Roadburn :: 18-20 april, 013, Tilburg

De tweede dag van Roadburn 2013 werd voor een groot deel gecureerd door Jus Osbourne en zijn vrouw Liz Buckingham van Electric Wizard. Het werd een dag gevuld met veel old school stoner en doom, exploitationfilms en veel, héél veel borsten.

Alweer te laat aangekomen op de site van de 013, en dus zien we Kadavar aan onze neus voorbijgaan. Jammer, want blijkbaar misten we een dijk van een seventies-rollercoaster zo vroeg op de middag. Niks aan te doen, en dus trokken we naar Witch Mountain in de hoop dezelfde sfeer op te snuiven (niet altijd een even goed idee, met al die weed in de lucht). Deze Sabbath-adepten weten duidelijk welke snaren ze moeten aanslaan om die vette, snedige sound uit de versterkers te laten rollen, en drummer Nate Carson (die zijn lange, slungelige armen verlengde met twee boomstronken van drumsticks, en zo bij momenten op een wriemelend slangenmens leek) gaf het geheel stevig vaart. Maar het geheime wapen van Witch Mountain is ongetwijfeld zangeres Uta Plotkin, die met haar hyperflexibele stem als een hitsige gazelle de toonladders op- en afhuppelt, en af en toe zelfs een stevige schreeuw laat horen. Voor een deel van de toeschouwers was het allemaal wat fout-bombastisch, maar wij lustten hier wel pap van.

De meest idiote bandnaam, en tegelijkertijd ook de grootste hype van deze Roadburn viel te beurt aan het Engelse Uncle Acid And The Deadbeats. Veel is er niet bekend over dit viertal, enkel dat hun plaat Mind Control een ware hausse creëerde onder de Roadburn-fans. De mix van potige seventiesrock en psychedelica gaat er bij dit publiek dan ook in als zoete koek. Een afgeladen mainstage kreeg dan ook waar het voor gekomen was: stevige riffs, goed gezongen harmonieën, zwierende solo’s en een swingende kadans. Fijn optreden, maar of dit nu zo’n geweldige hype waard was, daar durven wij ons niet over uit te laten. De merch was alleszins in no time uitverkocht, dus wie zijn wij om ze tegen te spreken.

Op naar Moss in de Green Room. De tweede zaal in de 013 is altijd een hachelijke onderneming: als je je niet haast, ben je steevast gedoemd om het optreden te bekijken van op zo’n vijf meter buiten de deur naast de toog in de hal. De held in ons kwam toch even naar boven, en met milde doodsverachting wrongen we ons tussen de menigte. Maar wat we te zien kregen, maakte de inspanning meer dan de moeite waard. Dit Engelse trio specialiseert zich sinds de vroege jaren ’90, enkel gewapend met gitaar, drums en zang, in een logge, primitieve en uitgepuurde vorm van proto-doom. Die aanpak met ultralage gitaren en pompende, knallende drums werkte zeer aanstekelijk en verslavend. Het volume is een aanslag op de trommelvliezen, maar het maakte ons niks uit. Dit was topdoom! We waren wel wat uit ons lood geslagen door zanger Olly Pearson, die in zijn véél te kleine cowboyhemd als twee druppels water op Seth Putnam van Anal Cunt leek (da’s geen compliment, we weten het).

We blijven hangen in de Green Room voor Cough (foto 1), dat de doomtrend verderzette met ultratraag en rücksichtlos gebeuk. Het viertal uit Richmond, Virginia haalde uit met topzwaar mortiervuur, maar beperkte zich niet enkel tot lomp gebeuk. Er werd ook gebruik gemaakt van meer geraffineerd spel en intelligente spanningsbogen die hun effect niet missen. Maar het is toch de brute kracht die bij Cough overwint en zorgt voor een ronduit indrukwekkend concert.

En dan was het aan de hoofdact en curator van dag twee, Electric Wizard (foto 2). Deze band draait al enkele jaren louter en alleen rond het echtpaar Jus Osbourne en Liz Buckingham, met een wisselende bezetting op bas en drum. Ook deze keer zijn beide posten weer ingevuld door ander personeel dan hun laatste Belgische passage twee jaar geleden. En dat hoor je in de sound: waar de vorige drummer vooral met zware slagen de kadans aanhield, is deze drummer meer gericht op dynamiek en gebruik van zeer veel fills. Dat gaf een volledig andere dynamiek dan de logge stoomtrein die Electric Wizard soms kan zijn, hoewel we ons niet van de indruk konden ontdoen dat er wel eens een fill of vijf te veel werd gespeeld. Er zat dus behoorlijk wat vaart in de set, die werd opgesmukt met videomateriaal dat door Osbourne geknipt werd uit de exploitation-cinema uit (verrassing!) de jaren zeventig. We zagen dus zeer veel naakt vrouwelijk schoon in verschillende onheilzame situaties, zoals een satanistisch ritueel op de brandstapel en ga zo maar door. Interessant kijkvoer, maar het leidde meermaals tot serieuze aandachtsverslapping van onzentwege (wat wil je, met al die borsten …). Toch waren we bij momenten alert genoeg om meer dan puike versies van “Night Child”, “Black Mass”, “Legalise Drugs And Murder” en het machtige “Dopethrone” op te vangen. Bij afsluiter “Funeralopolis” ging het dak er helemaal af en reed Electric Wizard zich helemaal in de prak. Dat überchaotische einde had nu ook weer niet gehoeven, maar het doet zeker niets af aan het knappe optreden. Electric Wizard slaagde er perfect in om de hoge verwachtingen van headliner en curator van een volledige festivaldag probleemloos in te lossen. Chapeau.

Maar afgelopen was het zeker nog niet, want er wachtte ons nog het dessertbuffet in Het Patronaat in de vorm van Amenra (foto 3). We hadden daarvoor nog zeer graag de blijkbaar totaal geflipte show van Goat nog gezien, maar de rij buiten Het Patronaat was werkelijk gigantisch. We hadden geluk dat we nog binnen mochten voor Amenra, en wrongen ons in een volgepropte, zompige en bloedhete zaal naar een min of meer comfortabele plek die we uiteindelijk niet vonden. Maar dat alles is snel vergeten als een nietsontziend en verzengend “The Pain Is Shapeless” door het Patronaat dendert. We schrikken al lang niet meer van de hard-zachtdynamiek van de heren uit Ieper, maar Amenra slaagt er steeds weer in ons in hun donkere universum mee te nemen en ons echt te laten wàchten op de climax die onvermijdelijk zijn opwachting maakt. Ook nu weer kroop Amenra als een gletsjer van gesmolten lood door de zaal en sleurt de band het hele Patronaat mee op zijn pad. Vooral de indrukwekkende présence van frontman Colin Van Eeckhout bleef plakken: weer zo goed als het volledige concert met de rug naar het publiek, maar des te imposanter wanneer hij zich die ene keer naar de zaal draaide. We noteren verder nog een indrukwekkend “Dearborn And Buried”, maar dan is de match allang gewonnen. Na een uur kwam er abrupt een eind aan de set, en schuifelt het publiek totaal van zijn sokken geblazen de zaal uit en de nacht in. Pletwals van het festival. Ga daarna maar eens rustig slapen.

1
2
3
4

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + 14 =