Howler :: World Of Joy

Op zijn eerste langspeler America Give Up klonk Howler nog weinig origineel, maar wel hoogst aanstekelijk. Opvolger World Of Joy maakt de omgekeerde beweging: de plaat klinkt minder poppy, maar de band is wel een heel eind opgeschoven richting een eigen smoel.

America Give Up ontlokte de wereld vooral vergelijkingen met bands als The Strokes, Ramones en The Jesus And Mary Chain. Niet dat daar met World Of Joy verandering in zal komen, maar toch hoor je goed hoe de band al flink is gevorderd in de zoektocht naar een origineel geluid. De plaat klinkt vooral wat hermetischer en donkerder dan zijn voorganger. Helaas is het niveau van de schijf minder origineel: slechts hier en daar haalt ze dezelfde hoogte als die van de songs op America Give Up. Gelukkig is het niet alleen kommer en kwel en blijft Howler een interessant groepke om naar te luisteren.

Met een koebel in de intro van “Al’s Corral” trapt de band de plaat af. Meteen wordt duidelijk dat de core business van het viertal uit Minneapolis nog geen haar veranderd is: nonchalant gespeelde punkpopsongs met snuifjes surf en shoegazer erin.
“Drip” klinkt een beetje zoals The Ramones in de eenentwintigste eeuw hadden kunnen klinken, al komt dat ook wel doordat Jordan Gatesmith qua stem en manier van zingen behoorlijk veel weg heeft van de in 2004 schielijk overleden Johnny Ramone.

De vooruitgeschoven single “Don’t Wanna” klinkt wat Britser. “You don’t have to listen to The Smiths if you don’t wanna”, klinkt het knipogend. Gatesmith zet de tekstregel kracht bij door er een gitaarriedel à la Johnny Marr achteraan te gooien. “Yacht Boys” en “In The Red” zijn dan weer rammelende punkpopsongs die doen denken aan Hüsker Dü of The – ook al uit Minneapolis afkomstige – Replacements. En titelnummer “World Of Joy” heeft flink wat weg van de gelaagde noise die een band als My Bloody Valentine bij hopen fabriceert.

In de volgende song laat Gatesmith op geloofwaardige wijze “Louise” rijmen op ‘please’. Faut le faire, n’est-ce-pas? Howlers frontman is er dan ook onmiskenbaar een met een dik pak branie onder de wild behaarde schedelpan. Met “Here’s The Itch That Creeps Through My Skull” mag hij meteen meedingen naar de prijs voor de grappigste songtitel van het jaar. Muzikaal vormt het lied een rustpunt op de plaat tussen al het punkpopgeweld. Een rustpunt dat nog het best te vergelijken valt met de gitaarpop die The La’s intussen een kwarteeuw geleden op de mensheid losliet. “I don’t wanna be rich or famous no more”, kweelt Gatesmith. Zou hij het succes nu al beu zijn?

“Indictment” drijft op een gedurig voortjakkerende ritmesectie en een in de achtergrond cirkelzagende sologitaar. Een hoofdrol is ook weggelegd voor de oohoo’s waarmee de rest van de band zijn frontman vocaal ondersteunt. Hekkensluiter “Aphorismic Wasteland Blues” is een eenvoudig twee-akkoorden-in-de-strofe-en-twee-in-het-refrein-lied met veel galm en weinig drums. Zou het kunnen dat dit Gatesmiths poging is om een lied in de stijl van Bob Dylan te componeren?

Al bij al bevat World Of Joy best wel wat lekkers, maar we kunnen ons maar niet van de indruk ontdoen dat Gatesmith en co wat op hun creatieve tandvlees zitten. Misschien ligt het aan het vele toeren? Het uitgebreide feesten? Of is World Of Joy simpelweg ‘de moeilijke tweede’? Hopelijk zal de muzikale bloedarmoede van tijdelijke aard blijken te zijn en schiet Howler met zijn volgende album weer recht in de roos.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + 7 =