Watter + Lilacs & Champagne + Holy Sons :: 5 februari 2015, Trix

Grails is een goed voorbeeld van een band die als een soort moederschip functioneert waavan de leden zich afsplitsen in allerlei solo-, gelegenheids- en samenwerkingsprojecten. Drie van de meest prominente daarvan trokken samen de baan op richting Europa en stelden een avondvullend programma samen dat ook in Trix passeerde.

Eerst aan de beurt: Holy Sons, het geesteskind van Emil Amos. De discografie van dat project, ooit ontstaan als een bijzonder lo-fi en naar eigen zeggen therapeutisch slaapkamerproject, heeft ondertussen ronduit indrukwekkende proporties aangenomen, met het sterke The Fact Facer als recente aanwinst. In contrast met dat uitgebreide songarchief bracht Amos hier een korte set van maar een zestal nummers, waarvan minstens twee covers. In thuisland Amerika tourt hij met een kleine band, maar blijkbaar was dat voor Europa geen optie, dus kregen we de songs hier in hun naakte versies te horen, met een erg sterke nadruk op de vocals en teksten. Klonk Amos aanvakelijk nog wat hees in setopener “The Fact Facer”, dan geraakte zijn stem duidelijk doorheen de set meer gesmeerd, en werd er lustig in het rond gestrooid met falsetvocals in de Neil Young cover “On The Beach”, “Suicide Is Painless” van Johnny Mandel, en de eigen song “Gnostic Device”.

In feite werd vooral duidelijk wat voor een geniaal arrangeur en producer Amos is, want verscheidene nummers hier waren haast onherkenbaar vergeleken met hun studiobroertjes. Dat Holy Sons live ook nogal wat improvisatie bevat in de vorm van zwierige instrumentale tussenwerpsels tussen de gedeclameerde vocals speelt daar in mee, maar het is toch vooral het feit dat Amos door zijn arrangementen de songs erg boven zichzelf weet te doen uitstijgen. Deze kale versies waren namelijk heel wat minder essentiëel dan sommige briljante opnames. Anderzijds leek de man ook simpelweg wat minder in vorm te zijn, want van die “On The Beach” cover circuleert een veel sterkere live-opname op youtube.

Watter is een van de nieuwste zijprojecten in het Grails universum, waarin Zak Riles van die band de degens kruist met onder meer Britt Walford van Slint, die ook hier erg smaakvol drumwerk aanlevert. Over debuutplaat This World waren we een half jaar geleden wellicht wat te streng, want ondertussen is de sterkte ervan wel gebleken. Dat werd live nog eens kundig onderstreept met een klassiek gebrachte show: geen zotte podiumprésence of enorme live schwung, maar wel een live-uitvoering die de puntjes op de i zette.

Daarbij leek impliciet toch ook door te schemeren dat dit meer dan een gelegenheidsproject is: er werden een tweetal nieuwe composities gespeeld die duidelijk verder borduren op het kraut-psych-postrock amalgaam van het debuut. Vooral de langere tracks uit het debuut “Small Business” en “Seawater” wisten te overtuigen, al bleef de kwaliteit doorheen de hele set van hoog genoeg niveau om de aandacht erbij te houden. Dit soort muziek vraagt anderzijds wel om een doorgedreven jambehandeling à la Earthless die hier nog iets te veel in het gareel werd gehouden. Vooral “Seawater”, gezegend met een hemelse baslijn, zou van een dergelijke aanpak nog een heel pak beter worden.

Het bijzonder productieve Lilacs & Champagne (derde LP in vier jaar tijd komt er in maart aan) zagen we vorig jaar al in de Beursschouwburg hun quirky kruisbestuivingen van psych en instrumentale hiphop omtimmeren naar een meer bandgericht geluid. Zelfde aanpak in Trix, ook de kleurrijke VHS B-film visuals (waaronder ook wat soft porno) waren van de partij, maar dat bereidde ons toch nog niet voor op het nog veel stevigere geluid dat de groep nu brengt. Ondertussen is de band ook op plaat uitgebreid van duo Emil Amos & Alex Hall naar een kwartet. De sterke nadruk op samples werd hier dan ook wat achterwege gelaten ten voordele van een doorgedreven groepsgeluid.

De gezapigheid die op plaat nogal durft te overheersen bij deze band, wordt live dan ook volledig van de tafel geveegd. “Alone Again And…” uit tweede plaat Danish & Blue transformeerde zo van een sfeervolle ballade naar een scheurend rockfestijn met een glansrol voor Amos aan de drums. Doordat we nog een trein moesten halen pikten we maar twintig minuten van deze set mee, maar die was alvast van bijzonder hoog niveau. Mocht Grails om een of andere reden er de brui aan geven (speaking of which, een nieuwe volwaardige plaat zou stilaan bijzonder welkom zijn), dan zou dit project wel eens kunnen uitgroeien tot iets van gelijkaardig topniveau.

Watter en Lilacs & Champagne wisten hun studiosound dus overtuigend te vertalen naar een livecontext. Bij Holy Sons was dat door de no nonsense behandeling iets minder het geval, maar ook daar bleef duidelijk wat een uitzonderlijke songschrijver Amos is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + 6 =