Coeur De Pirate :: 22 april 2013, Koninklijk Circus

Amper acht maanden na de geboorte van haar dochtertje, stond een van de grootste supersterren uit de Franstalige muziekwereld alweer terug in het Koninklijk Circus. Solo achter de piano grossierde de Canadese Béatrice Martin in een guitige melancholie die geen seconde minder dan vertederde.

Een curieus fenomeen blijft ze wel, Coeur De Pirate. Een kruitvat vol tegenstellingen. Frêle als het breekbaarste zuchtmeisje, maar met een kannibalenblik in de ogen en de armen breeduit vol getatoeëerd. Zijdezacht stemmetje maar een frank bakkes. Ze is nauw bevriend met Woodkid, van wie ze vanavond “I Love You” covert, en Colin Stetson, die mee haar vorige plaat Blonde arrangeerde. Maar ze schrijft ook het lied voor de winnaar van de Canadese X-Factor. En met haar bedrieglijk lichtvoetige, maar van weemoed dooraderde chansons, lokt ze hele gezinnen zoals alleen artiesten in de variétésector dat bij ons kunnen. Het Nederlandstalige repertoire heeft nood aan piratenharten, zoveel is duidelijk.

En aan veelbelovende debutanten van het niveau van voorprogramma Maissiat, trouwens. Zij zet van achter de vleugelpiano en begeleid door één multi-instrumentaliste, een sfeer neer die aan Daughter doet denken. Vooral “Tresor” en “La Fabrique Des Fauves” beklemmen en krijgen het Circus tot in de nok ijzig stil, zoals voorprogramma’s dat zelden tot nooit doen. Spookachtige arrangementen en snuiven elektro onderkoelen al eens de warmbloedige piano en zorgen zo voor onweersdreiging. YouTube en iTunes zijn uw vriend. Het Franse chanson blaakt van gezondheid door frisse debutanten en vervellingen van dit niveau.

Dat mag ook Coeur De Pirate een half uur later een lange triomftocht lang bewijzen. Martin, nog steeds slechts 24 maar met een rugzak vol songs die omgekeerde cijfers verraadt, nam echter wel een berekend risico door al haar songs uitgebeend aan de vleugel te brengen. Het zijn vooral de zwierige blazersarrangementen van op haar tweede plaat Blonde die haar ver boven het maaiveld doen uitstijgen. Toch worden ze niet gemist vanavond, en met de songs van haar debuut die vaak met iets complexere pianopartijen worden aangekleed, ontstaat er één lange suite van speelse weemoed.

Al van bij opener “Cap Diamant” klinkt de hele set als een bisronde op de vorige concerten van Martin in Brussel. Het vierde jaar op rij dat ze hier staat trouwens, al is het publiek uitgelaten alsof Martin vijftien jaar geleden doodverklaard was en nu toch een comeback maakt. Haar spelplezier primeert in het Koninklijk Sportpaleis voor een uur waarin ze dolt met het publiek, en helaas tot handengeklap en meezingmomenten oproept. Al worden de mooiste momenten (“Fondu Au Noir”, “C’était Salement Romantique”, “La Petite Mort”) in complete stilte beleefd zodat alleen het gezoem van talloze camera’s die de songs stiekem opnemen weerklinkt.

Van eentonigheid is geen sprake. Deels door het hoge tempo – 19 songs op 70 minuten tijd – maar bovenal ook door de merkbare afwisseling die Martin al in haar repertoire heeft gestoken. “Saint Laurent” en “Le Long Du Large” strooien dromerig bloemblaadjes in het rond, “Ensemble”, “Verseau” en “Golden Baby” hinkelen blijmoedig op uw hart, terwijl “C’ètait Salement Romantique” en vooral “Place De La République” er blauwe plekken in slaan die u er niet uit krijgt. Vooral met dat laatste heeft Martin ontegensprekelijk een classic in de canon van het Franstalige lied geschreven. Ontroerender moet het niet worden. Kan het dat wel, trouwens.

Verrassen doet Martin echter niet. Ze speelt weliswaar een nummer op akoestische en een op elektrische gitaar, waarbij ze iets te veel koketteert met haar onbeholpenheid. Daar vallen we voor, maar niet als er te veel op gemikt wordt. Geen nieuw werk voor de rest, of het moest het nummer zijn dat ze voor de Canadese winnaar van X-Factor heeft geschreven, een prachtig “Le Vent Et La Rivière” dat ze “uitsluitend tijdens deze tournee speelt”. Het aantal mobiele telefoons en camera’s dat het vervolgens filmt, toveren het Circus om in een stadion tijdens een U2-concert. Minder geslaagd zijn de Woodkid-cover “I Love You” en “You Belong To Me” van Sue Thompson, al ligt dat ook aan het Engels dat er uit de mond van Martin een soms schrikwekkend dialect bij heeft.

Het doet dan ook minder goeds verhopen voor de nieuwe, Engelstalige, weg die Martin blijkbaar wil inslaan. Toch maar het voordeel van de twijfel geven. Het is immers stuitend met wat een aanstekelijke nonchalance Coeur De Pirate op deze pianotour bevestigt niet alleen een van de meest succesvolle, maar ook boeiendste en meest ontroerende Franstalige artiesten van deze prille eeuw te zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 7 =