Guards : In Guards We Trust

Sta de cynicus in ons even toe een boom op te zetten over ‘indie’, het genre waarin oorspronkelijk vooral sullige, maar blije popgeeks floreerden. Het was een wereld waarin je niet zozeer cool hoorde te zijn, zolang je maar iets te vertellen had en in staat was dat te koppelen aan een rudimentaire popmelodie en een suikerzoete sound. Wie te zielig was voor rock ’n roll of punk, vond troost in de armen van The Field Mice, Amelia Fletcher of Belle and Sebastian. De wereld heeft echter niet stilgestaan en wie de voorbije jaren in dit melkwegstelsel doorbracht, heeft al lang in de gaten dat geeks en nerds de boel hebben overgenomen. Opeens waren ze daar, ook in muziekland: de übergestileerde studententypes met een kleerkast vol cardigans, Buddy Holly brillen en bijhorende schattige popmelodieën. Enter Guards, recht van Planeet Hipster.

Na een korte gitaarcarrière bij Cults, vond Richie Follins (broer van zangeres Madeline) de tijd rijp om uit de schaduw te treden en zijn eigen muzikale visie op de wereld af te vuren. Hoewel Guards gestationeerd is in New York, moet het trio het eerder hebben van een atmosfeer vol ‘California Dreaming’ waarbij je palmbomen bijna ziet wuiven aan de horizon. Zelf omschrijven ze zich redelijk accuraat als een mix van psychedelische rock, de power van seventies pop en door grunge geïnspireerde gitaarrefreinen.

In Guards We Trust doet inderdaad opvallend zijn best om met ronduit climactische refreinen, gelaagde zangpartijen en gitaren met zware feedback de luisteraar te inspireren tot op en neer springen of op zijn minst een ritmische hoofdknik. Het gros van de nummers slaagt daar wonderwel in. Tracht maar eens te weerstaan aan de galmende bellen en de “oooh oh” in single “Ready To Go” of aan het verrukkelijk springerige “Silver Lines”. In “Heard The News” krijgen we iets zwaardere gitaarfuzz en een lekker trashy refrein op ons bord, maar de ultieme meezinger op de plaat is “Coming True” dat losbarst in een episch refrein vol jankende gitaren.

Als Guards dit handjevol vinnige tracks had verzameld in een gebalde EP zou er geen vuiltje aan de helblauwe zomerlucht zijn. Nu valt echter danig op dat quasi elk nummer volgens dezelfde formule is opgebouwd, waardoor het zoveelste zonovergoten stadionlied eerder stomvervelend overkomt. “Your Man” fascineert nog door zijn zwoele, licht psychedelische kantje, maar het toepasselijk genaamde “Nightmare” of fletse plaatsvullers “Home Free” en “Can’t Repair” hadden best mogen sneuvelen op de selectietafel.

Jammer, want het epische geluid is er wel degelijk, zolang je maar niet te nauwkeurig op de teksten begint te letten. Wie in “Ready To Go” een metafoor voor het leven van de jonge adolescent meende te herkennen, moeten we teleurstellen. In realiteit gaat dit nummer over een moeilijk parkeermanoeuvre op een heuvel. Waarmee we maar willen zeggen dat een minimum aan inhoud welkom was geweest. Woorden kunnen immers meer zijn dan geluidseffecten.

Het feit dat de plaat overkomt als een no-brainer hoeft echter niet noodzakelijk een belediging te zijn. Wie af en toe ligt te knisperen in de zon verdient tenslotte ook een degelijke soundtrack. Een zweterig festivalpubliek vol tweens zal zich ongetwijfeld weinig bedenkingen maken tijdens een schattig indie-dansje met een arm in de lucht. Deze vuist zal echter slechts sporadisch de hoogte in gaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 4 =