Keep metal heavy :: Ooozing Wound & Primitive Man

Godverdomme, eindelijk. Jarenlang zag het ernaar uit dat de technische schoolmeesters van de death metal, de hooligans van de metalcore en de carnavalsklanten van de Tolkienvarient uit het Oosten de orde van de dag zouden uitmaken. Zijn we even blij dat er de voorbije jaren meer dan voldoende bands opgedoken zijn die heavy metal in ere hersteld hebben door ook ultraheavy te spelen en van dat buikgevoel en die vuile muilpeer terug het hoogste goed te maken. Twee mooie voorbeelden die in 2013 in onze schoot belandden: Oozing Wound en Primitive Man. Totaal verschillend, maar elk op zijn manier hondsbrutaal en fucking opwindend.

De band die het tij (extra) deed keren was misschien wel High On Fire, dat de riffs en lompe power terug centraal stelde. Die songs waren geen staaltjes van kijk-mij-hier-nu-eens-2000-noten-uit m’n-mouw-schudden of uitpakken met oersaaie breakdowns, maar oerprimitief gebeuk; de soundtrack bij een gevecht op leven en dood dat met blote vuisten geregeld werd. Er is natuurlijk ook de hele terugkeer van de old school thrash, die steeds sterker van zich laat horen (zelfs het Limburgse popcours Limbomania werd gewonnen door de uit 1984 overgebeamde Evil Invaders). Dat is ook zo’n beetje de scene waar je het trio Oozing Wound uit Chicago bij kan indelen.

Zack Weil (gitaar, zang), Kevin Cribbin (bas) en Kyle Reynolds (drums) spelen al jarenlang in allerhande lokale undergroundbands en maken snel duidelijk waar het om gaat: “loud fucking guitars and screaming and shit”. Dit verwijst dan ook terug naar de vroege dagen van de crossover, toen het even cool was om de gevorderde techniek en snelheid van metal te combineren met de opwinding van de punk. Het ruikt naar no nonsense-bands als D.R.I, The Accused en Wehrmacht, maar ook naar thrashkannonnen als Slayer en (de vroege) Metallica, maar dan met de wilde punkenergie van Zeke én de bosjesmannenfurie van High On Fire.

Retrash is het resultaat: smerig raggende turbomuziek voor in de lucht gestoken vuisten, rondgesmeten bier en brede grijnzen. Fuifmuziek, maar dan met ballen en energie voor een dozijn. Hier en daar ook met een aardige Beavis & Butthead-factor, getuige songtitels als “Everyone I Hate Should Be Killed”, “Welcome To The Spaceship, Motherfucker” en “Sustained By Hatred (Rambo 4)”, stuk voor stuk explosieve riff-festijnen die de grond aanvegen met de Vikingjodelaars. Een paar keer wordt gas teruggenomen (“Call Your Guy”), of even instrumentaal met de spieren gerold (“New York Bands”), maar het blijft een razend vinnige riff-o-rama voor wie zich al die tijd afvroeg waar het vuur naartoe was. “These recordings were not made for laptop speakers or ear buds, and are meant to be played as loud as possible,” voegen ze er nog aan toe. Doen!

Net als Oozing Wound heeft het trio Primitive Man genoeg aan zeven songs, maar meer zou dan ook totale overkill zijn, want Scorn behoort ongetwijfeld tot de meest zwartgeblakerde en in doodsvocht sudderende platen van 2013, een bij momenten fenomenaal heavy gebeuk. Dit is dan ook niet de soundtrack bij een vilpartij of gemene afranseling, maar het ziekelijke gekraak van een bulldozer die over een paar weerloze slachtoffers walst. En dan nog eens erover in achteruit. En nog eens vooruit, voor de zekerheid. Alles moet kapot.

Primitive Man komt dan ook niet uit Chicago of New York. Dit soort van extremisme vind je doorgaans niet in de hippe scènes, maar komt uit een regionale ondergrond gegulpt. In dit geval Denver, Colorado. En als de versmachtende stijl — zelf omschrijven ze het als Death Sludge Doom Gaze — nog niet volstaat, dan maken ze ook nog eens hun entree met het twaalf minuten durende titelnummer, een verlammende lap leegheid. Denk aan de smerigste, vuilste sludge of de voortkruipende death/doom van Coffins, maar dan zwarter, gemener. Hier en daar vind je wel een versnelling, maar dat doodstempo is de overheersende indruk. Een kerkergrunt, een bas die klinkt als een stoomtrein en een drummer die elke tweede drumslag lijkt over te slaan. Primitive Man deed inspiratie op bij goed volk als Eyehategod en Crowbar en duwt het allemaal tot in het extreme.

Veel dynamiek zit er eigenlijk niet in, want het varieert tussen lood- en doodzwaar: in “Rags” en “Antietam” wordt er vooral gebeukt en gehakt met botte knuppels, diep gegorgeld en hier en daar een verpletterende versnelling hoger geschakeld, maar het is vooral het geluid van een nihilistische nachtmerrie die geen licht toelaat. “I Can’t Forget” en “Black Smoke” zijn dan weer hoorspelen voor als er ooit iemand een Saw-reeks voor grote mensen en echte slachtoffers gaat maken. Bij “Stretched Thin” vraag je je vooral af hoe deze apocalyptische cementmixer live moet klinken. Songs schrijven kunnen ze niet echt en van variatie hebben ze ook geen kaas gegeten, en dat maakt van Scorn wel een van de meest verlammende, monotone, maar ook potentieel opwindende platen in recente tijden. Voor wie er tegen kan.

Het album van Primitive Man — plus een drietal bonusnummers — kan beluisterd worden via Bandcamp.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × een =