White Bird in a Blizzard

Tien jaar geleden zorgde Gregg Araki voor een van de grootste aha-erlebnissen die we ooit in een cinema hebben meegemaakt. De man achter hyperkinetische, in fluokleuren en trendy nihilisme doordrenkte werkstukjes als The Doom Generation (pratende afgehakte hoofden! piemels die worden afgesneden met een hegschaar!), had zowaar een lyrisch, humaan, pakkend en volwassen drama gemaakt, dat aankwam als een mokerslag: Mysterious Skin, met een jonge Joseph Gordon-Levitt in een glansrol. Veel critici hoopten stilletjes dat Araki met deze film definitief de hysterie van zijn vroegere periode achter zich zou laten, maar nee hoor: met Smiley Face en Kaboom keerde hij terug naar de ietwat adolescente modus van zijn vroeger werk, bijna alsof hij bewust aan zijn pas verworven aanhang wilde duidelijk maken dat ze zich geen illusies moesten maken – hij was nog steeds dezelfde. Aan welke Araki u ook de voorkeur geeft, laat het geweten zijn dat hij met White Bird in a Blizzard opnieuw de stijl van Mysterious Skin opzoekt, zij het dan met iets minder succes dan een decennium geleden.

Shailene Woodley laat de Divergent-franchise even links liggen en speelt Kat Connor, een adolescente die er een moeilijke relatie op nahoudt met haar duidelijk zwaar depressieve moeder (Eva Green, die eigenlijk zo’n tien jaar te jong is om de moeder van Shailene Woodley te spelen, maar er met een beetje goede wil nét mee wegkomt). Op een dag in 1988 verdwijnt haar moeder plots spoorloos en hoewel het leven tijdens de volgende jaren verder gaat – Kat maakt haar school af, slaat een oudere man aan de haak, hangt rond met haar vrienden en gaat uiteindelijk naar een universiteit – blijft het trauma van dat verlies toch subtiel doorwegen op haar leven. Ze droomt regelmatig over haar moeder en de vraag wat er echt is gebeurd, laat haar niet los.

Maar vergis je niet: White Bird in a Blizzard gebruikt zijn mystery-plot op ongeveer dezelfde manier als Mysterious Skin zijn “ontvoerd-door-een-alien”-verhaaltje gebruikte. Araki’s films zijn zelden wat ze lijken – buitenaardse ontvoeringen maskeren een narratief over kindermisbruik, en hier staat de verdwijning van een ouder symbool voor het wantrouwen tussen kinderen en de generatie van hun ouders. Araki schetst op een mooie manier het moment waarop een dochter er zich van bewust wordt dat haar ouders een volledig leven hebben waar zij niets van af wist: een leven van geheimpjes, teleurstellingen, ruzies en frustraties. Ieder kind komt op een bepaald moment tot dat besef – dat het leven van je ouders dimensies bevat die je als kind aanvankelijk niet ziet – en achteraf is het onmogelijk om die dimensie niét meer op te merken. Bij de Connors is die verborgen laag niet bepaald vrolijk, en Kat moet dat besef een plaats geven. Ze moet eigenlijk ontdekken wie ze is, eerst in de wetenschap dat haar moeder een diep ongelukkig drankorgel is, en daarna in de nasleep van haar verdwijning. Wat dat met Kat doet, is in feite veel belangrijker dan het antwoord op de mystery-vraag wat er met haar moeder is gebeurd.

Ook de stilering van de film doet vaag denken aan Mysterious Skin: we krijgen verzadigde kleuren, zorgvuldig gekadreerde shots en bovenal enkele memorabele droomsequensen, waarin Araki op enkele minuten tijd telkens opnieuw een klein, poëtisch wereldje creëert dat de geestestoestand van Kat perfect illustreert. Een van de grote kwaliteiten van Araki als regisseur is altijd al zijn bereidheid geweest om de realiteit los te laten en zijn eigen universum te creëren – of je jezelf daar ook thuis voelt, is dan weer een andere vraag. Dat doet hij hier opnieuw, en hoewel je er veel op kan aanmerken, is er sowieso geen enkele andere film die exact aanvoelt als deze.

En wat je er specifiek op kan aanmerken, is dat Araki heel geïnteresseerd is in zijn personages en de wereld die hij voor hen creëert, maar duidelijk veel minder geeft om zijn plot. Sporadisch lijkt de regisseur zich te beseffen dat hij echt wel verder moet werken aan zijn verdwijningsverhaal en krijgen we een exposition-scène – vaak handig verpakt in een gesprek tussen Kat en haar psycholoog – die aanvoelt als een verplicht nummertje. Ook het einde wordt veel te snel afgeraffeld en is uiteindelijk teleurstellend banaal, na alles wat er aan vooraf ging. In feite had het nog wel bij de film gepast als er gewoon nooit een antwoord was gekomen. Maar dat komt er wel en gelijk valt de poëtische toon van de film met een luide plons in het water.

Die gebreken zorgen er voor dat White Bird in a Blizzard nooit het niveau behaalt van Mysterious Skin – hoewel het er gedeeltelijk ook mee te maken heeft dat Mysterious Skin als een totale verrassing kwam na Araki’s vorige werk en bijgevolg nog frisser en uitdagender aanvoelde. Maar zelfs met al dat blijft dit zinnenprikkelende cinema, die met goesting en intelligentie in elkaar is gestoken. De acteurs helpen ook. Shailene Woodley werpt het juk van young adult-voer van zich af en toont dat ze complexe, soms zelfs tegenstrijdige emoties perfect geloofwaardig kan combineren binnen hetzelfde personage. Zowel in Skin als in Blizzard is het trouwens opvallend hoe volwassen en eerlijk Araki omgaat met de seksualiteit van zijn jonge personages. Hij toont naakt waar dat nodig en natuurlijk is, maar nodigt zijn publiek niet uit om als oude viespeuken te gluren naar Woodley’s lichaam. Meer Amerikaanse films zouden die rijpheid kunnen gebruiken.

Eva Green ondertussen, lijkt in een andere film mee te spelen, met een gestileerde, over de top vertolking, die aanvankelijk wat storend overkomt, maar al gauw zijn eigen logica ontwikkelt – ze zet zich bewust af tegen het naturalisme van de andere acteurs omdat haar personage ook zwaar emotioneel beschadigd is. Haar acteerstijl is dus wel degelijk een bewuste keuze, maar we zijn er niet helemaal van overtuigd of het wel de beste was. In de bijrollen zien we Gabourey Sidibe (miscast voor deze film), een degelijke Christopher Meloni met een Gregg Araki-pornosnor (Araki houdt van vunzige snorren, blijkbaar) en, wie herkent ze nog, Sheryl Lee en Angela Bassett.

White Bird in a Blizzard is iets te veel een minder succesvolle herhalingsoefening na Mysterious Skin. Maar de lyrische golflengte waarop de film zit, toont wel eigenheid, durf en intelligentie. En films die deze drie eigenschappen hebben, kunnen zich gerust wat mankementjes permitteren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − een =