DOUR: Jacco Gardner :: ”Mijn muziek een kopie van de jaren zestig? Ik weet wel beter”

Met Cabinet of Curiosities verscheen begin dit jaar een van de mooiere debuutplaten uit de Lage Landen. Jacco Gardner, het muzikale brein achter het album, leek niet vies van enige sixties-sentimenten. Al is dat vooral de mening van de buitenwereld, zo blijkt.

De jongeman houdt er niet van dat zijn muziek afgedaan wordt als nostalgisch, maar het valt niet te ontkennen dat hij op dreef raakt als het gaat over vintage beeld en geluid. Een beetje contradictorisch, misschien. Maar misschien is het gewoon de opwinding: Garder staat letterlijk aan de vooravond van een Europese festivaltour.

Jacco Gardner: “Morgen vertrekken we, ja. Het is vooral veel voorbereiden vanavond: spullen inpakken, dat soort dingen.”
“Het is ook niet de eerste keer. We waren al eens in Engeland, bijvoorbeeld; dat helpt wel tegen de zenuwen. De reacties ginds zijn positief. Het verschilt natuurlijk een beetje van waar we spelen, maar in Londen is het iedere keer al goed geweest. Verder hebben we daar op nog niet zoveel plaatsen gespeeld. Het wordt nu de eerste keer dat we wat meer van Engeland gaan zien. Ik ben echt heel benieuwd hoe het zal worden.”

enola: Had je dit een jaar geleden durven dromen?
Gardner: “Ja, zeker wel. Het was echt een droom van me, dat dit zou gebeuren. Wat ik aan het doen was, vond ik niet slecht. Ik geloofde er zelf in. En ben dus blij dat het goed gaat.”

enola: Het succes dat je nu te beurt valt, is met je eigen band. Maar daarnaast zijn er ook nog Moss en Lola Kite, twee hier minder bekende projecten. Wat is daar het verhaal achter?
Gardner: “De bassist van Moss zit nu bij mij, ook op bas. En Lola Kite is het project van dezelfde bassist. Ik heb zelf een tijdje bij die band gespeeld, om hen te helpen nadat ik hun album geproducet had. Ze zochten een extra hand om die nummers live te brengen, voor toetsenpartijen en dergelijke, maar na verloop van tijd had ik gewoon geen tijd meer. En de shows van Lola Kite, daar ging het ook niet heel hard mee. Mijn plaat was op dat moment net klaar en begon wat te lopen, dus op die manier ging alles automatisch naar daar over.”

enola: Je komt uit Hoorn, dat klinkt niet echt heel rock-‘n-roll?
Gardner: “Het is net nog niet in Friesland, eigenlijk hoort het bij Noord-Holland. Het ligt ten noorden van Amsterdam. Ik kom uit een klein dorpje in de buurt van Hoorn. Samen met Amsterdam en Rotterdam was dat vroeger een belangrijke handelsstad met een haven.”
“Er is een muziekschool in Hoorn, waar op zich veel gebeurde, en daar heb ik wel mensen ontmoet. Bijvoorbeeld Joost, de drummer, heb ik leren kennen via de muziekschool. Na een tijdje ontdekten we dat we beiden van Pink Floyd hielden en zo zijn we steeds meer samen gaan werken aan dingen, van het een kwam het ander.”

enola: Hoe komt iemand die in de jaren 2000 opgroeit eigenlijk bij Pink Floyd terecht? Hun laatste wapenfeit ligt al lang achter ons.
Gardner: “Ik was altijd op zoek naar muziek die je naar een andere wereld meenam. Toen ik Syd Barret hoorde, via de vader van een goeie vriend van mij, was ik meteen hooked. Toen ik er achter kwam dat hij dat niet alleen deed, maar dat de jaren zestig voor een groot deel in het teken stonden van dat aspect van fantasie, surrealistische en psychedelische wereld, toen moest ik alles uitzoeken. Via het internet ontdekte ik almaar meer interessante muziek.”

enola: Vond je dat dadelijk boeiender dan hedendaagse muziek? Want het is toch niet evident om terug te grijpen naar muziek van bijna een halve eeuw geleden.
Gardner: “In tijden van het internet maakt het niet meer uit of iets nieuw of oud is. Je komt het tegen op YouTube en voor de luisteraar die het ontdekt, is het even nieuw als een nieuwe release. Het gaat om de ervaring van het ontdekken ervan. Als je iets ontdekt dat je ervaart, is dat hetzelfde als dat je iets nieuws tegen komt. Het maakt voor mij totaal geen verschil of iets nieuw of oud is, als je het maar ontdekt. Ik luister naar de muzikale content, wat ik in de muziek van toen vind, vind ik niet in de muziek van nu.”

enola: Je krijgt ook vaak een jaren zestig etiket opgekleefd, word je dat niet beu?
Gardner: “Als mensen mijn muziek simpelweg wegcijferen als een kopie van de jaren zestig, dan is het voor mij een soort van bewijs dat ze niet helemaal begrijpen wat ik er mee wil zeggen. Ik zie mezelf wel als een expert op het gebied van de jaren zestig en ik kan wel aanwijzen wat er allemaal uniek en nieuw aan is. Ik weet dus zelf wel beter. Ik hou trouwens ook van nieuwe dingen, ik hou vooral van dingen die nog niet gedaan zijn, van experimenteren, van combinaties maken tussen nieuwe en oude dingen.”

