Roadburn :: 18-20 april, 013, Tilburg

Vandaag is het Record Store Day! Overal ter wereld probeert de betere platenwinkel zijn marchandise onder de aandacht van de modale muziekliefhebber te brengen. Op Roadburn is het echter iedere dag record store day: zonder overdrijven gaat op de vier dagen van het festival wel een paar ton vinyl over de toonbank. Dat gaat van leeggeroofde merch-standen tot plaatselijke platenboeren die elke dag hun bakken moeten aanvullen. Roadburn is dan ook een muzikaal feest zonder weerga voor al wie van heavy shit houdt. En dag drie beloofde allesbehalve een uitzondering te worden.

Voor een keer eens vroeg genoeg, maar met pijn in de roestige knoken begonnen we aan de laatste officiële dag van het festival, dat aftrapte met een rondje post-metal. Duits ‘collectief’ The Ocean (foto 1) opende de dans op de main stage en stak van wal met knap instrumentaal werk dat deed denken aan Red Sparowes met uithalen die veel weg hadden van Pelican. Maar dé aandachtstrekker van de set waren de niet minder dan verbluffend mooie visuals, zo goed als allemaal met een aquatisch thema, die volledig correct op de muziek waren gemonteerd. Heel knap gedaan, maar hiermee beseften we dat de muziek tot op de noot correct werd gespeeld en er geen ruimte was voor uitweidingen, improvisatie of experiment. Dat hoefde uiteraard niet, maar het is niet bepaald bevorderlijk voor de aandachtsspanne als je na twee nummers weet dat je geen verrassingen hoeft te verwachten. Jammer genoeg bleef de muziek ook niet instrumentaal en atmosferisch, maar wachtte een ongepaste brulboei van een zanger zijn opwachting (“Come on Roadburn!! I can’t fucking hear you!!!”) om de set alsnog de dieperik in te sleuren.

Neen, dan deden de heren van Cult Of Luna (foto 2) het beter, een paar uur later op de dag. Het Zweedse septet palmde de main stage in met een imposante geluidsmuur en een werkelijk oogverblindende lichtshow, die niet bepaald aangewezen was voor epileptici of migraine-patiënten. In de zachtere passages toonde Cult Of Luna dat de grote bezetting (twee drummers) zijn meerwaarde had in het melodisch uitpuren van de verschillende thema’s, om dan in de harde stukken op volle kracht uit te halen. Cult Of Luna bewees met dit optreden dat zij met recht en reden nog één van de weinige rechtmatige vaandeldragers van de post-metal zijn. Maar om het zieltogende genre weer leven in te blazen …

”Welkom op onze soundcheck”. Jef Verbeeck van Raketkanon had er merkbaar plezier in. En waarlijk, het werd daar in de piepkleine Stage 01 (die vroeger de veel leukere naam ‘The Batcave’ droeg) de gezelligste soundcheck van het hele festival. Er werd over en weer gekeuveld, onnozelheid verkocht (“Afknijpen, Lode!”) en geïnterageerd met het publiek en de kerel aan het mengpaneel (“Ist goe da’k nog efkes een sigaretje ga roken?”). De show was dan weer vintage Raketkanon: loeiende gitaren, donderende drums en zoemende bassynths, en daarbovenop zanger Pieter-Paul die zich van zijn meest beestachtige kant liet zien. Zowat de hele plaat passeerde de revue, met als uitschieters de nieuwe single “Judith” (wat een intro toch), huisfavoriet “Herman”, maar vooral het ijzersterke “Anna”, waarbij Pieter-Paul de eerste keer de zaal in dook en het publiek écht deed ontploffen. Daarna was het pleit snel gewonnen voor Raketkanon, dat ons nog trakteerde op een nagelnieuw nummer. We zijn ondertussen niet anders gewoon, maar we schrijven het toch nog maar eens neer: alweer een knaller van een optreden. Héérlijke band toch.

