Roadburn :: 18-20 april, 013, Tilburg

Roadburn Afterburner :: zondag 21 april

De vierde dag Roadburn, de Afterburner, was er weer een van keuzes maken. Tussen een terrasje doen in het zonnetje of de vierde dag op rij luide muziek gaan beluisteren in de donkere 013 bijvoorbeeld. Weinig zon gezien die dag.

Het was een dag van herkansingen, met een tweede ronde Pallbearer om deze zondag te beginnen. Door het afzeggen van Diagonal kon Pallbearer een tweede keer optreden, dit keer in de kleinere, intiemere setting van de Green Room. En dat ging hen blijkbaar beter af. Het geluid was beter, en we kregen deze keer een echte band te zien die op elkaar reageerde en mét elkaar speelde in plaats van naar elkaar. De set hing dan ook beter aan elkaar, en de spacy, melodische doom van het kwartet kwam meer tot zijn recht. Beter dus, maar echt volledig overtuigen deed het niet, daarvoor vonden we toch te weinig variatie in de nummers, en sloop de monotonie na verloop van tijd toch weer in de set. Misschien was die hype dan toch niet helemaal terecht …

We waren geïntrigeerd door Sigh (foto 1): Japanse blackmetal met een geschift kantje, dat moesten we, al was het maar uit curiositeit, gezien hebben. En achteraf gezien waren we inderdaad blij dat we dit hebben kunnen aanschouwen, al was het maar om het achteraf te kunnen navertellen. Want wat we te zien kregen, was misschien de meest onbeholpen, stuntelige, amateuristische blackmetalshow die we ooit gezien hebben. Nu hebben we al wel wat onnozelheid te verwerken gekregen in de jaren waarin we dit soort shows hebben gezien, maar dit keer wisten we écht niet goed kiezen tussen ongeloof, hilariteit en verontwaardiging. Het begon al met de band zelf. Sigh draait voornamelijk rond het echtpaar Mirai Kawashima en Dr. Mikannibal (da’s de vrouw), maar dat volstaat niet voor een volledige band, dus staan er nog drie andere muzikanten op het podium. Blijkbaar zijn dit volwaardige bandleden, maar het is er in ieder geval niet aan te zien: zelden zulke grijze muizen op een podium zien staan die zo saai, geroutineerd en uitdrukkingsloos hun materiaal afhaspelen. Maar ons koppel dus, dat was dan weer het totale tegenovergestelde: clichékostuums en een over-the-top act, die meer weg had van een kitschorgie zoals ze die enkel maar in het land van de rijzende zon kunnen verzinnen. Het meest onwaarschijnlijke moment was toch toen Dr. Mikannibal een brandende kelk vol bloed over zichzelf uitgoot, waardoor het nepbloed werkelijk overal droop, en ze genoodzaakt was om (in het midden van een nummer) constant haar plakkerige lange haar uit haar gezicht te trekken, de microfoon af te kuisen en zelfs de vloer te poetsen met een wit laken dat ergens te velde lag. Kawashima beperkte zijn stageact dan weer tot dreigend rondlopen, beetje schreeuwen, een plukje vuurspuwen en weer wat dreigend rondlopen. En de muziek … euh … tjah … laat ons zeggen dat we nog steeds niet weten waar die saxofoon voor dient.

Bon, genoeg gelachen, nu naar het serieuze werk met de huisblackmetallers van Nihill, voor wie het blijkbaar hun allereerste high profile-optreden was. De band hulde zichzelf in een waas van mysterie door achter een gordijn te soundchecken, en het optreden in een zo goed als totaal verduisterde Green Room af te werken. Maar waar het zicht zich tot een minimum beperkte, compenseerde het geluid ruimschoots in intensiteit. Jongens, wat was dit luid! De decibellawine waaronder Nihill je bedolf, was ronduit verwoestend. Voor je oren, maar ook voor de muziek: zowat alle nuance, lijn en duidelijkheid werd samen met het volume de zaal uitgeblazen. Voor de tragere stukken was dit enigszins nog te behappen, maar de (héél) snelle passages sloegen je als onbestemde geluidsbrij om de oren. Als er dan nummers de revue passeren die zijn opgetrokken uit tien minuten onafgebroken blastbeats en crustgitaren, kon je je inbeelden dat dit een dodelijk vermoeiende rit zou worden. We hadden ze graag uitgezeten, maar na vier dagen teringherrie was dit toch te veel van het goede. Jongens toch …

