The Immigrant

James Gray is een regisseur die eigenlijk dertig jaar te laat is geboren. Als je naar zijn films kijkt, word je immers teruggeworpen in een oprechte, volstrekt onironische, klassieke vertelstijl die zwaar doet denken aan de films die Francis Ford Coppola, Sidney Lumet en – in mindere mate – William Friedkin maakten in de jaren zeventig. Gray’s flikkendrama’s (The Yards, We Own the Night) waren old school-tragedies over familie, moraliteit en de wet, die ongegeneerd weigerden om zichzelf te relativeren, of te vervallen in goedkoop ironisch geknipoog (van het genre: “kijk eens hoezeer mijn films wel lijken op die uit de seventies”). Two Lovers was dan weer een liefdesdrama met echo’s van Tolstoj en Dostojevski – omdat, als je dan toch gaat refereren, je best ineens hoog kan mikken. Dus laat het duidelijk zijn: als Gray een film maakt, dan meent hij het. Voor hem geen halve maatregelen. Het onvermijdelijke sérieux dat daarmee gepaard gaat, kan soms dan wel hoogdravend worden, maar het is sowieso verfrissend dat een relatief jonge filmmaker, begonnen in volle Quentin Tarantino-periode in de jaren negentig, eens een keer niét op de kar van de eindeloze hipheid springt en gewoon een serieus verhaal wil vertellen.

In The Immigrant draait dat verhaal rond Ewa (Marion Cotillard), een Poolse vrouw die samen met haar zus naar de nieuwe wereld trekt, circa 1920. Amerika staat echter niet klaar om het tweetal met open armen te ontvangen: Ewa’s zus wordt op Ellis Island in quarantaine geplaatst omdat ze tuberculose heeft en Ewa zelf dreigt meteen weer gedeporteerd te worden vanwege een incidentje op de boot. Tot Bruno (Joaquin Phoenix) opduikt, de ogenschijnlijk charmante eigenaar van een “cabaret” in Brooklyn. Hij laat wat geld ritselen, neemt Ewa mee en dwingt haar, met o zo zachte hand, langzaam maar zeker in de prostitutie.

Qua setting en plot is The Immigrant dus nieuw terrein voor Gray, maar vergis je niet: de regisseur is volledig zichzelf gebleven. De klassieke beeldvoering, de (bewust) traditionele, lineaire verhaalstructuur, het berekende (sommigen zouden vlakaf zeggen: trage) tempo en de bedrukte sfeer van de prent herken je allemaal uit zijn vorig werk. Alleen lijkt zijn stijl met elke nieuwe film die hij maakt, verder uitgepuurd te worden, alsof Gray steeds méér zichzelf wordt. In The Immigrant zie je dat vooral in de wonderbaarlijke cinematografie. Wat je verder ook van de film mag denken: hij ziet er fantastisch uit. The Immigrant baadt in sepia-tinten, elk shot is onberispelijk gecomponeerd, de belichting bereikt een indrukwekkend chiaroscuro effect (let op de biechtscène van Cotillard!) en de sets zien er zo overtuigend uit dat je zin krijgt om het beeld stil te zetten, gewoon zodat je ze op je gemakje in alle details zou kunnen bestuderen. De invloed van het werk van Coppola en diens cameraman Gordon Willis in The Godfather Part II – de flashbacks naar de jeugd van Vito Corleone – is voor de hand liggend, maar Gray en zijn chef camera Darius Khondji maken zich de stijl helemaal eigen en zorgen ervoor dat het meer wordt dan enkel imitatie.

Thematisch grijpt Gray terug naar een andere klassieker: het concept van De Lijdende Vrouw (zie ook: Trier, Lars Von, die daar maar geen genoeg van kan krijgen). Een vrouw komt terecht in een seksistische, hypocriete maatschappij die haar verwijt dat ze “een vrouw van lichte zeden” zou zijn omdat ze werd aangerand op de boot naar Amerika, maar achteraf geen probleem heeft om haar een bezoekje te brengen eens ze effectief in de prostitutie geduwd is. Gelukkig weerstaat Gray aan de verleiding om van Ewa een volledig weerloos slachtoffer te maken: ze is wel degelijk intelligent en gebruikt eender welk voordeel dat ze ook maar los kan wrikken om zichzelf uit haar situatie te werken. Gray voegt ook nuance toe door van souteneur Bruno geen gewetenloze slechterik te maken: hij heeft zelf zo zijn morele twijfels bij zijn beroep en wordt zelfs oprecht verliefd op Ewa. Of toch zo verliefd als hij ooit kan worden.

Niets op aan te merken dus, deze Immigrant? Toch wel. De plot verloopt niet helemaal rimpelloos, met een paar wendingen die wat ver gezocht lijken, en Gray lijkt ook niet helemaal te weten wat hij precies wil aanvangen met het personage Orlando, gespeeld door Jeremy Renner. Hij wordt geïntroduceerd als een rivaal voor Bruno, maar in die relatie had meer gezeten. Ook is het tempo, zoals altijd bij Gray, vrij statig – wie iets action packed verwacht, kan dus beter ergens anders naartoe.

Daar staat wel nog tegenover dat het centrale duo op topniveau staat te spelen. Jaoquin Phoenix werkt voor de vierde keer samen met Gray (na The Yards, We Own the Night en Two Lovers), en toont zich alweer een ware kameleon. Hij speelt naar goede gewoonte alweer erg ingehouden, en wanneer naar het einde toe de emoties mogen bovendrijven, komen die dan ook verdiend en oprecht over. Cotillard is nog altijd een beetje boete aan het doen voor haar vaak geïmiteerde, maar nooit geëvenaarde sterfscène in The Dark Knight Rises, maar brengt hier wel een enorme intensiteit en emotionele eerlijkheid naar haar personage. Wie onberoerd blijft bij haar fameuze biechtscène, heeft officieel geen emoties.

The Immigrant is geen perfecte film, en juist het classicisme waar Gray voor bekend staat, kan voor sommigen een afknapper zijn. Jammer voor hen dan. De regisseur heeft tenminste een consistente visie en volgt die, waar ze hem ook leidt. In dit geval heeft ze hem tot een bewonderenswaardige, visueel verbluffende prent geleid.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × vijf =