The Necks :: Open

De hoes vat het allemaal samen. The Necks omringd door de meest volmaakte vorm, de cirkel. Na meer dan een kwarteeuw werken aan een geheel unieke wereld, keert het Australische trio terug naar z’n meest essentiële gedaante. En dat wil wat zeggen voor een band die van muzikale ascese zowat z’n raison d’être gemaakt heeft.

Het in Sydney opgerichte pianotrio staat compleet op zichzelf. Pianist Chris Abrahams, bassist Lloyd Swanton en drummer Tony Buck verzoenen immers de werelden van minimalisme en vrije improvisatie, die nu eens aansluit bij die van de jazz en dan weer die van de rock-‘n-roll of ambient, maar zich steeds weet te onderscheiden door de naakte aanpak, de uit zichzelf voortvloeiende structuren en het formaat. De traditionele uitlaatklep van The Necks is immers die van de gerekte marathon. Performances duren gemiddeld drie kwartier tot een uur en het gros van hun releases (intussen ook al meer dan een dozijn) bestaat uit één lange track. Het mooie is echter dat het trio eindeloos blijft variëren op die opgelegde beperkingen.

Zo was debuutalbum Sex een zuiver voorbeeld van hun repetitieve muziek, maar liet Aether (2001), voor velen nog steeds het hoogtepunt, een veel ingetogener, tegen de ambient aanschurkend geluid horen. Drive By (2003) leunde dan weer iets dichter aan bij de conventionele(re) pianojazz, zelfs met duidelijke popinvloeden, terwijl Mindset (2011) met z’n donderende pianopartijen en forse ritmes bij momenten behoorlijk overdonderend klonk. Open ligt vermoedelijk het dichtst bij Aether, maar laat er geen twijfel over bestaan: ook nu zorgt het trio voor een organisch ontvouwend hoorspel dat de luisteraar dwingt tot intense concentratie (dit is misschien wel de ultieme koptelefoonband) en beloont met een subtiele demonstratie in telepathische interactie.

Het zinderende geluid van de door Tony Buck bespeelde monochord dat de plaat opent, zorgt meteen al voor een tranceachtige sfeer. Het instrument is door de resonerende snaren vaag verwant aan de sitar en zeker als er ook nog eens metalig gerinkel bovenop komt, waan je je in een boeddhistenklooster in Azië. The Necks verplicht de luisteraar om zich volledig over te geven aan de muziek, iets dat dankzij de gestage ontwikkelingen goed lukt. Na een paar minuten vallen bas en piano in, en verdwijnt de monochord naar de achtergrond, om pas terug te keren aan het einde van de 68 minuten durende performance. Daartussen is het een komen en gaan van geluiden, een voortdurend verschuiven van posities, een nauwgezet signalenverkeer ontsproten aan een verfijnde taalvariant.

Tussen bas- en pianonoten zitten soms grote ruimtes verborgen, net zoals de snare– en basdrumslagen soms verloren gelopen lijken in het geheel. Het ene moment klinkt het spel van Abrahams haast kaal en romantisch, meer Mertens dan Evans, maar vervolgens verschuift de aandacht naar de ratelende cimbalen die steeds prominenter worden, waardoor de nadruk verplaatst wordt van melodieuze en harmonieuze scharniermomenten naar ritmische patronen. De strijkstok laat snaren zingen, het sustainpedaal van de piano wordt ten volle benut en Buck, nochtans in staat tot een heftig potje freejazzrazernij, kan minutenlang geconcentreerd in de weer zijn met een stel belletjes en een hi-hat. Concentratie op de grens met autisme.

Er duikt een zoemend orgel op, en hier en daar even pulserende elektronica, maar het gebeurt allemaal zo vanzelfsprekend, met zo’n vlekkeloos gevoel voor dosering, dat je het haast over het hoofd ziet. Even, na zo’n half uur, steekt een nadrukkelijke, bijna versmachtende grandeur de kop op, maar terwijl een ander dit zou aangrijpen om op te bouwen naar een verpletterende climax, is dat net het pad dat The Necks aan zich voorbij laat gaan. Het parcours van The Necks gaat niet zomaar bergop, het is een slingerbeweging waarin een ratelend, aanhoudend pianonootje evenveel gewicht krijgt toegekend als een dwingende triostuwing of een resonerende cimbaal, waardoor je aan het einde terug belandt bij het begin zonder het gevoel te hebben dat ertussen iets ontbrak. Ruimte en verbeelding gaan hand in hand bij The Necks, en dat werd zelden zo puur en gefocust uitgewerkt als op Open.

The Necks speelt op 31 oktober in Netwerk (Aalst). Reserveren wordt aanbevolen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 2 =