaselines doen alsof de wereld niet met een rotvaart is blijven verder draaien tijdens je jaren van afwezigheid? Niets van dat bij Magnus. Tom Barman en CJ Bolland kiezen voor de grote sprong voorwaarts.

En dat op een moment wanneer vermoedelijk weinigen nog verwachtten dat er ooit nog nieuw Magnus-materiaal zou volgen. Tien jaar is bijzonder lang, zeker in de muziekwereld. Jonkies die vandaag op de dansvloer staan, waren amper zindelijk toen debuut The Body Gave You Everything verscheen. Meer dan de helft van de Ramones waren op dat ogenblik nog in leven!

mark

Een andere wereld, kortom, maar het debuut dat Magnus toen uitbracht, blijkt vandaag nog steeds overeind te staan, zo kon recent proefondervindelijk vastgesteld worden. Bovendien zijn Barman en Bolland deze zomer ein-de-lijk van start gegaan met echte Magnus-concerten, waardoor het oude materiaal een nieuw leven krijgt, en dat is een geslaagde zet, zoals bleek in een hete Wablief-tent op Pukkelpop vorige maand.

Wat daar ook bleek, was dat de nieuwe songs uitstekend stand hielden tussen het ondertussen wel heel vertrouwde oude materiaal. Een kleine ontnuchtering volgde dan ook toen Where Neon Goes To Die zijn eerste draaibeurten meekreeg. Waar was de opwinding naartoe? De tot dansen dwingende beats? Het gevoel dat de euforie nooit zou stoppen?

Die zat verdoken in de songs, zo bleek ettelijke luisterbeurten later. Magnus heeft van zijn tweede plaat namelijk geen makkelijke zit gemaakt, maar komt met een fascinerend en fonkelend werkstuk aanzetten dat langzaam maar zeker zijn geheimen prijsgeeft. Sleutel daartoe is, niet verwonderlijk, de onweerstaanbare single “Singing Man”. Waarom knalt die overigens niet vijf keer per dag uit radiostations allerhande? Met zijn donderend ritme en naar Kraftwerk knipogende onderliggende beat? En nu we toch vragen aan het stellen zijn: waarom is niemand eerder op het idee gekomen Mark Lanegan in te huren voor de tweede stem? Geen kwaad woord over Tom Smith, maar check de versie die de plaat niet gehaald heeft.

Zo makkelijk dat dat nummer er in gaat, zo hoekig en moeilijk te vatten klinkt het door Tim Vanhamel opgeleukte openingsnummer “Puppy”, dat eigenlijk -is dat Vanhamels podiumkarakter dat zijn intrede doet in de band?- niet meer is dan een hyperkinetische stormram die de deur opengooit voor het sfeervolle “Last Bend”. Barmans rokerige stem (wanneer gaat die man nu eens een volledige plaat in het Frans inblikken?) meandert over een funky beat, gaat het duel aan met Blaya en plots is het daar, het zwoel van de nacht, die donkere wereld boordevol mogelijkheden, waarin de gekste creaturen de meest fascinerende daden stellen.

Zoals Selah Sue, die “Everybody Loves Repetition” een dosis verleidelijkheid meegeeft, waar de in “Regulate” van zich afbijtende Billie Kawende niet van terug heeft. “Getting Ready”, dat aanvankelijk niet veel meer dan ijle lucht leek, laat zich na een tijdje opmerken als het kloppend muzikale hart van Where Neon Goes to Die, met zijn licht verwonderlijke ondertoon, de melancholische schaduwkant van een avondje stappen, een aspect waarmee Magnus zich tien jaar geleden ook al wist te onderscheiden van de dansjongens die louter op makkelijk vertier uit zijn.

Het zal benieuwen hoe het Where Neon Goes to Die vergaat. Door de lange wachttijd die aan de plaat vooraf ging, was het zowat onmogelijk om zelfs maar enigszins verwachtingen in te lossen. Met tien songs die hun geheimen nog volop aan het prijsgeven zijn, heeft Magnus met zijn poëtisch getitelde tweede in ieder geval voor een fascinerende brok muziek gezorgd, waar we nog ettelijke nachten zoet mee zijn.

Magnus speelt dit najaar onder meer op Play Festival en in De Zwerver, Het Depot, de Warande en de Vooruit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × een =