Blaudzun :: ”Misschien keer ik ooit terug naar de herrie”

Johannes Sigmond, Blaudzun voor Afrekeningstemmers en andere liefhebbers, brak na jaren in de schaduw in 2012 dan toch door met zijn derde plaat Heavy Flowers. Promises of No Man’s Land moet dan wel de plaat van de bevestiging zijn; geen evidentie want Sigmond is niet iemand die voor een gat te vangen is. En dus werd de belofte van die nieuwe plaat lang stil gehouden.

Johannes Sigmond: “Dat was pure zelfbescherming. Op mijn debuutplaat zat niemand te wachten, en dat was een heerlijke periode om te schrijven en wat aan te klooien. Dat gevoel wilde ik terug. Geen verwachtingen, niemand die van iets wist, ik ben gewoon wat aan het doen en als ik het tof vind, breng ik het uit. En zo niet, dan niet.”

enola: Het nieuwe album Promises of No Man’s Land is heel divers van geluid; een stap weg van je akoestische debuut.

Sigmond: “Ik heb vroeger in heel wat rockbandjes gespeeld en een hoop herrie gemaakt. Maar ik merkte dat mijn ideeën daar altijd verzandden. Mijn eerste plaat was een reactie daarop, ik wou alles vanaf de grond terug opbouwen. Album na album komt er toch steeds weer meer aankleding en opbouw bij, dus misschien keer ik ooit terug naar de herrie?”

enola: De banjo’s, mandolines en ukeleles zijn inderdaad minder prominent aanwezig.

Sigmond: “Dat klopt. Die eerste twee instrumenten heb ik nog wel gebruikt, maar dan in een meer dienende rol: met tokkelpartijen die wat meer kleur geven of bepaalde accenten leggen. Ik kijk er wel enorm naar uit om het live te spelen, want daar schreeuwen die liedjes gewoon om. Soms gebeuren er dingen die je niet op voorhand kon bedenken, dus dat is best spannend.”

enola: Voor mij heeft de plaat een A-kant en een B-kant, net zoals een vinylplaat.

Sigmond: “Dat heb ik heel lang ook gewild. Ik heb heel lang gedacht om er A en B boven te zetten. Het is zeker geen toeval dat de eerste vijf songs bij elkaar aansluiten. Ik geloof sterk in het concept van een album, ik neem de tracklisting heel serieus.”
“Voor mij loopt het eerste deel tot en met nummer 5, dan een deel tot lied 9, en dan sluit ik, bewust, rustig af.”

enola: Je bent tamelijk productief, met vier albums in zes jaar tijd. Hoor je constant muziek in je hoofd?

Sigmond: “Ja. Het idee was om na Heavy Flowers vrijaf te nemen. Maar ik schrijf gewoon heel erg graag, dat is mijn tweede natuur. Op een gegeven moment had ik een hele collectie liedjes, en toen dacht ik: laat ik het zo snel mogelijk vatten en opnemen, voordat het gevoel weg is.”

enola: Waarom heeft het dan tot 2008 geduurd voor je eerste album verscheen?

Sigmond: “Ik heb heel wat andere dingen gedaan op muzikaal vlak, alleen zagen die niet allemaal het daglicht, het was vrij underground. Bovendien was ik vroeger altijd een onderdeel van het geheel.”

enola: Ik denk dat teksten bij jou meestal na de muziek komen.

Sigmond: “In dit geval wel. Ik heb heel lang gewacht om teksten toe te voegen, want ik schrijf heel graag in een soort van klanktaal. Het was heel fijn om het schrijven ervan uit te stellen, zodat de teksten niet de baas werden over de muziek. Soms, als je te snel met teksten aan de slag gaat, worden ze de maatstaf voor je keuzes, en dat vind ik niet altijd tof.”

enola: Welke rol spelen ze dan specifiek?

Sigmond: “Ze moeten een extra laag aan de melodie en aan de compositie toevoegen, maar ze mogen nooit belangrijker worden dan de muziek. Plus, het geeft me de mogelijkheid om een verhaal te vertellen, om meer te duiden wat ik voel bij de melodie. Je zegt me dat er een zekere tristesse in aanwezig is; dat zit nu eenmaal in mij, daar doe ik ook niet zoveel aan.”

enola: Welke methode heeft jouw voorkeur: eerst muziek, dan teksten, of omgekeerd?

Sigmond: “Wat ik nu gedaan heb, is me heel goed bevallen. Gek genoeg heb ik nu meer tijd besteed aan de teksten. Niet dat ze belangrijker zijn geworden, maar ik was me ervan bewust dat de klanken sterk waren, en dat wou ik niet verpesten. Ik ben langer op zoek gegaan naar de juiste zinnen en woorden. Het is een lang proces, want een liedje is natuurlijk al ouder dan twee dagen. Je raakt eraan gewend en je bent ermee vergroeid, met die klank.”

enola: Je reist heel wat af. Waar ben je deze keer zoal beland?

Sigmond: “Ik ben sowieso graag en veel in Barcelona. Deze keer was ik ook in de Provence om de teksten verder uit te werken. En tijdens de eindfase van de plaat zat ik in Berlijn. Eigenlijk is het weggaan zelf belangrijker dan de plaats waar ik aankom. Ik trek naar zulke rustige plaatsen als ik weet wat het moet worden, en ik nog wat ruimte in mijn hoofd nodig heb om het effectief te doen. Steden zijn voor mij eerder een soort spons. Om dingen los te maken, die er eigenlijk al zitten, alleen komen ze pas naar boven als ik weg ben.”

enola: Er zit ook boosheid in de songs op het laatste album, zoals “Promises of No Man’s Land”, of “Hollow People”.

