PUKKELPOP 2013: Shelter :: drie dagen lang

The Shelter op Pukkelpop lijkt soms een biotoop op zich. Metal-, punk- en hardcorefans hijsen in de buurt van het indoorpodium geduldig pintjes tot hun volgende favoriete band het podium betreedt. Ondanks de vreemde annulering van Slayer — de thrashmetallegende stond wel op Lowlands in Nederland — en de flauwe vervanging door Caliban, oogde de line-up vooral voor het metalgrut interessant dankzij Killswitch Engage, Gojira, Lamb Of God en Opeth.

De vette vijftien van Pukkelpop:

Wie meer Pukkelverslag wil, klikt voor de langere verslagen van de vijftien beste concerten hieronder.

De afknapper

Met Oathbreaker had de Pukkelpoporganisatie een opener gestrikt om u tegen te zeggen. En de Gentse hardcoreband is niet zomaar een opwarmer. Neen, een verpletterende totaalervaring. Oathbreaker speelt meer dan een mix van razendsnelle d-beat hardcore en ultradonkere black metal, hun set is bijna innerlijke reiniging. Stukken boeiender dan de gemiddelde hardcoreband vandaag dus.

Tijdens Oathbreakers set komen zowel beuknummers van eerste plaat Maelstrom als de behoorlijk intense nummers van Eros|Anteros aan bod. Nummers opsommen haalt niet veel uit, bij Oathbreaker geldt de volledige set, waarin telkens het contrast tussen enerzijds ingetogen, meer atmosferische en hevige riff-meets-blastbeatstukken wordt uitgespeeld. Net dat maakt Oathbreaker live o zo verschroeiend. Zelfs de cleane vrouwelijke vocalen komen redelijk goed uit de explosieve geluidsmix. Voor de festivalgangers die Oathbreaker zichtbaar konden appreciëren was dit ongetwijfeld een speciale ervaring, want Oathbreaker is altijd een beetje duizelen.

Met Fucked Up stond er nog een atypische hardcoreband op de affiche, maar wel een die minder duister klinkt. Het zestal speelt een soort melodische, soms bombastische variant van hardcore punk. Maar vergis u niet: de nodige interactie met het publiek blijft uiterst belangrijk. Daarvoor is frontman Pink Eyes de geknipte frontman. Terwijl zijn vijf (!) muzikanten soms bijna stoïcijns de soms complexe songs afhaspelen, duwt hij tijdens het grootste deel van het optreden zijn dikke lijf in de voorste regionen van het publiek. Het enthousiast meegezongen “The Other Shoe” is een klein hoogtepuntje van een iets te weinig gevarieerde set. Fucked up was leuk, maar meer ook niet.

Deel twee van de grote nineties-nostalgia-show wordt in de Shelter verzorgd door legendarische hardcorepunkers Quicksand, die geen beetje exclusief op Pukkelpop staan. Zo exclusief en zo legendarisch dat het bijna niet anders kan of Eppo Janssen heeft een uurtje vrij genomen om dit concert te zien. We horen een uiterst strakke en straffe set vol klassiekers als “Head to the Wall”, “Fazer” en “Thorn in my Side”. In een tent vol nostalgische dertigers dus, die bij Quicksands vorige passage (in 1995) allicht iets heviger uit hun dak gingen. Al is het toch iets makkelijker volgen zonder stagedivers en crowdsurfers, zo’n concert.

Het Zweedse Cult Of Luna is net als zijn Amerikaanse tegenhanger Pelican het levende bewijs van de vegetatieve toestand waarin sommige, ooit trendsettende, post-metalbands zich vandaag bevinden. Vertikal, het laatste wapenfeit van Cult Of Luna, is dan wel geen barslechte schijf, net als bij hun Amerikaanse collega’s komt het slopende hard-versus-zacht-geheel live behoorlijk saai over. We houden van repetitieve en langdradige muziek, maar het moet blijven boeien. Waarom Cult Of Luna nood heeft aan twee drummers begrijpen we ook niet. Gelukkig voor de band blijft de helft van het publiek in The Shelter het hoofd sloom headbangen, wij kunnen een geeuw nauwelijks onderdrukken en denken dat een Deafheaven in The Shelter niet had misstaan. Misschien iets voor volgend jaar, Eppo?

