Tunng :: Turbines

Geen noot stoot voor het hoofd, geen stem eist het hoge woord op. Tunng weeft op zijn vijfde plaat weer een aardig geluidstapijt, maar doet dat zo voorzichtig dat het soms moeilijk songs onderscheiden is. Turbines is een beetje mak.

Meer nog dan zijn voorgangers is dit een Tunngplaat op kousenvoeten. Eentje die zich zo beleefd opstelt, zichzelf zo wegcijfert tegenover zijn gastheren, dat je nauwelijks opmerkt dat hij er is. Dat maakt het moeilijk je er een beeld van te vormen; een beetje als dat immer gereserveerde meisje dat wel altijd lief lacht, maar waarvan je nooit echt zult weten wat ze denkt. Een taaie brok dus, maar gaandeweg kan je er wel van gaan houden. “Vriendelijk”; dat is het woord voor deze plaat.

Weg is dus het meer toegankelijke geluid van voorganger … And Then We Saw Land, waarop de groep zonder oprichter Sam Genders moest en dan maar van de weeromstuit een echte groepsplaat maakte, waarop de elektronica werd teruggedrongen ten voordele van “echte” instrumenten. Turbines draait die klok terug en omarmt opnieuw de beats en samples.

Nochtans is dit de eerste plaat waarvoor alle groepsleden gelijktijdig in de studio aanwezig waren. Kwamen ze vroeger voor hun partijen elk apart op audiëntie bij Tunngbazen Genders en Mike Lindsay, dan werd nu voor het eerst als een groep opgenomen. Kon ook niet anders: alle muzikanten wonen ondertussen verspreid — Lindsay is zelfs de liefde gevolgd naar IJsland — en dan is het handiger om gewoon een paar weken samen te hokken op één plek.

Wat moet u weten over Turbines? Dat het zich net als The Kinks’ Are The Village Green Preservation Society afspeelt in een fictief dorp. Met songs die over personages en concrete situaties handelen, knoopt de sfeer zo weer aan bij debuut Mother’s Daughter And Other Songs; de taal is mystiek, de verhalen bewasemd door toverij, de muziek lichtjes bezwerend. Zo is “By This” een prachtig zwevend heen-en-weerspel tussen Lindsay en zangeres Becky Jacobs waaronder de groep een bloedmooie melodie weeft, en drums gaandeweg de teugels in handen nemen; bijna een popsong, maar niet heus.

“The Village” begint dan weer met een drone waaruit ritmische folk komt aanzetten, en handclaps en allerlei percussieve elementen een feestelijk gevoel geven. “Follow Follow” doet het zelfs met behoorlijk stevige ritmes. Maar dat zijn twee uitschieters in een voorts wat gezapige pap: lekker, maar het smaakt allemaal hetzelfde. Meer dan “mooi” is het niet: akoestische folk, mooie samenzang, en daaronder wat knisperende beatjes. En niemand eist het spotlicht, of loopt een ander voor de voeten. Beleefd, we zeiden het al.

“Folktronica is dood, maar Tunng is gelukkig nog springlevend” juichte iemand op het internet. Beide stellingen zijn een beetje waar; het zou dus in het eigen groepsbelang zijn mocht Tunng zich wat meer in nieuwe richtingen gaan bewegen. Turbines is bij momenten weer ijzersterk, maar ook zo genuanceerd dat er geen smoel meer overblijft. Dan legt een mens al sneller het oude werk op, waarop de songs iets meer aanwezig waren. En dat kan niet de bedoeling van een nieuwe plaat zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + achttien =