Dez Mona :: “Als we nu één ding doen, dan is het niet voor minder kiezen.”

Eind vorig jaar wist Dez Mona ons alweer positief te verrassen — niet dat we anders van hen verwachten — met langspeler nummer vijf, A Gentleman’s Agreement. Grootste nieuwe element op de plaat was de toevoeging van niet één, maar wel twee gitaren en evenveel gitaristen(!). Nu de zomer stilaan lijkt aan te breken, en ditmaal echt waar echt, leek dat de Heren dan ook het ideale moment om de power die dat met zich meebrengt los te laten op het zonovergoten, uitverkoren plebs. Hoog tijd dus om frontman Gregory Frateur eens aan de tand te voelen over de stand van zaken in Muziekland, en de plaats van Dez Mona daarin.

enola: Ik was onlangs in Noeveren, en kwam daar voorbij “Steenbakkerij Frateur”. Enige relatie?

Gregory Frateur (zanger): “Nee, nee, nee, nee… Noeveren is een deelgemeente van Boom, en daar heb je wel meerdere Frateurs. En met die familie van de Steenbakkerijen hebben wij niets te maken. Misschien als je heel ver teruggaat, maar volgens mij komt Frateur nog altijd van Frater. En er zijn dus nog meerdere families Frateur, en zeker in die omstreken.”

enola: Je komt uit die omgeving, maar je leeft al enige tijd in Antwerpen. Hoe is de sfeer daar de laatste tijd, en dan vooral in het kader van de recente beslissing van het stadsbestuur om draconisch te snoeien in de subsidies voor de sociale en culturele sector? In welke mate voelt een groep als Dez Mona, die toch niet de meest radiovriendelijke muziek maakt, dat?

Frateur: “In eerste instantie zijn het natuurlijk de stedelijke subsidies waar ze in geschrapt hebben, en daar hebben wij, rechtstreeks alvast, niets mee te maken.”

enola: Ook niet wat betreft het booken van optredens, enzo?

Frateur: “Goh, kijk, ik ben sowieso geen voorstander van het schrappen van subsidies op het gebied van cultuur. Dat zijn de plekken waar wij onze muziek kunnen laten horen en waar de mensen naar ons kunnen komen luisteren, dus hoe meer middelen zo’n instanties krijgen, des te beter voor ons. Het is natuurlijk heel jammer dat het op zo’n drastische manier gedaan wordt dat vooral de kleinere huizen daar heel erg onder leiden. Net zij die het het meeste nodig hebben. Ik moet direct denken aan organisaties zoals Tutti Fratelli, die toch wel heel belangrijke dingen doen op gebied van theater met verstandelijk gehandicapten en armen, en dergelijke meer. Dus ja, in die zin is het toch belangrijk dat zo’n organisaties gesteund worden, maar daar blijkt het standsbestuur anders over te denken. Ik weet ook nog niet waar dat naartoe zal gaan. Ik denk dat we ook vooral niet te snel op ons paard moeten zitten, bij wijze van spreken. ‘t Is alvast geen goed signaal, dat is wel één ding.”

enola: Daar zijn we het dan over eens. Je hebt eens gezegd dat jullie muziek staat voor een protest tegen de vervlakking van de maatschappij.

Frateur: “Ja, dat zal altijd zo blijven.”

enola: Heb je het idee dat die missie geslaagd of gefaald is?

Frateur: “Maar er is geen missie, dat is wat wij doen. Allez, in die zin is er wel een missie, maar een missie valt of staat niet. Dat is iets dat wij altijd zullen blijven doen en bij één enkele ziel kunnen wij daar misschien iets aan veranderen, bij vele anderen niet. Maar ik denk dat we als kunstenaars verantwoordelijk zijn om die vraag te stellen binnenin een samenleving. Of toch die vraag te doen stellen bij zichzelf. Dat doen wij aan de hand van poëzie, dat is iets emotioneels. Als ik mensen kan beroeren of ontroeren, dan is dat omdat er vaak een herkenning is of iets dat opgewekt wordt bij mensen. Dat kan heel veel verschillende facetten hebben. Ik kan alleen maar zeggen dat ik altijd vanuit mezelf kijk naar buiten en dat probeer te vertalen binnen wat wij doen. Maar dat zal altijd zo blijven.”

enola: Stijn Meuris liet zich onlangs welgevallen dat Dez Mona in een rechtvaardige wereld aan de absolute top zou staan. Is de wereld volgens jou rechtvaardig? En je mag de vraag interpreteren naar believen.

Frateur: (lacht) “De wereld is niet rechtvaardig.”

enola: Kort maar duidelijk antwoord. Iets totaal anders, nu. De cd-voorstelling van Hilfe Kommt was in de AB Club, die van A Gentleman’s Agreement in de AB Box. Is de volgende in de grote zaal, denk je? Zit er een stijgende lijn in?

