Kronos Quartet :: Aheym. Kronos Quartet Plays Music By Bryce Dessner

Bryce Dessner, gitarist bij de alom bejubelde indieband The National, heeft een voorliefde voor klassieke muziek. Zoveel was al duidelijk bij nevenproject Clogs, waarin hij samen met Padma Newsome kamermuziek-postrock maakt, maar met Aheym wil hij zich nu ook als volwaardig componist profileren.

De uitvoerders van zijn muziek zijn niet meteen van de minsten: het prestigieuze Kronos Quartet waagt zich hier aan vier stukken voor strijkkwartet, in twee stukken (en dan vooral in het afsluitende bijna symfonische “Tour Eiffel”) aangevuld met nog wat extra zangers en muzikanten. De vier stukken zijn losstaande gehelen: aparte composities die Dessner voor verschillende gelegenheden schreef en die nu gebundeld worden op deze uitgave.

De invloeden? Philip Glass, Steve Reich, Nico Muhly, heel in de verte een beetje Béla Bartók en hier en daar aangelengd met akkoordgebruik dat uit hetzelfde vaatje als The National tapt. Het geheel heeft een stevige ritmische nadruk, waarbij de strijkers zich vaak hoekig om elkaar heen murwen. Al zijn er ook verschillende rustpunten te vinden, bijvoorbeeld wanneer de kolkende ritmiek van “Tenebre” in elkaar stuikt en zachte, aanhoudende fluittonen het stuk in beweging houden, alvorens Sufjan Stevens er wat vocals over mag dubbeltracken. Die doen de compositie openbloeien in haar beweging van donker naar licht (als inversie van de misviering uit de Goede Week waarin stelselmatig het licht wordt uitgedoofd).

Sufjan Stevens is de eerste die de kwartetsound mag doorbreken in deze derde compositie, maar zet wel meteen de toon, want in afsluiter “Tour Eiffel” duurt het meer dan vijf minuten voor het Kronos Quartet er zelfs maar aan te pas komt. Tot dan bouwen het Brooklyn Youth Chorus, een gitaar en een piano gestaag verder aan een alsmaar intensiever wordende draaikolk van muziek, die uiteindelijk in een grote climax eindigt. Het is wellicht de meest toegankelijke compositie op Aheym, door het bombastische karakter en de duidelijke opbouw.

Titeltrack “Aheym” (een toonzetting van de emigratie van zijn grootouders uit Oost-Europa naar New York) en “Little Blue Something” (een ode aan een Tsjechisch folkduo) zijn andere koek, met een meer complexe klankvorming, al gaat Dessner nooit voor een volbloed avant-garde aanpak en blijft hij doorgaans op strikt melodisch territorium. De grote vraag blijft echter: is dit ook interessant gerief? Wel, dat valt best mee, maar materiaal dat naast de groten der aarde in de strijkkwartetwereld kan staan is het zeker niet.

Dessner is duidelijk meer begenadigd als gitarist dan als componist, wat bijvoorbeeld opvalt in hoe hij de strijkers soms in elkaar laat weven, zoals de verschillende stemmen in een complexe gitaarcompositie dat ook kunnen doen. Zo laat hij de vier muzikanten te veel werken aan een massieve blok geluid, waarin individuele stemmen nauwelijks naar voren komen, maar waardoor de subtiliteit, die van een goed geschreven strijkkwartet een van de boeiendste klassieke muziekvormen kan maken, hier grotendeels afwezig is.

Zou Dessner deze plaat hebben kunnen uitbrengen als hij niet al naam en faam had verworven met zijn band(s)? Dat valt te betwijfelen, maar dat wil daarom nog niet zeggen dat Aheym helemaal niet de moeite is. Voor mensen die nog onbekend zijn met kamermuziek vormt het bijvoorbeeld een mooie instap en er zijn zeker genoeg goeie vondsten te horen om ook een meer ervaren luisteraar te kunnen boeien. Verwacht alleen niet weggeblazen te worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − dertien =