Sigmond: “Dat klopt. “Kids Around” en “Wasteland” heb ik bijna letterlijk met gebalde vuisten ingezongen, daar zit een hoop woede in.”

enola: In “Hollow People” zing je “Watch your mouth, kids around”. Is dat iets wat teruggaat naar jouw jeugd?

Sigmond: “Het is cynisch bedoeld, omdat ik juist niet wil dat mensen hun mond houden als er kinderen in de buurt zijn. Er wordt al genoeg gelogen en bedrogen. Ik ben zelf ook vader en ik wil mijn kinderen oprecht vertellen hoe de wereld in elkaar zit, ik wil ze niet voorliegen.”
“Die leugens ben ik zelf al tegengekomen, zeker in het verleden. Dat heeft me wellicht gevormd en misvormd. Het liegen gebeurt nog steeds. In de manier waarop wij de maatschappij inrichten, de manier waarop we bepaalde dingen normaal moeten vinden, hoe we met vluchtelingen omgaan, met ons geld, met banken. Hoe de politiek met ons omgaat. Begrijp je wat ik bedoel? Wij durven dat als volwassene nog nauwelijks te vertellen aan onze kinderen. En de vraag is: gaan we ze meenemen in die leugen, waar ook een deel zelfbedrog in zit, of laten we ze zien hoe het echt zit? Het is zo’n zonde om mensen voor de gek te houden, uiteindelijk is het een vorm van stelen, je besteelt ze de mogelijkheid om de waarheid te ontdekken.”

enola: Nog een tekst die me opviel: in “Streets of Babylon” zing je “See No, Hear No, Speak No”, en “Evil” laat je weg.

Sigmond: “Heel bewust. Iedereen kan de tekst zelf aanvullen, zoals jij net deed. We leven in een maatschappij waarin veel gecommuniceerd wordt via social media. Maar als er echt iets aan de hand is waarover moet worden gesproken, dan houden we onze mond en kijken we weg. We kwetteren heel wat af, maar het is leeg. Dat is ook waar het liedje eindigt, ik zie wel dat je lippen bewegen maar ik heb geen idee wat je zegt. We vervreemden heel erg van elkaar, ondanks het feit dat we zogenaamd meer contact hebben. We zoeken alleen naar onszelf, en jij bent gewoon een rekwisiet in mijn egoïstische verhaaltje. Dat is zo eng.”

enola: Soms verzetten mensen zich tegen het teveel aan communicatie door zich voor alles af te sluiten.

Sigmond: “Inderdaad, ik zie dat bij sommige vrienden. Ik heb het ook wel eens een maand zonder social media gedaan, maar mijn nieuwsgierigheid wint het van de keuze om me af te zonderen. Terwijl die afzondering, en de verveling die erdoor ontstaat, gewoon soms nodig is.”

enola: Ik wou nog iets vragen over de hoesfoto. Ik vermoed dat je al veel reacties gekregen hebt?

Sigmond: “Heel veel! Ken je de fotograaf, Jan Saudek? Ik kreeg ook al veel negatieve commentaar, maar dat boeit me eigenlijk niet. De beslissing over de titel is pas gevallen toen ik wist dat we deze foto mochten gebruiken. Ik kende zijn werk al langer. Er zit iets heel naars in de foto, maar ook iets heel moois. Zie jij er een vrouw of een man in?”

enola: Voor mij is het een meisje.

Sigmond: “Ja, dat is ook zo. Sommige mensen denken dat het een jongen is. Het enige wat ik van haar weet, is dat ze aan heroïne verslaafd was. Voor mij vertelt dit beeld iets over de liedjes op de plaat, en andersom ook.”

enola: De foto’s voor Heavy Flowers en Seadrift Soundmachine kwamen van Russische artiesten. Heb je iets met mensen uit die regio?

Sigmond: “Het gekke is dat het steeds toevallig daarop uitkomt.”

enola: Is het dan wel toeval?

Sigmond: “Nou ja, inmiddels niet meer. Die werken komen van artiesten uit Sint-Petersburg, en de foto op dit album komt uit Praag, maar wel uit de Sovjetperiode. Ze zijn gemaakt door artiesten die weten wat het is om niet in volledige vrijheid te kunnen werken. Toch blijven ze het doen. Mensen vragen me wel eens waarom ik graag naar Barcelona ga. Daar werd de Catalaanse cultuur tot in de jaren 70 ook onderdrukt. Zoiets gaat in de aard van een volk en de kunstenaars zitten. Misschien voel ik dat onbewust?”

enola: Na het verschijnen van Heavy Flowers was je op SXSW in Austin, Amerika. Hoe viel dat mee?

Sigmond: “Nou ja, showcasefestivals zijn niet echt mijn lievelingsfestivals, maar het is een leuk land, ik heb er veel kunnen spelen en ik heb een toffe eerste stap gezet. Ik ga zeker nog terug, later dit jaar komt de nieuwe plaat er ook uit. Amerika is voor mij niet het beloofde land. Als het gebeurt, dan is het tof. Ik kon afgelopen herfst een clubtour doen aan de oostkust, maar dat heb ik geweigerd, omdat ik dit album wou afwerken.”

enola: Dus je wordt nog niet direct een internationale superster?

Sigmond: “Dat sowieso niet. Natuurlijk wil ik dat zoveel mogelijk mensen mijn muziek horen, omdat ik er trots op ben. Amerika is zo’n andere werkelijkheid als het gaat om popmuziek. Ik ga er zeker nog wel heen, maar nu staat er niks in de agenda.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 9 =