Slint :: 4 juni 2014, Trix

Als je een monument van een plaat als Spiderland hebt geschreven, is het zo goed als onmogelijk nog iets uit te brengen dat nog maar aan de enkels daarvan komt. Slint probeert dat dan ook niet, en dat al bijna twee decennia. Maar nog eens op tour vertrekken? Dat wel. In Trix bewees één van de grondleggers van post-rock zijn nummers nog steeds goed in de vingers te hebben.

Zeven jaar geleden is het dat Slint nog eens optrad. Toen ging het om een handvol data waarop de groep dat Spiderland uit 1991, waarmee Het Grote Rockhandboek van een heel nieuw hoofdstuk werd voorzien, integraal speelde, deze keer is er geen concept. De groep die hardcoremuziek ooit liet imploderen tot post-rock put zowel uit debuut Tweez, dat nog slechts voorzichtig aan de grenzen van traditionele songstructuren morrelde, als uit die klassieker. Dat zorgt voor boeiende contrasten en een inzicht in de kip en het ei dat dat voorbracht.

Met “For Dinner…” is alvast gekozen voor een omineuze opener. Er hangt verwachting in de lucht, en ook wel een dreiging terwijl de muzikanten minutieus en stapvoets hun gitaarlijnen spinnen, de drums voorzichtig tikken en de instrumental zich ontvouwt. De tochtstroom van de airco versterkt nog het gevoel dat er storm op komst is, maar tot een uitbarsting komt het niet; daarvoor blijft het wachten tot de finale van “Breadcrumb Trail” daarna, wanneer zanger Brian MacMahan zijn gemompelde monoloog laat ontsporen in schreeuwzang. David Pajo laat daaronder zijn gitaar gillen als een piepende treinrem.

Het geluid van Slint mag dan grotendeels bepaald worden door de manier waarop de ritmesectie en extra gitarist Michael McMahan interageren, het is zijn gitaar die een dikke stempel op de muziek drukt. En u mag ons kastijden zoveel u wil, we zullen blijven volhouden dat Brian ‘Head’ Welch goed naar zijn werk in het brute maar uitgesponnen “Nosferatu Man” heeft geluisterd toen hij aan de slag ging bij Korn. De ruige finale is op Spiderland een laatste ooggetuige van de hardcore van het debuut, waaruit het eerder rustige “Darlene” wordt opgepikt; niet het meest hevige nummer, maar een voorafschaduwing van wat zou komen. MacMahan brengt opnieuw een monoloog, terwijl bas en gitaar met elkaar converseren.

“Glenn”, een nummer dat na het verschijnen van Spiderland nog op een laatste EP verscheen, bewijst nogmaals hoeveel Mogwai ooit van deze groep leerde. De gitaartapijtjes die hier worden geweven, de manier waarop de bas daarmee interageert, en hoe het distortionpedaal af en toe schijnbaar lukraak maar des te doeltreffender wordt ingezet, klinken voor elke liefhebber van de Schotten wel erg herkenbaar.

Een optreden van Slint blijft een geschiedenisles. Dat schreven we zeven jaar geleden, dat moet nu herhaald. Dat komt ook doordat de groep live weinig afwijkt van de albumversies. Wie de groep het bijna lieflijke “Washer” hoort spelen, beseft echter dat in dat nummer de kiem ligt van een heel genre. Wat vandaag oh zo bekend klinkt, was toen echter ongrijpbaar, en het is dan ook pas met de kennis van nu dat deze groep zo populair kon worden. De uitbarsting op het einde moet het eureka-moment van honderden post-rockbands zijn geweest.

Een korte spurt, dat is “Ron”, nog zo’n oud en stevig nummer van op Tweez met gitaren die kriepen en piepen en drums die in tegenritme galmen, en dan besluit de groep met een gespierde versie van “Good Morning, Captain”; het iconische nummer waarmee ze ook dat Spiderland besloten. Keer na keer stellen de muzikanten de grote climax uit, bouwen op, om toch weer gas terug te nemen, en dat zo maar door tot MacMahan toch mag doorschieten in dat ijselijke “I miss you”. De emotionaliteit van het origineel, toen de groepsleden na de opnames even naar de psychiatrie mochten, is lang vervlogen, de impact echter nog net zo fors, zeker wanneer de gitaristen samen met de frontman even helemaal uit de bocht scheuren.

Nog twee nummers uit Tweez worden als korte en krachtige bis opgediept, maar de essentie is dan al gezegd. Niet de kip of het ei was eerst, maar dit Slint, dat nog eens heeft laten horen waar all things post-rock begonnen. En zelfs drieëntwintig jaar na datum klinkt het nog altijd ongeëvenaard. Afspraak binnen zeven jaar, heren?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − 7 =