Inwolves & Jan Swerts :: 18 januari 2014, 4AD

Gelukkig is het hokjesdenken verleden tijd zodra je de tv afzet, want de muziekclubs hebben al langer dan vandaag begrepen dat het combineren van stijlen en genres de muzikale eetlust enkel zal aanscherpen. In de 4AD in Diksmuide, nog altijd een van de fijnste concertlocaties van het land, is dat bij elkaar brengen van schijnbaar onverenigbare elementen ook de normaalste zaak. Zo ook in het geval van Inwolves en Jan Swerts.

“Er is geen plaatje”, geeft drumster Karen Willems droogweg mee na twee nummers. Dit had een releaseconcert moeten worden, maar die release werd uitgesteld tot het begin van februari. Dat belette Inwolves niet om er het beste van te maken. Het is trouwens wel boeiend om deze versie van de band te vergelijken met degene waarmee het begon. Was het toen te situeren in de zone van de impressionistische avant-garde, vrije muziek met een excentriek randje, dan heeft het project vandaag een compleet andere gedaante aangenomen, met als enige, maar wel cruciale, overeenkomst het gedreven en herkenbare drumspel van wiebelgat Karen Willems.

Het begon met een trage, duistere aanloop, met ruisende klanken die perfect pasten bij de geprojecteerde natuurbeelden. Gaandeweg ruimde de abstractie echter baan voor de typische sound van het trio, waarbij livedrumpartijen aangevuld worden met elektronische percussie en de analoge synths van Ward Dupan en Jürgen De Blonde. De songs blijven doorgaans erg kort en sober, op het randje van het onderontwikkelde zelfs, waarbij er voor de rest weinig vaste regels gelden. Je kan niet altijd spreken over duidelijke strofen en refreinen, terwijl er een aantal bij zijn die een element introduceren om dat vervolgens terzijde te schuiven, zoals het sinistere melodietje aan het begin van “Space Communication”.

Doet het de ene keer wat denken aan de instrumentale duoplaten van Burnt Friedman en Jaki Liebezeit, dan gaat het er op andere momenten mysterieuzer aan toe, krijgen de rond elkaar wentelende synths een melancholische of meer speelse draai. Zo herinnerde het gebrom van de synths een keer aan de kromme funk van Johnny Dowd en kreeg een plotse versnelling, compleet met Indianenkreten, een punkpunch. De retrogeluiden van Dupan en De Blonde balanceerden regelmatig op de grens van de kitsch, maar in combinatie met het weerbarstige en lijfelijke drumwerk van Willems (tijdens de drumsolo van het laatste stuk hing ze half naast haar krukje) leidde het tot een merkwaardige aantrekkingskracht. Een fascinerende mix van ongrijpbaarheid en verleiding.

Hoewel Jan Swerts (nog) geen prominente mediafiguur geworden is, gaat het hem wel voor de wind. Anatomie van de melancholie bouwde verder op het kritische succes van voorganger Weg en leverde o.m. een opdracht op als componist voor de populaire tv-reeks Zuidflank. Deze keer liet Swerts zich niet bijstaan door strijkers of een uitgebreide bezetting, maar een kleine combinatie met eufoniumspeler en oudgediende Michel Smullenberghs en basklarinettist Firas Al Alwani, die voor het eerste van zich liet horen in “Gevallen daar of daar”, een bloedmooi instrumentaal stuk op het recentste album. Het was alleszins de moeite om de composities eens te horen in deze uitgeklede versies, zonder die aanzwellende strijkers en de soms weldadige arrangementen.

Eerste vaststelling: de muziek heeft die aankleding niet nodig om overeind te blijven. Met een setlist die songs plukte uit beide albums en een gevoel voor humor dat aanvankelijk haaks op de ernst van zijn muziek staat (“Als Limburger in West-Vlaanderen spelen, dat is zoiets als een wereldtournee beginnen”), speelde Swerts een concert dat inzette op puurheid en franjeloos samenspel. Stukken met een lange aanloop konden eindeloos traag openbloeien, romantisch flemen en spelen met stilte. Terwijl Smullenberghs zich nauwer bij de harmonieën ophield, kreeg Al Alwani iets meer vrijheid, die hij aangreep om hier en daar een frivole toets te voorzien (zoals in hoogtepunt “Een verlangen naar ontroostbaarheid”), zonder daarom de stukken naar zich toe te trekken.

Het was er de muzikanten dan ook niet om te doen om deze stukken grondig te verbouwen (al werd “Lokenstraat 1” wel sterk ingekort), maar gewoonweg te belichten in naakte vorm. Voor “Zo bleek zal ik zijn” en Wim Mertens-ode “Voor de deugd” betekende het zelfs dat ze solo op piano uitgevoerd werden. Dat bleek echter te volstaan, en zelfs in de stilte van die minimalistische meditatie kon je een speld horen vallen, leek het wel alsof de goedgevulde 4AD collectief de adem inhield. Na een set die zo voorbij vloog, werd niet lang gewacht met het bisnummer, hitsingle “Alkenstraat 9” (“meeklappen mag”). Door z’n zelfrelativerende commentaar, de compacte duur en de aanpak van het concert zou je Swerts kunnen verdenken van gebrek aan ambitie, maar het was eigenlijk gewoon een goed voorbeeld van de muziek voor zich laten spreken en daar niet te veel protserig gezwam aan vast hangen. De snelheid waarmee de albums achteraf van de hand gingen, leek te bevestigen dat die werkwijze ook kan aanslaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − een =