Cat Power :: 26 juni 2013, AB

Op haar laatste plaat, Sun, maakte Cat Power een radicale ommezwaai: weg van de traditionele songwritersklanken naar een meer elektronisch universum. Dat was een moedige en weinig evidente zet. Live verviel de Amerikaanse zangeres helaas in oude kwalijke gewoontes.

Het heeft wat voeten in de aarde gehad, voor Chan ‘Cat Power’ Marshall dan toch in Europa raakte. Eerst zou ze in december de AB halen, maar een vieze ziekte stak daar een stokje voor. Toen kreeg de zangeres het financieel plaatje niet rond, en leek het er helemaal niet van te komen. Tot dan toch een oplossing werd gevonden. En zoals altijd was dat concert in een zucht uitverkocht.

Dat zegt veel over de populariteit van Cat Power, want haar livereputatie is op zijn minst schabouwelijk te noemen. Om maar even tien jaar Belgische concerten samen te vatten: verward en dronken (2003), weggeblazen door een te krachtige soulband (2006, haar beste passage tot nu toe), hopeloos verloren en aan de drugs (2007) en rommelig (2008). Hadden we redenen om beterschap te verwachten?

Ja. Met Sun bracht Marshall afgelopen najaar immers een ijzersterke plaat uit; eentje waarop ze alle teugels zelf in handen had genomen en haar muziek een afgekloven, hedendaagse feel had gegeven. “Eindelijk heeft ze haar leven na een moeilijke periode terug in handen”, denk je dan, maar nauwelijks een minuut ver in dit concert is die hoop al lang vervlogen: je moet al heel erg op de hoogte zijn van de setlist om in het incoherente gewauwel “The Greatest” te kunnen onderscheiden. In haar hoofd is deze drammerige versie misschien een spannende nieuwe interpretatie, wij vragen ons alleen af wat er gaande is. Is dit zatte Rita?

Dat dit concert in het kader van dat Sun staat, en haar ouder, melodieuzer werk grotendeels zal negeren, is te merken aan de band. Met een drummer én een percussionist ligt de nadruk op ritme. “Cherokee”, een van de sterkste nummers van die plaat, gaat echter al meteen kopje onder: dit is het soort song waarin een zangeres moet leiden, maar dat kan Marshall niet. Zij houdt zich amper staande te midden het geluid van haar band, en de klankman slaat een nagel bij in de doodskist met een mix die haar nauwelijks hoorbaar maakt.

Dit is een donkere en ruwe Cat Power, zoals ze zich nog nooit gepresenteerd heeft. Voor “Silent Machine” omgordt ze zelf de gitaar, en dat doet ze goed. Zo rockend heeft ze zich nog nooit aan de wereld getoond, en echt nodig was het daarom niet: het doet haar stem geen recht, en dat blijft toch haar grote troef.

Ondertussen danst Marshall houterig en ongemakkelijk over het podium: een klein meisje van 41 — akelig hard verouderd ondertussen — verloren in een grote boze wereld. “Manhattan” en “Human Being” passeren de setlist zonder veel opzien te baren. Het klinkt vaagweg oké, maar de focus is er nog niet. “King Rides By”, een vertimmerd oudje uit 1996, doet het met een monotone gitaar, en tegendraadse percussie; we prefereren het akoestische origineel.

Dit (leren) jasje staat Cat Power niet helemaal. Haar stem is er niet krachtig genoeg voor, en ze mist de présence om zo’n band van weerwerk te bieden. Het is dan ook geen toeval dat de onuitgegeven pianoballad “Bully” voor het sterkste moment van de avond zorgt. Ook “Angelitos Negros” van Pedro Infante krijgt na een harde, daverende intro, een warme versie die past.

Even valt alles op zijn plaats daarna. “3-6-9”, met zijn aardige hiphopritme, voelt licht aan. Het epische “Nothin’ But Time” krijgt een sterke versie mee. Jammer dus dat “I Don’t Blame You”, een van haar sterkste nummers van op doorbraakplaat You Are Free, een onherkenbare, dronken loungejazzversie meekrijgt, en “Metal Heart” weer wauwelend (Marshall) en drammerig (de band) is.

Wanneer Marshall de band de intro van “Shivers” minutenlang laat aanhouden vooraleer ze stommelend terugkeert, weten Cat Powerwatchers hoe laat het is: oei. En inderdaad: plots staat ze scherper, en een met loodzware bas aangezet “Peace And Love” laat horen wat dit optreden had kunnen zijn, had de zangeres ooit het begrip “focus” onder de knie gekregen.

Niet dus, helaas. De single “Ruin” laat nog eens horen dat het ook goed kan zijn, maar de onbeholpenheid waarmee Marshall op het podium staat, zegt alles: deze zangeres is zelf langzamerhand een beetje een bouwval aan het worden. Wat kunnen we dan anders doen dan “bitchin’, complainin'”? We zagen het ook liever anders, maar op deze manier lijkt het dat iemand in de entourage van de zangeres het licht moet zien, en beseffen dat het belangrijker is dat ze haar leven op orde krijgt, dan dat ze elke avond verloren loopt in een of andere concertzaal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + 7 =