Tweede keer High On Fire (foto 3), tweede keer prijs? Het zal verdomme wel zijn! Matt Pike (jongens, wat is die man toch dik geworden) en kornuiten kiezen deze keer voor een meer ‘conventionele’ set, die recenter werk aanboort. Dat is meteen duidelijk bij openingstrack “Serums Of Liao” uit hun laatste plaat De Vermis Mysteriis: hier zal stevig gas worden gegeven. Het concert beperkte zich (op vaste afspraak “Devilution” na) tot materiaal uit de laatste drie platen, met een allesverzengend “Fertile Green”, de blaasbalgen “Fury Whip” en “Frost Hammer” (met drummer Des Kensel in topvorm die fills rondstrooide als waren het broodkruimels voor de eendjes). Hoogtepunten waren er in de vorm van de slepende monsterriff uit “Madness Of An Architect” en de glorieuze afsluiter “Snakes For The Divine”. High On Fire deelde hier een killer van een uppercut uit en bevestigde hiermee definitief zijn status als Heavy Metal Royalty. Zonder twijfel hét optreden van deze Roadburn-editie.

Na een korte stop bij Die Kreuzen, die de grootste moeite hadden met de main stage, besloten we ze een eerlijke kans te geven op de Afterburner van zondag. Op dus naar de Green Room, waar het Amerikaanse blackmetalorkestje Ash Borer ten dans uitnodigde. En ho maar, wat we in een halfduistere (ha ja, wat wil je nu) Green Room te horen kregen flirtte gevaarlijk met de grens tussen psychopathie en complete waanzin. We kregen een smerige cocktail van pure, onvervalste blackmetalbruutheid, trage, doomy, atmosferische intermezzo’s en ellenlange spanningsbogen die uitlopen in misselijkmakend harde blasterupties meedogenloos tegen onze smoel gekwakt. Zo’n hard en compromisloos optreden vlak na de uppercut van High On Fire: het deed ons een paar momenten aan onze mentale stabiliteit twijfelen. Van één ding waren we zeker: we houden weer een beetje meer van het ooit zo verguisde genre van black metal, vooral nu we éindelijk niet meer hoeven rond te zeulen met een paar kilo oud ijzer, een gemoed vol misantropie en een schildersetje.

Twee jaar geleden stonden ze al eens op de main stage een heel album (Streetcleaner) op te voeren. Deze keer gaven de heren van Godflesh de opvolger Pure uit 1992 dezelfde behandeling. Veel verschil met 2011 was er dus niet: het duo Justin Broadrick, G.C. Green en een drumcomputer die nummer voor nummer de plaat doorworstelden. Het verschil tussen Broadrick (die er voluit voor ging) en de stoïcijnse Green, elk aan een uiteind van het podium is nogal eigenaardig, en deed je je soms afvragen hoe deze twee verschillende karakters samen een band konden vormen. Maar de muziek, die was nog even meedogenloos en mechanisch als op plaat. De agressieve drumcomputer, gecombineerd met kettingzaagbas en splijtende gitaren deed de mainstage daveren op zijn grondvesten alsof er een bataljon panzertanks voorbij raasde. Vooral het monumentale “Predominance” komt aan als een splinterbom. Halverwege de set werd het duo vergezeld door avant-gardegitarist Robert Hampson (van het experimentele soloproject Main), die de dikke gitaarmuren van extra textuur voorzag. Eindigen deed de set met een lang, uitgesponnen reverb-moment. Een louterend einde van een stevig, maar nogal voorspelbaar concert.

Voor velen was het dan genoeg geweest voor dit Roadburnjaar, en we zien de eerste horden stilaan huiswaarts keren, maar wij hadden nog een Afterburner voor de boeg en dus bleven we nog voor de afsluiter van deze laatste ‘officiële’ festivaldag, in ons geval het Portugese Process Of Guilt. We zagen ze al een dik half jaar geleden in Antwerpen, waar ze een impressionante indruk nalieten. Wij dus voor een laatste keer vandaag naar de Green Room, waar het Portugese kwartet weer een kolossale geluidsmuur heeft opgetrokken van doom en sludge. Het wederhoren met het weergaloze “Faemin” deed onze trommelvliezen daveren van plezier, en zorgde voor een fijne (maar luide!) afsluiter van de derde dag Roadburn. Three down, one to go met de traditionele Afterburner. Als ons gestel het nog wil uithouden, tenminste.

1
2
3
4

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 5 =