Frateur: “Er zit sowieso een stijgende lijn in. Ik denk dat we ook als groep meer en meer weten wat we willen doen. Je bent constant aan het zoeken. Wij maken in eerste instantie muziek. Sinds Pursuit Sinners, onze eerste plaat, hebben we dat geregistreerd, en proberen we meer en meer concerten te doen. Nu, die meer en meer concerten, dat is iets waar je het over kan hebben. De vraag is: een groep als Dez Mona, past het dat die bij wijze van spreken zoals Daan, waar ik ook mee getourd heb, tijdens de zomer 60 à 70 keren speelt op festivals? Ik denk het niet. Ik denk dat onze muziek een ander element is binnen muziek in het algemeen. Wij hebben op een bepaald moment besloten dat we buiten dat element van Vlaanderen moeten kunnen treden en buiten de grenzen van België, en dat is vooral ons doel. Wij zijn op dit moment enkel en alleen nog maar gegroeid in Vlaanderen. De komende jaren is ons doel op dit moment om te investeren in het buitenland. Dat hebben wij in het verleden te weinig gedaan. We hebben te veel gefocust op Vlaanderen, omdat dat binnen handbereik ligt. En dat is ook ergens logisch binnen het groeien van een groep. Ik denk dat we onszelf de beperking moeten opleggen om minder op te treden, maar daardoor de kans te creëren om op schonere plekken en volle zalen te spelen en op een bepaald moment voor een volle AB te kunnen spelen. Tot nu toe lukt dat, stilletjes aan.”

enola: Wat betreft dat groeien in het buitenland: voor deze zomer staan er twee optredens in Nederland geprogrammeerd. Hoe doet Dez Mona het daar?

Frateur: “In Nederland is het in die zin een vreemd verhaal, omdat wij daar met onze tweede plaat, Moments of Dejection or Despondency, redelijk veel gedaan hebben, en altijd positief. Vanaf dat moment is het eigenlijk alleen maar the way downhill geweest. Daar proberen we nu verandering in te brengen, omdat wij absoluut overtuigd zijn dat de mensen die naar ons zijn komen kijken in het verleden ons opnieuw willen zien, we moeten enkel de kans daartoe krijgen. En ook daar, om het even terug over de politiek te hebben, hebben de zalen het absoluut niet makkelijk, integendeel. Maar die zalen staan daar voor open, en de programmatoren ook. Als zij de kans krijgen, dan krijgen wij die ook en daar ben ik heel blij om. Maar daar moeten wij als groep voor werken, wat logisch is.”

enola: Je hebt ook gezegd dat jullie binnen Dez Mona geen concessies willen doen om een groter publiek te behagen. Maar op jullie nieuwe plaat zijn er al twee gitaren bijgekomen, wat voor een vollere, meer rockende sound zorgt. Is dat toch geen kleine knieval, of toch een uitgestoken hand naar grotere podia of grotere publieken?

Frateur: “Moest dat de keuze geweest zijn, dan ben ik het volledig met je eens, maar dat was een artistieke keuze. Ik beschouw dat als een natuurlijke evolutie. Daarmee bedoel ik dat wij nog altijd plannen om opnieuw een duoplaat op te nemen met enkel contrabas en stem, en wij plannen nog altijd om een vervolg op Sága te schrijven. Er komt zeker ook, in eerste instantie, een vervolg op A Gentleman’s Agreement, aangezien we nu in die trip zitten. Maar dat sluit niet uit dat wij die diversiteit blijven opzoeken, aangezien wij die gezichten allemaal dragen. Die zijn niet weg ofzo. Ik denk eerder dat deze plaat ook een reactie was op Sága. Ik had de nood, samen met de groep, en dan in eerste instantie met Nicolas en Roel, om terug een gebalde plaat te schrijven die meer aanleunt bij Hilfe Kommt, maar nog minder bij de uitgerekte, apocalyptische ballades, en te zien hoe ver dat we daar mee geraakten. En de gitaristen waar we toen voor gekozen hebben zijn nu ook niet de meest poppy muzikanten. Dus dat zijn ook wel keuzes waar wij heel hard achter staan en waarvan wij vinden dat dat klopt binnen Dez Mona. Maar die vrijheid van keuzes op artistiek vlak zullen wij altijd blijven behouden. Ik denk niet dat er op welk moment dan ook een platenfirma ons zal kunnen beïnvloeden binnen onze artistieke keuzes. Ik denk dat dat onze kracht is, om onze eigenheid te bewaren.”

enola: Tijdens jullie optredens staat er de laatste tijd een digitale piano op het podium, weggemoffeld in een akoestisch meubel. Wie zijn idee was dat?

Frateur: “Ik denk dat dat mijn idee was (lacht). We waren daar al langer over bezig. We hebben altijd, ook in onze akoestische sets, problemen gehad om de akoestische piano, ook al draagt die onze voorkeur, er muzikaal bovenuit te krijgen. Om ook nog eens een schoon gebalde sound neer te zetten binnen de muziek die we schrijven. En met deze plaat kon dat niet anders dan door te kiezen voor een elektrische piano. Maar ik vind zo’n digitale piano op van die metalen pootjes zo lelijk dat ik op een bepaald moment in de Kringloopwinkel een kapotte piano heb gekocht voor € 50. Een vriend van mij heeft die volledig leeggehaald en omgebouwd, zodat onze digitale piano daar perfect in past en op podium net meer die Dez Mona-sfeer heeft.”

enola: Over rekwisieten gesproken : je zong vroeger altijd in een Sennheiser MD-441 microfoon. De laatste tijd doe je dat niet meer. Spijtig, want dat is een prachtig ding.