In The Shelter werd ondertussen wat nostalgisch gebeukt op Filter, een volledig in het zwart uitgedost kwartet uit Cleveland, dat in het putje van de jaren negentig met “Hey Man Nice Shot” zijn plaats wist te veroveren. Frontman Richard Patrick gaf zelfbewust tijdens het concert aan dat het nummer hen lanceerde in de muziekwereld. “I’ve been doing this ever since”, gromde hij nog voor alweer een loodzwaar en kwaad nummer de tent werd ingestuurd. De bandleden zagen er zo strak uit — een gezamenlijk BMI van onder de 20 schatten we — dat we hen wilden wijzen op de aanwezigheid van de vele eettentjes.

Het publiek (er waren behoorlijk wat NIN-fans binnengewaaid) lustte het wel, ging mee in de kwaadheid van Patrick (ook hier bleek fuck of een variant ervan het geliefkoosde stopwoord), gaf de nieuwe nummers van The Sun Comes Out Tonight meer dan een kans en liet de boel ontploffen bij afsluiter “Hey Man Nice Shot”. Prima concert, al moest je voor variatie en nuance elders zijn.

Van nuance was evenmin sprake bij Lamb Of God, de op papier grootste metalband in The Shelter die zorgde voor hét metalfeestje van Pukkelpop 2013. Akkoord, de muzikanten geven soms de indruk iets te veel op automatische piloot te spelen en voor niet-kenners mag het groovy gebeuk soms wat variatieloos klinken, zanger Randy Blythe en co blijven grootse sfeerbrengers. Resultaat: bijna een uur lang is de tent een kolkende moshpit. De band lijkt wel verheugd om opnieuw op Europese podia te staan, nadat het vorig jaar noodgedwongen zijn tournee moest onderbreken — Rythe was in Tsjechië verantwoordelijk voor een dodelijke val van een concertganger en werd daarvoor opgesloten. Ook het publiek, dat zich als woedende beesten gedroeg, had er duidelijk zin in. Logische hoogtepunten zijn dan ook de klassiekers “Ruin”, “Laid To Rest” en “Redneck”. Zaterdag 11 januari staat alvast in onze agenda aangevinkt, want dan komt Lamb Of God naar de AB.

“Hello Holland”, grijnst Opeth-brein Mikael Akerfeldt The Shelter toe met een eerste staaltje van de licht-cynische humor die hem zo kenmerkt. En die z’n bindteksten maakt tot de beste die vandaag op een podium te horen zijn. “We’re not consistent with genres”, vat hij de essentie van Opeth in één zin samen, “this, for example, is something lullabyesque”, waarna de verwoestende metaltornade “Ghost Of Perdition” losbarst. Kijk, dat is Opeth: zich geen hol aantrekken van genres of hokjes, en voor Akerfeldt is metal vandaag meer dan ooit een middel in plaats van een doel. Dat blijkt uit een set die de jazzy-psychedelische windrichting sinds laatste plaat Watershed in de verf zet. Tussendoor mag er ook eens gebeukt worden met klasbakken “Deliverance” en “Blackwater Park”, die met duizelingwekkende tempo- en genrewisselingen liefhebbers ver buiten de metalwereld al jarenlang aanspreken. U nog niet? Vort, dan. U heeft nog veel strafs te ontdekken. Opeth op Pukkelpop was wederom secuur en een deugddoende mep op de muil. De vermoeidheid na een uitputtende driedaagse werd vakkundig uit de oren geramd zodat we veilig naar huis konden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 1 =