Na weer bij onze positieven te zijn gekomen en een onaangename kennismaking met het fenomeen ‘petatje oorlog’, hadden we nood aan iets helemaal anders. Ons werd Golden Void aangeraden: psychedelische bluesrock met de gitarist van Earthless. Wij dus summier geïnformeerd naar de Green Room, waar ons de aangenaamste verrassing wachtte van het festival. Golden Void hulde de zaal in een warme gloed van stevige, maar ook sfeervolle jams met een stevige spacey vibe. We merkten qua sfeer en muzikaliteit een verbondenheid met Colour Haze, maar waar daar de jazz doorsijpelde, was bij Golden Void de invloed van de blues zeer sterk aanwezig. Knappe nummers als “Atlantis”, dat heel laidback begon maar naar een bevlogen climax klom, en het stevige “Virtue” staken er sterk bovenuit. Aangename verrassing was ook de stem van Isaiah Mitchell, die wat grover en dieper overkwam dan op plaat (waar ie een beetje als Ozzy klinkt), maar de muziek een extra toets oranjebruine verf meegaf. Zeer fijn optreden, en wat ons betreft de aangenaamste verrassing van dit Roadburn-festival.

Eerste headliner van de laatste Roadburn-dag was het Zweedse Spiritual Beggars (foto 2), ofwel het permanente Stoner-zijproject van Arch Enemy-gitarist Michael Amott. Hier geen thrash- of deathmetalinvloeden: het ging hier louter om groove, energie en amusement. Spiritual Beggars was hier om een feestje te bouwen, en dat zou de main stage geweten hebben. We kregen een buffet vol franjeloze, rechtdoorzee stoner geserveerd. Het was ook meteen duidelijk dat de heren een milde Led Zeppelin-fascinatie hebben: drummer Ludwig Witt schudt een paar drumsolo’s uit zijn polsen waar John Bonham een goedkeurend knikje voor zou over hebben, de riffs zijn vintage LedZep, en zanger Apollo Papathanasio heeft duidelijk ‘Robert Plant for dummies’ goed gelezen. De man toonde zich trouwens een publieksbespeler pur sang, met een karrevracht ‘Heeeeeeeys’, ‘I wanna see those hands’ en ‘Roadburn, let me hear you scream!’, en meer van die ongein. En dat werkte na een tijd behoorlijk op de zenuwen. Misschien ligt het aan ons, maar wij hebben in de loop der jaren een stevige allergie ontwikkeld voor dat soort volksmenners (behalve Phil Anselmo, maar daar zijn we bang van). Dik feest, maar veel te veel show, zo zullen we de passage van Spiritual Beggars onthouden.

 

Tweede herkansing van de dag: Die Kreuzen (foto 3). We zagen ze zaterdag het gevecht verliezen met een veel te grote main stage en een zwaar uitgedund, half geïnteresseerd publiek. Vandaag in een kleinere Green Room is er tenminste een luisterend publiek, maar jammer genoeg liet het geluid het afweten. Vooral voor de kenmerkende stem van zanger Dan Kubinski was dat behoorlijk balen. Voor de rest horen we een best entertainende mix van hardcore, shoegaze, postpunk en hier en daar een vleugje metal. Met een beetje verbeelding kon je dit proto-grunge noemen (met een drummer die sprekend lijkt op Dale Crover nog zo’n gek idee niet), en je kan bij momenten de onderhuidse energie voelen die begin jaren negentig als een vulkaanuitbarsting aan de oppervlakte zou komen. Maar meer dan twintig jaar na datum moest je besluiten dat het allemaal veeleer belegen klonk.

Het einde van onze vierdaagse Roadburntrip naderde met het ‘dubbelconcert’ van Ihsahn & Leprous. De blackmetalgoeroe en meesterbrein achter Emperor Ihsahn laat echter eerst zijn begeleidingsband een half uur opwarmen. Wat wij zagen was een middelmatige hoop opgewarmde prak die uitblonk in protserigheid, overdreven poses, pseudo-meshuggah-riffs en andere onbestemde onzin. Avant-metal heet zoiets blijkbaar, maar de gesynchroniseerde beweginkjes (door de knietjes!), voorspelbare zang/schreewlijnen en gitaarpap doet ons denken aan zowat àlles wat metal fout kan maken. Een grotere teleurstelling daarbovenop was dat toen Ihsahn verscheen, we meer van hetzelfde kregen. We wisten al dat Ihsahn een erg wispelturige artiest is, maar zijn laatste plaat deed ons toch hoopvol naar dit concert uitkijken. Wàt een ongelooflijke anticlimax van deze vier Roadburn-dagen, die we toch een stevig schot in de roos kunnen noemen. Maar laat ons daar niet te veel van wakker liggen, die kerels met hun drinkhoorns hebben zich blijkbaar kostelijk geamuseerd.

1
2
3
4

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 2 =