Jeremiah Cymerman :: Real Scars & Pale Horse

Sky Burial, de elektroakoestische nachtmerrie die Jeremiah Cymerman bekokstoofde met Matt Bauder, Peter Evans en Nate Wooley, was een van onze favorieten platen uit 2013 en één die de werelden van vrije improvisatie, drones en noise met pervers gemak aan elkaar koppelde. Binnenkort staat klarinettist Cymerman op twee Belgische podia, wat ook nog eens samengaat met twee nieuwe releases. Die bevestigen nogmaals dat de New Yorker steeds nadrukkelijker z’n plaatsje opeist binnen de moderne garde.

Cymerman is dan ook niet zomaar een klarinettist. Als opnametechnicus is hij ook danig vertrouwd met allerhande studiotechnieken, die hij intussen ook integraal deel laat uitmaken van zijn muziek. Dat betekent niet enkel allerhande postproductieprocessen, maar ook live manipulaties door uiteenlopende elektronische ingrepen. Daarnaast krijgt hij ook steeds meer krediet omwille van de 5049 Podcast, een reeks interviews met (veelal New Yorkse) muzikanten uit de scene, met wie hij lange, integraal beschikbare gesprekken voert. Niet alleen over muziek, maar vaak ook over meer praktische beslommeringen. De reeks is intussen uitgegroeid tot een totaalwerk van meer dan veertig episodes dat wel eens van onschatbare waarde zou kunnen worden als inkijk binnen het doen en laten van een generatie improviserende muzikanten. Van William Parker en J.G. Thirlwell tot Matthew Shipp, Mary Halvorson, Darius Jones en Mick Barr: allemaal passeerden ze al de revue. Maar de scene is zo uitgebreid dat Cymerman waarschijnlijk nog een paar jaar verder kan als hij dat zou willen.

Twee nieuwe albums dus. Het eerste daarvan verschijnt eind januari bij het Waalse MNÓAD, een collectief dat niet aan zijn proefstuk toe is: er verschenen al een resem releases op het label en ze waren al betrokken bij heel wat evenementen (vooral concerten in en rond Charleroi) van en met experimenterende muzikanten. Real Scars is een soloalbum voor klarinet, maar verwacht vooral geen doorsnee plaatje. ‘Onze’ Joachim Badenhorst bracht onlangs ook z’n tweede soloplaat uit met klarinetstukken, maar dat is nog van een andere aard dan het solowerk van Cymerman, dat verder gaat dan extended techniques en ook gekenmerkt wordt door doorgedreven gebruik van manipulaties en elektronische bricolage.

De drie stukken, samen goed voor een krap half uurtje, sluiten qua sound en sfeer immers regelmatig aan bij Sky Burial of zelfs High Society, het lawaaierige album dat Nate Wooley en Peter Evans een paar jaar geleden opnamen. Donkere, elektroakoestische muziek, flirtend met drones, vol ingenieuze bewerkingen van allerhande circulaire patronen, gortdroog gezoem en versmachtend geknetter. Je hoort niet enkel de conventionele, warme klank van de klarinet, maar ook onthutst gesnerp en paniekerig gezeur en hopen klanken die moeilijk te definiëren zijn. Is het puur digitaal, is het bewerkt of komt het toch uit dat blaasinstrument? Vragen die je je voortdurend stelt tijdens opener “Old Wounds”.

De twee volgende stukken lijken minder confronterend, maar zijn al net zo eigenzinnig. Loops met aanzwellende en uitdovende golven zorgen in “Deep Cuts” voor onwerkelijke en ongemakkelijk zittende harmonieën, troebele echo’s en onderwatereffecten. Dit is vrije muziek anno 2014, met een instrument dat al een paar honderd jaar meegaat, maar dat in de clinch gaat met technieken en middelen waarvan een paar decennia geleden nog geen sprake was. Het zorgt soms voor ronduit geflipte resultaten. Het moment waarop het lijkt alsof de micro in de klarinet terechtgekomen is en het geslurp groteske proporties krijgt, is goed om de gemiddelde jazzkesliefhebber een hartinfarct te bezorgen.

Slotstuk “Family Of Origin” is het minst radicaal bewerkt, maar ook daar moet het eindeloos rondcirkelen in het hoge register, met gejammer dat voortdurend dreigt op te lossen in stilte, het ook begeven tegen de sissende, ploffende en ontregelde klanken. Het maakt van Real Scars een bezwerende en geconcentreerde trip die amper moet onderdoen voor Sky Burial.

Pale Horse, in februari officieel uit op Cymermans eigen 5049 Records, is dan weer een album met cellist Christopher Hoffman en drummer Brian Chase. De instrumentatie en aanpak doet een beetje denken aan het Europese trio Looper (Martin Küchen, Nikos Veliotis, Ingar Zach), dat al net met zo’n engelengeduld werkt, zij het nog autistischer, nog sterker gefocust op de allerkleinste details en verschuivingen. Hoewel het er hier niet zo traag aan toe gaat, verkeert Pale Horse resoluut op minimalistisch terrein, waarin de spanning tussen compacte ideeën en stilte voortdurend centraal staat. Het is muziek waar een enorme bezinning vanuit gaat en die meer dan eens afgewerkt wordt met een haast ritualistisch gewicht.

Cymerman omringde zich dan ook met goed volk. Hoffman was al bezig met film — als producer en geluidstechnicus — is lid van Henry Threadgills Zooid ensemble en werkte ook al met Tony Malaby en Marc Ribot. Brian Chase is vooral bekend als ritmisch anker van de rock-‘n-rollband Yeah Yeah Yeahs, maar is ook al geruime tijd actief binnen de improvisatie: hij werkte met onder anderen Mary Halvorson en Okkyung Lee.

Het tweeëntwintig minuten durende “Dance” gaat van start met amper waarneembare verschuivingen, waarbij het aanvankelijk onmogelijk is om te bepalen waar de cello ophoudt en de klarinet begint (of andersom). Meditatief en obsessief, met percussie die opduikt vanuit een stommelende achtergrond en inzoomt op ‘kleine’ geluidjes en geduldige evoluties. Klankenonderzoek voor neuroten, net als bij Looper.

“Ghost”, ‘slechts’ zestien minuten lang, is aanvankelijk even traag en repetitief, maar verderop volgestouwd met fladderende klarinetriedels, dissonant cellogestrijk en bonkende en ratelende percussie-ingrepen. Het voelt compacter en expressiever aan, niet in het minst door de abrupte explosies die aankomen als brute wendingen zoals in de avant-garde composities van goeroe John Zorn. Het mooie is ook hier dat je een complex en intrigerend evenwicht gepresenteerd krijgt van spontaniteit en discipline, bedwelmende én onheilspellende passages, tussen auditieve schrikfestijnen en obscure kamermuziek. Je moet er je tijd voor nemen en het vergt enig aanpassingsvermogen. Kortom: een must voor geduldige muzikale avonturiers.

Jeremiah speelt twee soloconcerten in België: op 24 januari in De Singer (een double bill met De Kleurencirkel, het trio Christophe Albertijn, Thomas Campaert en Gino Coomans) en op 25 januari in Le Vecteur (een double bill met Jozef Van Wissem).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − 2 =