Crocodiles :: 30 september 2013, Botanique

Een vlug spelletje De Slimste Mens Ter Wereld levert ongeveer deze trefwoorden op over Crimes Of Passion, de vierde plaat van het Californische vijftal Crocodiles: “Sune Rose Wagner (producer)”, “Jesus & Mary Chain (stofzuigergitaren)”, “The Dandy Warhols (meer bepaald de “aaahaahaah”‘s in “Heavy Metal Clouds”)”, “Britpop (in het geweldige “She Splits Me Up”)”. Maandag mocht daar nog een vijfde aan toegevoegd worden: “Straffe band”.

De groep rond het duo gitaristen Brandon Welchez en Charles Rowell heeft met bovenstaande plaat immers ook zijn beste collectie nummers tot nog toe uitgebracht: levendige, pakkende popsongs, gewikkeld in een prikkeldraden kleedje fuzz en echo, waar het licht der melodie echter immer doorheen priemt. Het is allemaal niet nieuw, maar het is wel met de energie van nieuwelingen gebracht. En zo is het ook vanavond.

Alsof zij zich niet blauw betalen aan energie, vlamt de groep in de Rotonde van de Botanique in een uur door zijn set; twaalf nummers die zonder veel tijdverlies en verder lanterfanten aan elkaar worden geregen. Dit is dan ook niet echt een nieuwe band, maar één die na vijf jaar het klappen van de zweep wel kent. Als een gerodeerde headliner speelt de groep strak nummer na nummer, om de bal maar zelden te laten vallen.

De dubbelslag “Hearts Of Love”/”Teardrop Guitar” zet de toon meteen: pompende bas, zang die net niet helemaal verdrinkt in de omliggende fuzz, melodieën die meetrekken. Vooral die opener heeft het soort refrein dat reikt naar meer dan binnen handbereik is. Zo hoort het ook; je raakt maar ergens als je hoger mikt dan je aankunt.

Live valt meer dan op plaat op hoe belangrijk het sixties-orgeltje van Robin Eisenberg is voor het geluid van de groep: zij is het die op gezette tijden al het geweld van de nodige onderlaag en bijsturing voorziet, zoals in een bijna swingend “Cockroach”. Een andere troefkaart is frontman Welchez, het soort zanger dat zelfs in het repetitiehok een rockster is in het diepst van zijn gedachten: de afstandelijke cool is afgemeten, de pose zit juist, de zang is net ongeïnteresseerd genoeg om aan Britse voorbeelden als Ian Brown of Liam Gallagher te doen denken. In “Refuse Angels” gaat de groep zich voor de eerste en laatste keer deze avond te buiten aan een stomende lap beukwerk. “Neon Jesus” echoot dan weer de dronerock van Spacemen 3, waarna in de bissen “Marquis De Sade” (met zijn uitbundig meezingrefrein) de kers op de taart is.

De conclusie is dan al lang getrokken: deze groep staat er. Vier albums heeft Crocodiles al op de teller staan, maar nu pas lijkt alles op punt te staan. Aardig debuterend bandje dus, dat, als het nog een paar straffe songs bij schrijft, gerust een paar trapjes hoger mag spelen. We hebben pak ‘m beet Black Rebel Motorcycle Club al grotere podia zien bespelen met minder materiaal. Tijd voor een wissel van de wacht met ander woorden. Mogen we onze “Herman? Carlo? Eppo?” al bovenhalen, of is dat te vroeg op het jaar?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − 4 =