Frateur: “Ja, dat is een prachtig ding, maar ook daar weer… Kijk, op een bepaald moment werk je rond klank. Dat is een deel van muziek en je probeert daar zo veel mogelijk op zoek te gaan naar wat wij vinden, en ik vind, dat klopt. Binnen wat wij nu de laatste tijd aan het doen zijn, past de sound van die micro gewoon niet meer. Dat sluit natuurlijk niet uit dat als ik in de toekomst een performance met Nicolas doe en dergelijke, dat altijd door de 441 is, dus het is niet dat dat weg is, maar voor deze tour… Weet je, dan moesten we voor minder kiezen, en als we nu één ding doen, dan is het niet voor minder te kiezen en vooral voor meer te blijven gaan.”

enola: Voor de toekomstige optredens staan er een hele hoop in open lucht geprogrammeerd. Vind je dat leuk, of speel je liever in een zaal? Is het niet lastiger, zeker met jullie muziek, om dan een connectie aan te gaan met het publiek?

Frateur: (beslist) “Nee. Ik heb daar niet meteen een probleem mee. Vorig jaar hebben wij Sága opgevoerd op de Gente Feesten. Wij dachten allemaal van ‘dit wordt de grote mislukking’. In zekere zin hadden we daar het principe dat dat sowieso niet in open lucht kon, maar wij hebben die zomer drie keer in open lucht gespeeld denk ik, en dat bleek fantastisch te werken. Natuurlijk, dat is stille muziek, dus mensen die hun mond niet kunnen houden zullen dat altijd overstemmen. Maar voor ons bleef het wel de intensiteit behouden. Langs de andere kant, met A Gentleman’s Agreement lukt dat wel aardig om die open lucht sound krachtig genoeg voort te brengen.”

enola: Wat is jullie houding als groep tegenover al die mensen die tegenwoordig tijdens een optreden hun Facebook liggen te checken, filmpjes liggen te maken, mailtjes liggen te lezen, etc.? Stoort jullie dat, of zien jullie dat zelfs gewoon niet?

Frateur: “Ik weiger mijzelf daar aan te storen. Dat is gewoon part of evolution, daar kunnen we niet meer van los. ‘t Is niet dat we kunnen zeggen: we schrappen Facebook, we schrappen Twitter, we schrappen die vluchtige meningen en desinteresse. Ik denk dat we vooral onze muziek moeten blijven maken. Ik vind dat heel jammer dat er zo’n vluchtigheid is opgetreden waardoor er veel mensen niet meer durven zichzelf onder te dompelen in muziek, tenzij er een zware beat uitkomt en je het zelf niet meer kunt overstemmen, maar ik heb niet het gevoel dat we daar per definitie iets aan kunnen veranderen. Maar ik geloof niet alleen in die mensen. Ik geloof vooral in het feit dat er nog altijd mensen zijn die wel van muziek houden, en daar in de beste omstandigheden willen naar proberen te luisteren. Afgelopen weekend hebben wij bijvoorbeeld opgetreden op Grensrock. An sich een fijn, gratis festival. Maar daar zeg ik het al, het was een gratis festival, dus dat was tegelijkertijd een soort van streekfeest waarop natuurlijk niet alle mensen specifiek voor de muziek komen. Dat maakte dat wanneer wij een ballad speelden, je die mensen wel hoort babbelen. Maar ik moet daar eerlijk in zijn dat ik mijzelf daar niet meer aan kan storen. Vroeger misschien wel, en in een zaal zal ik mij daar wel aan storen, maar als ik mij daar binnen zo’n context aan begin te storen, dan kan ik mijn muziek niet meer brengen. Mijn passie is muziek, en zolang ik die heb, denk ik dat ik als artiest gewoon binnen in mijzelf moet keren, en geloof ik in het feit van het overbrengen, en de kracht en de emotie van die muziek, en dat vooral de mensen die wel willen luisteren daar last van hebben. Daar ben ik van overtuigd. En dat is heel erg. Maar ik vind dat een heel moeilijke denkoefening. Ik kan alleen maar zeggen dat ik dat zelf niet fijn vind, maar ik denk wel dat dat de wereld is waar we nu in leven, en ik denk dat het nog altijd een keuze is van de persoon an sich om te beslissen of ze luisteren naar de muziek of niet. Gewoon een beetje elementaire beleefdheid zou welkom zijn.”

enola: Bedankt, dat vind ik ook. Laatste vraagje als uitsmijter: hoeveel schat je dat ik voor je gsm- nummer zou krijgen op eBay?

Frateur: (schaterlacht) “Ik denk dat, als je een beetje handig bent met computers, je dat ook gewoon gratis kunt vinden.”

enola: Hierbij is mijn bijkomende bron van inkomsten dus al meteen van de kaart geveegd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × twee =