Ideal Bread :: 6 juni 2014, De Singer

Een maandje na het verschijnen van Beating The Teens: Songs Of Steve Lacy, de derde en meest ambitieuze plaat van het kwartet onder leiding van baritonsaxofonist Josh Sinton, staat Ideal Bread voor de allereerste keer op een Europees podium. De band speelde een overtuigend concert, al ontbrak voorlopig nog de souplesse om het niveau van de pieken aan te houden.

Steve Lacy is hot. Kwintet The Whammes timmerde onlangs twee albums in elkaar met composities van Lacy en diens grote voorbeeld Thelonious Monk. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan kwam saxkwartet Rova nog eens bij elkaar om Favorite Street, een album met Lacy-interpretaties uit 1984, vanonder het stof te halen. En dat op de dag dat Ideal Bread voor het eerst buiten Amerika speelt. Het zegt genoeg over de status dat de legendarische componist/sopraansaxofonist (overleden op 4 juni 2004) intussen verworven heeft.

Stijf en (te) respectvol gaat het er niet aan toe bij Ideal Bread. Op zijn nieuwste album weet Sinton de elastische composities soms volledig binnenstebuiten te keren, en passant een staalkaart meegevend van zijn eigen achtergrond, met invloeden uit punk, Europese improvisatie, moderne hiphop en moderne compositie. En toch valt vooral de samenhang van de composities op: er bestaat wel degelijk zoiets als een Lacy-stempel, zowel in de lichtvoetig swingende stukken als de meer abstracte experimenten en robuuste uitspattingen.

Samen met de uitmuntende kornettist Kirk Knuffke, drummer Tomas Fujiwara en nieuwe bassist Adam Hopkins struinde, trippelde en struikelde Sinton door het 70’s oeuvre van Lacy, de ene keer met een verraderlijke lichtheid (“Crops”), de andere bruut van leer trekkend (“The Wire”) of sierlijk dansend (“The Uh Uh Uh”). Die laatst compositie werd dan weer naadloos opgevolgd door “Blinks”, een moment voor de haast onbewogen en gortdroog drummende Fujiwara om even een tandje bij te steken met een paar solo’s.

Zo kreeg elke muzikant weleens de kans om zijn kunnen tentoon te spreiden. Meest overtuigend gebeurde dat door Knuffke, die prachtige dingen liet horen in “The Owl”, een meesterlijk gecontroleerde solo speelde in “Pearl Street” en de effectendoos bovenhaalde voor Lacy’s invloedrijke “Precipitation Suite”. Hopkins haalde dan weer knappe dingen met de strijkstok uit in “Roba” en “Three Pieces From Tao”. Toch was het mooist hoe de vier elkaar soms vonden in vreemde wendingen, zoals in “The Oil” (Ramones-alarm!) en de vingerknipswing van “Obituary”, met een vet ronkende saxklank die herinnerende aan baritonlegende Serge Chaloff.

Hoogtepunt? Het rond een slome baslijn gedrapeerde “The Wane”. Oorspronkelijk opgedragen aan Alban Berg, al heb je er doorgaans het raden naar of die eerbetonen (zo passeerden ook de namen van Harry Partch, Jimi Hendrix, Lenny Bruce, Kid Ory en Sigmund Freud) ook te achterhalen zijn via muzikale knipogen (hopelijk lijden we geen gezichtsverlies: we hoorden ze alleszins niet). Het circulair geblazen geweld van Sinton in “Something Special” maakte z’n titel helemaal waar en kreeg een knallend vervolg met het explosieve bisnummer “Wish”.

Ideal Bread liet horen dat er met Lacy’s composities een behoorlijk brede stilistische zone verkend kan worden. Dat onderzoek was niet altijd even spannend en er zit soms een eigenaardige, wat stroeve dynamiek in de band – het ruwe randje dat Sinton al te graag bovenhaalt, leek Fujiwara ook volledig te ontberen –, maar voor een Belgisch/Europees debuut kon dit absoluut tellen. De twee gulle sets werden dan ook gesmaakt door een enthousiast fijnproeverspubliek.

Ideal Bread speelt vanavond in het Bimhuis (Amsterdam) en morgen op het Moers Festival.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vier =