Juan Atkins & Moritz von Oswald :: Borderland

Als twee techno-iconen in een studio postvatten en hun krachten bundelen, dan lijkt dat op papier als FC Bayern München en FC Barcelona die hun dreamteam samenstellen, Jesse James en John Dillinger die samen een bankoverval beramen, Albert Einstein en Stephen Hawking die de geheimen van het heelal ontsluieren, Mila Kunis en Pippa Middleton die hun afgetrainde lijven aanbieden voor een stomende pot trioseks met yours truly, …. euh … , sorry, we lieten ons even meeslepen.

Soit, het zijn uiteraard niet van de minsten, die peetvaders van de techno: de 50-jarige Atkins schudde samen met Kevin Saunderson en Derrick May als de Belleville Three aan de wieg van de technomuziek, Moritz von Oswald, ook al een halve eeuweling, moet u vooral bekend zijn van Basic Channel (met maatje Mark Ernestus), Rhythm & Sound en Maurizio. En ze kenden al een gezamenlijke voorgeschiedenis die meer dan 20 jaar geleden begon, deze technoveteranen uit Detroit (Atkins) en Berlijn (von Oswald). Moritz von Oswald had de hand in een aantal releases van Model 500, een Atkins-projectje; Atkins van zijn kant ging in zee met von Oswald en met ouwe getrouwe Thomas Fehlmann in 3MB, dat killernummers als het krankjorume “Jazz Is The Teacher” en weelderige “Die Kosmischen Kuriere” opleverde.

Met Borderland krijgen we een meer ingetogen Atkins en von Oswald op ons bord maar genoeg met de ronddepotdraaierij: de alliantie Detroit-Berlijn valt ferm tegen. Het begint al met het in nevelen gehulde “Electric Garden”, dat aanvankelijk een korte machtsstrijd tussen verveling en opwinding uitvecht, maar waarbij de dorre eentonigheid het uiteindelijk moeiteloos haalt. Het zit zo: “Electric Garden (Jazz In The Garden Mix)”, “Electric Dub”, “Electric Garden (Original Mix)” en het naar funk neigende en spacey “Mars Garden” beslaan meer dan de helft van het album maar zijn in feite versies van eenzelfde nummer. Ondanks de subtiele variaties (de schuchtere jazztrompet in de “Jazz In The Garden Mix”) is dit des Guten zu viel.

Het maakt het album te uitgesponnen en te repetitief en de effectjes (nachtelijke krekelgeluiden, een vinnig basriffje dat kringetjes draait, de spookachtige en bijwijlen broeierige synths) gaan na verloop van tijd al snel enerveren. Als plaat is Borderland te weinig dwingend, het duurt allemaal veel te lang eer er schot in de zaak komt. Pas na meer dan twintig minuten stuwen de iets kwiekere drums in “Footprints” het album voort maar al bij al lijkt het erop alsof beide heren bij momenten even de studio verlieten om een broodje smos te halen en de machines hun gangetje lieten gaan. Slechts anderhalve keer kunnen ze het toch: de bevreemdende outro “Afterlude” verdient een terloopse vermelding, maar de klapper op Borderland is “Digital Forest”, een track die schoorvoetend binnenkomt om dan aan te zwellen tot een knetterend feestje van overrompelde beats en tintelende hi-hats.

De stad Detroit werd onlangs failliet verklaard en voor Berlijn is het ook al geen vetpot. Borderland twijfelt tussen uitzichtloosheid en hoop, tussen valavond en ochtendgloren en luistert dan ook wel als een album met een zweem naar melancholie. Het neemt echter niet weg dat de samenwerking tussen Atkins en von Oswald uitzitten een vermoeiende onderneming is. Bezieling en vervoering zijn de grote afwezigen en het gebrek aan inspiratie valt op, het ziet ernaar uit dat de oudgedienden Atkins en von Oswald elkaar vaak in de studio met een “wat nu gezongen”-blik in de ogen hebben aangekeken. Neen, van een – oops, we did it again -, verzengend triootje is geen sprake. Borderland is niet meer dan wat onbezield droogneuken met – verdomd als het niet waar is –Joke Schauvliege in een negligé in gedachten. Such a shame.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − zeven =