Schizopolis

‘I don’t need to tell you how critical this is. Hometown. Pay-per-view. The eyes of the media. Here’s what I need. It should be lengthy enough to… seem substantial… yet concise enough to feel breezy. It should be serious… but with a slight wink. It should lay out a new course of action… but one that can change direction at any moment. If you must mention facts and figures, don’t do so directly. It should be on my desk Friday morning.’

Dat zijn derichtlijnen die het personage Right Hand Man (Scott Allen) geeft aan Fletcher Munson (Steven Soderbergh) voor het schrijven van een speech, maar ze zouden even goed de richtlijnen kunnen zijn die Soderbergh zichzelf oplegde toen hij begon aan de opnames van het bij vlagen hilarische Schizopolis, de film waartoe de scène behoort. Gemaakt voor een schamele 250 000 dollar, zonder een vooraf geschreven script, zonder een bekende naam op de affiche (laat staan op de credits, want credits heeft Schizopolis niet) en met een plot die qua absurditeiten moeilijk te evenaren valt, is deze komedie uit 1995 misschien wel de minst bekende en misschien zelfs de minst bekeken film uit Soderberghs oeuvre. Het is dan ook zeker niet ’s mans beste werk, maar dat neemt niet weg dat Schizopolis de moeite van het bekijken loont, al was het maar vanwege het feit dat dit ook één van de meest intrigerende stukjes cinema is die de regisseur die sneller filmt dan zijn schaduw op pellicule heeft gepleurd.

Gedurende de eerste paar minuten zadelt Schizopolis je immers op met een what the fuck?-gevoel van behoorlijk stevige proporties, met allerlei scènes en shots die op het eerste zicht niets of nauwelijks iets met elkaar te maken hebben, vooraleer er zich in de chaos iets tekent dat van ver op een narratief lijkt. Uiteindelijk helpt Soderbergh je een handje door, tussen alle mindfucks door, toch aan te geven wanneer welke van zijn drie verhaallijnen begint.

Het eerste verhaal draait rond de bovengenoemde Lester Munson, een doordeweekse werknemer bij het zelfhulpbedrijf van één of andere spirituele charlatan. Wanneer de vaste speechwriter van die charlatan plots komt te gaan, krijgt Munson diens job, hoewel helder communiceren niet meteen ’s mans sterkste kant blijkt. In verhaallijn twee komt Dr. Korchak, een dubbelganger van Munson (om voor de hand liggende redenen ook vertolkt door Soderbergh zelf), centraal te staan: hij heeft een affaire met een getrouwde vrouw, een stevige boon voor een patiënte uit zijn tandartspraktijk, en een drugsverslaafde broer in geldnood. En in plotlijn drie, ten slotte, focust Soderbergh op de vrouw van Munson (Betsy Brantley), die de eerste twee verhalen met elkaar verbindt.

En dan loopt er ook nog een insectenverdelger rond, met de welluidende naam Elmo Oxygen (David Jensen), die zijn leven lijkt te leiden volgens de typische plot van prefab pornofilms – aanbellen bij huisvrouwen, die dan al niet naakt tussen de lakens zitten te wachten – en een paar nieuwsberichten, die niet meteen uitblinken in actualiteitswaarde of relevantie met betrekking tot de rest van de film. Qua Monty Pythongehalte kan dit resultaat van ‘rumors, bald-faced lies and half-remembered dreams’, zoals de film zichzelf aanprees, dus alvast tellen, in die mate dat je op bepaalde momenten bijna zit te wachten tot de camera naar John Cleese pant, en je die ‘And now for something completely different’ hoort zeggen.

Een samenvatting van Schizopolis laat zich niet meteen lezen als spek naar ieders bek, en Soderbergh bracht de film dan ook maar in een beperkt aantal zalen uit. Dat resulteerde in een gigantische flop aan de box office – nog geen tiende van het toch wel erg kleine budget werd teruggewonnen – maar het feit dat Schizopolis geen commerciële verwachtingen hoefde in te lossen, heeft er wel voor gezorgd dat Soderbergh all the way is kunnen gaan. Of je Soderberghs meest geflipte film als kijker al dan niet weet te appreciëren, hangt dan ook in sterke mate af van je persoonlijke smaak betreffende absurde humor, en plots met heel veel losse eindjes.

Meer dan echte plotelementen, is er de idee van miscommunicatie die de verschillende scènes uit de film in één geheel samenbrengt, en in de dialogen is Soderbergh dan ook vaak op z’n scherpst. In de eerste verhaallijn zien we de hele boel door de ogen van Munson, voor wie conversaties in de eerste plaats sociale conventies zijn die een vast stramien volgen en de echte boodschap veelal verbergen: hij spreekt met zijn vrouw in abstracte schema’s (als hij thuiskomt, groet hij zijn vrouw met ‘Generic greeting, waarop zij: ‘Generic greeting returned’) en interpreteert een standaard begrafenisrede van een priester op een compleet andere manier (‘Lester Richards is dead. And aren’t you glad it wasn’t you?). Korchak drukt zich dan weer op een nogal ongelukkige manier uit aan de vrouw van zijn leven (‘The wind sings your name endlessly, although with a slight lisp that makes it difficult to understand if I’m standing near an air conditioner’), en Munsons vrouw hoort de mannen in haar leven enkel Chinees, Italiaans of Frans spreken. Om nog maar te zwijgen van Elmo Oxygen, die zoveel onzinnige wartaal uitslaat dat je er nerveus van wordt.

Soderbergh ondersteunt die thematiek met een behoorlijk snelle, associatieve montage, die de scherpte en de snelheid van de grappen vaak in de verf zet, en qua stijl wel eens doet denken aan Jean-Pierre Jeunet, maar dat kan helaas niet verhinderen dat Schizopolis na een tijdje te veel in herhaling valt om indruk te blijven maken. Soderbergh heeft tien minuten nodig om zijn film te laten insijpelen, levert dan voor bijna een uur een bij momenten hilarische komedie af, maar laat die uiteindelijk te lang aanslepen om dat niveau te kunnen aanhouden – tijdens de derde, laatste, en veruit saaiste akte slaat de verveling dan ook toe, en de met haken en ogen aan elkaar hangende finale mist dan ook grotendeels zijn effect.

Dat neemt echter niet weg dat Schizopolis ondanks al zijn hang naar experiment niet vergeet om zijn publiek te entertainen – hoe beperkt dat publiek ook moge zijn – en dat Soderbergh bewijst over heel wat komisch talent te beschikken. Schizopolis mag dan wat gebukt gaan onder zijn speelduur, en heeft met momenten ook wel wat last van z’n eigen premisse, maar de luchtige toon zit juist, de grappen werken, de stijl is scherp, en voor iedereen die het niet heeft begrepen, wil Soderbergh enkel het volgende zeggen: ‘In the event that you find certain sequences or ideas confusing, please bear in mind that this is your fault, not ours.’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + elf =