65DaysOfStatic :: Wild Light

Wild Light. Proef die titel. Het is geen The Destruction Of Small Ideas of The Fall Of Math. Zeker geen One Time For All Time. Het is een titel, geen beginselverklaring. Dit is niet het “album to end all albums”. Het is gewoon een nieuwe plaat van 65DaysOfStatic. En het is genoeg. Want het is een uitstekende plaat.

Uiteindelijk, dat van die plaat die de definitieve plaat der platen moest worden, dat had toch maar geleid tot de ontgoocheling van The Destruction Of Small Ideas. En daarbij: kun je op je dertigste nog altijd zo de angry young man uithangen? Neen, je kunt niet anders dan nuance in je palet aanbrengen. En dat had 65DaysOfStatic sinds We Were Exploding Anyway gedaan.

Was die vorige plaat een regelrechte dansplaat, dan is het beeld op Wild Light een stuk minder duidelijk. In de drie jaar die ondertussen zijn verstreken, heeft de groep nog een nieuwe soundtrack bij de oude film Silent Running uitgebracht, en die heeft zijn sporen nagelaten. Zonder de persoonlijke agenda van de groep, die op ouder werk zo overheerste, ligt deze vijfde plaat dichter bij dat concept: een klankspoor bij een verzonnen verhaal.

Het mag dus niet verwonderen dat zowel opener “Heat Death Infinity Splitter” als afsluiter “Safe Passage” doen denken aan de opening credits en de aftiteling van een filmsoundtrack. Ooit had de groep een B-kantje dat “Massive Star At The End Of Its Burning Cycle” getiteld was; beide nummers zouden perfect dezelfde naam kunnen dragen, het zijn trage, bijna plechtstatig opbouwende nummers die langzamerhand heter en heter opgloeien tot ze wel moeten imploderen onder hun eigen gewicht. Het is ver weg van de energievretende explosies van een “Retreat! Retreat!” of “These Things You Can’t Unlearn”.

Daartussen krijgen we het hele spectrum dat 65DaysOfStatic beheerst. “Taipei” is bijna klassieke, maar bloedmooie post-rock — inclusief een kippenvelverwekkende uitbarsting vol glazen gitaartjes — “Sleepwalk City” roept dan weer herinneringen op aan de dancegeluiden van We Were Exploding Anyway, tot een “Radio Protector” echoënde piano een geut emotie komt toevoegen, en de wind tussen het kale overblijvende skelet van een song komt spoken. Het zijn de twee sterkhouders van een plaat die zich bij momenten verliest in dat soundtrackgevoel.

Hoe mooi “The Undertow” immers ook is, ondanks zijn aanzwellen slaagt het er nooit in om meer te worden dan dat: geluid bij een scène die op de voorgrond bezig is. “Blackspots” is dan weer klassieke 65DaysOfStatic met een modderige, overheersende baslijn, maar heeft te weinig gezicht om zich echt een opvallend plekje te veroveren in de canon van de groep. Het doet zijn job op Wild Light, maar het zou ons verbazen als het binnen een paar jaar nog op een setlist zou opduiken.

Blijft nog over: single “Prisms”, die stevige invloed ondergaat van toetsen-en-laptopman Paul Wolinski’s Polinksiproject. Knetterende beats en uitschietende trancesynths zijn de basis voor dit nummer dat nog één keer “Dance! Dance! Dance!” als adagium neemt. “Misschien is het wel de meest trieste dansmuziek die gespeeld zal worden door wie ook die zal overleven als de wereld aan het vergaan is”, liet gitarist Joe Shrewsbury optekenen in een interview toen het nieuw materiaal werd geschreven. Dit nummer laat horen wat hij bedoelde, maar het is ook een blik over de schouders naar een tijd die alweer voorbij lijkt te zijn. Die dansgeoriënteerde richting is alweer gepasseerd. 65DaysOfStatic is alweer niet meer de groep die het drie jaar geleden was.

Wat dan wel? Dat is nog maar de vraag, en het lijkt alsof 65DaysOfStatic er zelf ook nog niet helemaal uit is. Wild Light schiet alle richtingen uit, en de groep laat horen dat ze in alle even goed is, maar klinkt vooral als het werkstuk van een groep die mentaal toch ietwat rust heeft gevonden, en nog moet leren hoe daarmee om te gaan. Onze gok? Dit is een overgangsplaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × een =