PUKKELPOP 2013: Beats & Pieces :: Donderdag 15 augustus

Goed, doorgaans krijgen vooral Main Stage, Marquee en Club onze aandacht, maar desalniettemin schoten uw verslaggevers ook heen en weer tussen de rest van de tenten die Pukkelpop rijk is. Resultaat: een losse greep stukken en brokken uit Dance Hall, Castello en Wablief?.

De vette vijftien van Pukkelpop:

Wie meer Pukkelverslag wil, klikt voor de langere verslagen van de vijftien beste concerten hieronder.

De afknapper

Waar begint een mens daarmee? In de Dance Hall, waar Charli XCX wulps, jong en extreem poppy staat te wezen. Het jonge zangeresje brengt geestige danspopsongs die dankzij donkere synthklanken en een drummer die de clichés af en toe weet te ontwijken, best lekker weg luistert. Ver van alle oververhitte studiofilters, mogen enkele songs zowaar zonder veel blozen naast die van pakweg Robyn liggen, al neemt de Britse ook wel af en toe een loopje met de gangbare toonladders. Bovendien laat ze het publiek vrolijk meezingen met “I Want It That Way” van The Back Street Boys (ja, die), en singles “I Love It” (van Ikona Pop, dat XCX schreef) en “Grins” krijgen de voetjes ook van de grond. Plots beseffen we dat we toch wel al een dik half uur naar een slettig dansende 21-jarige hebben zitten kijken: dan moet er muzikaal wel wat aan zijn. Anders krijgen we het thuis nooit uitgelegd.

Godallemachtig, voor een eerste kennismaking was de geheimzinnige elektronica-act Vuurwerk behoorlijk indrukwekkend. Het Brusselse duo bracht begin dit jaar een nieuwe EP uit op Dandelion Lotus Records, en we raden fans van Mount Kimbie, Four Tet en Burial aan die zo snel mogelijk te beluisteren. Vuurwerk heeft alles voor een intiem post-dubstepconcert: diepe bassen, dromerige synths en meeslepende visuals. Elektronische muziek balancerend op de rand van kunst en sfeer: zo hebben we het graag. I Love Techno zou er niet slecht aan doen wat meer acts van dit kaliber te programmeren.

Achter Lowell, het meisje dat in de Castello weinig om het aanminnig lijf staat te hebben, gaat blijkbaar Apparatjik schuil: dat is een supergroep die bestaat uit leden van A-Ha, Coldplay en Mew. Die zijn vandaag niet mee met de blonde Canadese, wel een stel blozende jongelingen. Samen zetten ze een set neer die misschien nét dat tikje te atmosferisch is, en waarin de geluidsmix niet echt optimaal staat afgesteld. Lowells stem klinkt daardoor vaak iets te schel om aangenaam te zijn, en zelfs al vermoeden we af en toe een bloedmooie melodie, in deze omstandigheden komt die niet tot zijn recht. Gemiste kans.

Vlaanderen heeft zijn eigen The xx. Ze hebben nog niet zulke straffe nummers, maar wel al een naam: Float Fall. Sinds single “Someday” de radio en het internet veroverde, nam de belangstelling voor het duo toe. Dat resulteert in een flink gevulde Wablief?!-tent, waar het tweetal zijn rustige, elektro-akoestische droompop op het publiek loslaat. We horen een cover van Korgis (“Everybody’s Gotta Learn Sometime”) en een handvol nieuwe nummers (“Shiver”, “Castles”), maar we missen toch dat extraatje dat lichtende voorbeelden The xx of James Blake zo uniek maakt. Laat dit duo alsjeblieft nog wat wandelen voor u hen dwingt voortijdig te lopen.

AlunaGeorge bracht zijn eerste nummers uit op het label Tri Angle, dus moest labelfan (mba) wel richting Dance Hall om te zien of de band de hype waard is. Intussen verhuisde het Britse duo echter naar Universal, en werd een debuut uitgebracht dat veel te veel nummers telt. De set van Aluna Francis en George Reid biedt vandaag echter genoeg diepgang en variatie om te boeien. “Your Drums, Your Love”, “You Know You Like It”, “Lost & Found” en “Attracting Flies” behoren tot de beste popnummers van het jaar. We zien Charli XCX in de coulissen uit haar dak gaan tijdens “White Noise”. Van zo’n nummer kan zij voorlopig helaas enkel dromen.

De metalliefhebber in (lh) liet Nine Inch Nails aan de anciens op de weide over voor de Wevelgemse trots Steak Number Eight, die bij aankomst in een snikhete Wablief?!-tent al van jetje staat te geven. Zanger-gitarist Brent Vanneste toont zich tijdens meer rockende hits als “Black Eyed”, “Dickhead” en “Pyromaniac” opnieuw een indrukwekkende frontman. Meer dan een luidruchtige schreeuw en een zoveelste vuile riff had hij niet nodig om het publiek op te fokken en zo uitzicht te hebben op een gigantische moshpit — we hadden het graag even van op het podium gezien. Iets meer nieuwere nummers waren welkom geweest, maar ook (lh) laat het beest in zich los tijdens de nummers van de debuutplaat van het nog steeds piepjonge viertal en lapt het crowdsurfverbod maar al te graag aan zijn laars. Steak Number Eight brengt zelfs vuurwerk en confettikanonnen mee; ongezien in de kleine Wablief?!-tent. Vlaanderen wordt nu echt te klein voor de West-Vlamingen, die Europa definitief mogen veroveren. Minister Schauvliege, geef die mannen dringend eens wat subsidies!

Trapmuziek, die energieke kruising tussen dubstep en kale hiphop, bestaat dat nog? Op de trein op weg naar Kiewit lazen we in de Humo dat zelfs Stromae er zijn nieuwe plaat mee zou vullen. Nou, moe. Met Baauer wist Pukkelpop de artiest te strikken die dat genre wereldwijd verspreidde met zijn “Harlem Shake”, maar wij zoeken een antwoord op onze vraag bij TNGHT. Achter die vijf letters gaan de schot Hudson Mohawke en de Canadees Lunice schuil, en vanavond laten beide producers horen dat trap wel degelijk nog steeds springlevend is. Ratelende ritmes, bassen zo diep als de man van Lesley-Ann Poppe in de problemen zit, en liters zweet vullen de Dance Hall. De invulling van de Dance Hall verloopt al even kaal als de muziek; geen visuals, geen licht in de tent en de zijschermen staan af. De nummers zijn vermomd als splinterbommen. “Bugg’n”, “Higher Ground” en het voor Kanye West geproducete “Blood On The Leaves” worden stuk voor stuk met precisie afgevuurd. Laat die debuutplaat maar komen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 1 =