Patti Smith :: 24 juni 2013, AB

“I came to Brussels, but not to eat waffles.” Neen, Patti Smith kwam gewoon nog eens langs om een rondje greatest hits te brengen. En dat klonk minder routineus dan die omschrijving doet vermoeden. Sommige artiesten zijn immers onverslijtbaar, zelfs al brengen ze niets nieuws meer.

Er zijn nog zekerheden in het leven, en Patti Smith is daar een van. Wordt het zomer, dan is de punkpoëte daar terug, op een festival naar keuze, of in de AB, die in examenmaand juni steevast inzet op kapitaalkrachtige babyboomers. Een echte Never Ending Tour is het nog net niet, maar je kunt er toch van op aan. Waarom ook niet, uiteindelijk? Sinds haar man, Fred ‘Sonic’ Smith, begin jaren negentig overleed, is er weinig dat haar nog thuis houdt. De kinderen zijn immers volwassen, en komen de laatste jaren gewoon mee op tour: zoon Jackson als haar vaste tweede gitarist naast rechterhand Lenny Kaye, dochter Jesse als occasionele toetseniste, zoals vandaag.

Dat Patti Smith wat ouder is geworden, dat spreekt voor zich. Ze moet al eens op adem komen, en de woeste bezetenheid van “Privilege (Set Me Free)” heeft plaats gemaakt voor waardige vastberadenheid, maar het vuur brandt nog steeds. Zelden hebben we haar zo in stand-upmodus gezien als vanavond. “Oh, dat is gewoon een aspirine. So later on I can say I’m on drugs”, grapt ze. En al die devote fanverzoekjes countert ze halverwege droog maar tegendraads: “Ik ga juist niets spelen. Ik ga hier gewoon debiliteiten blijven debiteren tot jullie pissig worden. En dan gaan we de boel afbreken. Enfin, back to work.” En ze zet “Ain’t It Strange” in.

We hebben op dat moment al een mooie, maar voorspelbare doorsnede van haar lange carrière gekregen. Openen doet ze met het vurige “Ask The Angels” van op Radio Ethiopia. Even verder en furieus horen we “Free Money”, na recenter werk als “In My Blakean Year” — voorafgegaan door een “I Came To Brussels”-improvisatie — en de bloedmooie ballad “This Is The Girl”, dat Smith schreef voor Amy Winehouse. Vanavond draagt ze wel meer op, trouwens. Een gemeen rockende Eddie Cochrancover “Summertime Blues” speelt ze voor haar goeie vriend Patrick Wolf, “Beneath The Southern Cross” is voor de doodzieke Nelson Mandela.

In de finale gaan de teugels helemaal los. Eerst in een lang uitgesponnen, almaar opzwepender “Land”; het centrale collagenummer van Horses waarin Smith al haar duivels ontbindt om dat naadloos te laten overgaan in haar punkversie van Thems “Gloria”. Geen fractie van een seconde kun je op dat moment aanvaarden dat deze dame ondertussen richting de zeventig gaat: dit soort energie vind je vaak zelfs niet bij beginnende groepjes.

Dochter Jesse verjaart binnen enkele dagen, maar verlaat de toer sneller. Smith wil er toch graag bij zijn, en dirigeert het publiek dan maar door een enthousiast “Happy Birthday” vooraleer Jackson het bijzondere “Banga” van overtuigend geblaf mag voorzien. Een zinderend “People Have The Power” volgt, en dan komt de hageprediker in de zangeres naar boven. “You must be aware what is happening to the world. You are the future. And the future is now”, oreert ze in een hedendaagse variant op haar “Babelogue”, maar de boodschap gaat verloren aan de grijzende concertgangers wier generatie uiteindelijk verantwoordelijk is voor het failliet van deze maatschappij. Woest afsluiten dan maar met “Rock-‘n-Roll Nigger”, en dat is het: missie volbracht.

Geen verrassingen hier dus. Geen song die de laatste jaren niet vaste prik op de setlist was, geen oudjes die eindelijk nog eens werden opgevist. Dáár kunnen we over klagen — als het geen gemakzucht is dan toch zeker behaagzucht — maar dat is dan ook het enige. Smith blijft voor de rest uniek. Ze mag dus nog eens terugkomen. Afspraak volgend jaar, Patti?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × een =