enola: Veel mensen luisteren echter naar muziek zonder dieper na te denken over wat het anders maakt dan iets anders. Zo zal velen het nieuwe toch ontgaan.
Gardner: “Ik maak niet enkel muziek voor mensen die alleen The Beatles kennen, die als ze dan iets horen dat met productie-aspecten of qua songwriting overeenkomsten heeft met The Beatles of duizend andere bands die ze misschien niet kennen, meteen zeggen dat het een kopie is van The Beatles. Ik vind het ergens wel jammer, maar er is niet veel dat ik daar aan kan doen. Het is niet mijn probleem.”
“Ik merk ook dat veel mensen het wel begrijpen. Dat geeft me zoveel energie en motivatie om dit te blijven doen. Mensen vinden het vaak ook leuk, dat ze er dingen in herkennen. Daar heb ik een beetje een dubbel gevoel bij. Ergens vind ik het jammer, omdat het snel afgedaan wordt als iets nostalgisch, maar aan de andere kant vind ik het ook heel leuk dat het mensen meeneemt naar een wereld die ze heel fijn vinden.”

enola: Lok je dat nostalgische ook niet een beetje uit met de beelden die geprojecteerd worden tijdens de concerten? Die zijn immers ook behoorlijk oud.
Gardner: “Dat zijn zeker geen recente beelden, vaak zijn ze afkomstig uit de jaren twintig of zelfs jaren tien. We hebben naar dingen gezocht van de eerste filmmakers, want in die beelden zit vaak een soort magie die nu helemaal niet meer terug te vinden is en die iets heel unieks biedt. Wat er op te zien is, raakte me meteen. Dat is zoiets bijzonders dat het helaas nu niet meer te vinden is. Voor mij is het een eer om te gebruiken en fantastisch om te zien dat het bij mijn muziek past, die toch heel persoonlijk is.”

enola: Komt het unieke, of magische van die beelden, niet gewoon voort uit het feit dat ze zo oud zijn? Met andere woorden, gaan beelden van vandaag niet ook ooit hetzelfde effect hebben op mensen, gewoon omdat ze dan oud zijn?
Gardner: “Neen, dat denk ik niet. Het heeft te maken met de tijdsgeest van toen. Als je bijvoorbeeld de jaren zestig met nu vergelijkt, heerste toen heel erg het gevoel dat mensen niet wisten wat de toekomst zou brengen. Dat bracht een heleboel romantiek met zich mee, een soort futurisme. Dat is er niet meer, los van het nostalgische dat rond oude technologie hangt. Datgene wat je opneemt, wordt immers ook versterkt door de camera. Wat je nu filmt, zal niet hetzelfde zijn. Je kan niet zomaar de technologie kopiëren en iets oud laten lijken. Dan heb je niet meteen iets dat dezelfde magie heeft.”

enola: Daarom dat er vandaag nog zoveel oude technieken gebruikt worden?
Gardner: “Zeker. Ik vind het heel interessant om technologie van toen te hebben, die productietechnieken, en een andere weg in te slaan, die toen niet ingeslagen is, naar een soort parallelle wereld die niet bestaan heeft, maar wel altijd heeft kunnen bestaan. Dat vind ik een heel interessante gedachtegang, waardoor ik het ook heel fijn vind om met technieken uit die tijd te werken. Ik hoef me niet per se heel erg in die tijd te verplaatsen, omdat het sowieso wel bij me past, en ik op een natuurlijke manier dat soort muziek ga maken.”

enola: Hier is je album verschenen bij Excelsior, internationaal werd de release verzorgd door Trouble in Mind, een label uit Chicago. Hoe zijn zij bij jou terecht gekomen?
Gardner: “Internet, denk ik. Ik heb het hen eigenlijk nog niet gevraagd. Mijn eerste single heb ik met een filmpje online gezet en dat ging toen vrij hard, verschillende bladen en blogs hebben dat opgepikt. Trouble in Mind is nogal een specifiek label, met een eigenaar die zelf een liefde heeft voor het soort pop waar ik ook van hou. Dan vind je elkaar gewoon snel tegenwoordig, via het internet.”
“Ik kende het label ook helemaal niet toen ze me contacteerden. Voor mij was het enerzijds een eer dat ze me vroegen om mijn album uit te brengen, maar het was ook een openbaring om te zien dat er blijkbaar een label bestaat dat zich zo specifiek met die muziek bezig houdt.”

enola: Het album is dus ook in de VS uitgebracht?
Gardner: “Zeker! Hij is wereldwijd uitgekomen op Trouble in Mind. Het gaat goed, denk ik. Pitchfork enzo vinden het leuk, dus daar komt veel Amerikaanse aandacht van. Als we er zijn, zoals op South by Southwest, dan was er veel liefde voor de muziek van mensen die op één lijn zitten. Er komt momenteel veel neo-psychedelische muziek uit Amerika. Het leeft daar. We gaan in oktober terug, dan gaan we opnieuw touren in Amerika, ook aan de West Coast, waar we nog niet geweest zijn. Daar kijk ik enorm naar uit.”

enola: Komt er eigenlijk nieuw materiaal aan? Want dat is iets dat vandaag veel trager lijkt te gaan dan vroeger.
Gardner: “Ik ben wel wat met nieuwe nummers bezig. Er is nog geen heel nieuw album aan materiaal, maar langzaam komt er weer wat bij. Ik heb echter het gevoel dat er vroeger meer tijd verstreek voor er iets nieuws verscheen dan vandaag. Nu heb ik het gevoel dat als je twee jaar geen album uit brengt, dat je uit het oog verloren wordt door iedereen op het internet. Ik vermoed zelfs dat het medium album begint te verdwijnen en dat het beter wordt om het hele jaar door EP’s of losse nummers uit te brengen, zodat je zoveel mogelijk onder de aandacht blijft. Maar dat kan ik niet. En ik hou ook heel erg van het album-formaat, omdat ik het zie als één groot verhaal, een grote compositie met een begin en een einde.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − veertien =