Peter Brötzmann & Sonny Sharrock :: Whatthefuckdoyouwant

Goed twintig jaar na het overlijden van Sonny Sharrock, misschien wel de peetvader van alle noisejazzgitaristen, verschijnt plots een opname uit de privéarchieven van zijn kompaan Peter Brötzmann. Die laat niet enkel horen dat de samenwerking tussen deze twee uitzonderlijk was, maar 27 jaar later nog altijd overeind staat als een onwrikbare motherfucker van een release.

De opnames (uit het Luxemburgse slaapstadje Esch-sur-Alzette) dateren dan ook uit een creatieve bloeiperiode van de twee. Sharrock was niet lang ervoor uit de anonimiteit gehaald door bassist/producer Bill Laswell, die samen met gitarist Brötzmann en drummer Ronald Shannon Jackson een van de meest intimiderende bands aller tijden samenstelde: Last Exit. In het midden van de jaren tachtig nam de gitarist niet enkel een klassieke soloplaat op (het verrassend fijnzinnige Guitar), maar was hij ook mede verantwoordelijk voor de muziek die zou belanden op kabaalplaten als Last Exit, The Noise Of Trouble, Köln en, iets later, Iron Path. Het waren de tijden voor Zorns Naked City, en Last Exit zorgde bij uitstek voor de terreur die de jazzwereld overhoop schopte.

In 2003 verscheen bij OkkaDisk al het album Fragments (opnames uit 1989), maar het Weense Trost-label doet er met deze withete vijf kwartier nog een forse schep bovenop. Tussen deze twee geweldenaars speelden zich dan ook taferelen af die verkeerdelijk zouden kunnen worden geïnterpreteerd als muzikale oorlogsvoering. Hoewel de plaat genuanceerde momenten bevat, zeker wanneer er ruimte wordt gemaakt voor solomomenten, is de langst nazinderende indruk natuurlijk die van de hysterische veldslagen die hier uitgevochten worden. Of eigenlijk waren het niet zomaar vraag- & antwoordspelletjes of heen-en-weerbombardementen, maar vaak cumulatieve explosies, waarbij de twee tegenovergestelde partijen er alles aan deden om de aangereikte energie, ideeën en decibels steeds opnieuw te verdubbelen.

Sharrock is door de ontregelde, haast delirische stijl en de bekende effecten meteen herkenbaar, terwijl Brötzmann zich doorheen deze opnames toelegt op altsax, tenorsax, tarogato en de kolossale bassaxofoon, eerder een zeldzaamheid in zijn discografie. Doorheen elf geïmproviseerde stukken vindt een verkeer plaats dat naar hedendaagse normen niet altijd even ‘professioneel’ klinkt (vooral Brötzmanns sax zit soms verborgen achter een wazig laagje), maar wel impact heeft op buikniveau. De rauwe live sound, compleet met geroep en flessen- en glazengerinkel op de achtergrond, benadrukt de urgentie van de muziek alleen maar.

En de muziek, die grijpt je, ondanks het feit dat je wel ongeveer weet wat te verwachten, ongenadig bij de lurven. Als Brötzmann in “Whatthefuckdoyouwant 1” invalt na een eerder ingetogen intro van Sharrock, dan is dat een bloederige intentieverklaring zonder weerga. Sharrock is daarbij een overgangsfiguur tussen Hendrix en de latere noisegitaristen, maar wat vooral opvalt is de symbiose van de twee stemmen, die elkaar aftasten en besnuffelen als een stel hondsdolle reuen die net genoeg discipline hebben om niet meteen in de aanval te gaan. Of luister in “Whatthefuckdoyouwant 2” hoe de twee het zootje samen aan de kook brengen, hoe je als luisteraar in een kolkende maalstroom belandt, waarin je opgezogen wordt zoals James Stewart in z’n paniekaanvallen in Vertigo.

De gitaarguerilla van Sharrock klinkt nauwer verwant aan Guitar dan aan zijn warmere sound op het al even klassieke Ask The Ages (1991), maar is hier zoveel agressiever. Ook de tarogato wordt met zoveel woede behandeld dat je die schuddende, knalrode kop van de Duitser zo voor je ziet, de aderen compleet opgeblazen, klaar om te exploderen met dat ontzette gejammer, dreigende gebulder en manische geschreeuw. De gekmakende furie van een eensgezinde aanval is machtig, maar als een stuk ingetogen op gang komt, even ontregelt als in een schijnbeweging, en vervolgens helemaal explodeert, dan is de punch natuurlijk het hardst. Of iets als deel 5, dat haast hardrockriffs combineert met repetitieve fusillades.

Als Brötzmann de bassax bovenhaalt (het zesde stuk), dan wordt de lenige agressie van de kleine modellen ingeruild voor een lompere sound, maar de impact is er niet minder om, zeker ook omdat Sharrock compenseert met lichtvoetiger spel vol gemene prikkels. Hoogtepunten zat, al blijven die plots opduikende schreeuwen van Brötzmann (bv. rond 2:10 in het achtste stuk) voor een bloedstollend effect zorgen. En de intensiteit wordt moeiteloos aangehouden voor de duur van het concert. De sound en aanpak van deze twee blijft een kwarteeuw later een taaie brok, maar eens je meegaat in het geharrewar en zo’n beetje kan aanvoelen hoe deze twee met elkaar communiceerden, is dit opnieuw een release die laat horen hoe bevrijdend en opwindend totale overgave kon klinken. De ideale work-out muziek. Nu enkel nog een abonnement voor de fitness aanschaffen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in