Paradies: Glaube

Net als de mainstream filmproductie, is ook de ‘arthouse’ cinema (voor zover u enige waarde hecht aan dat zinloze containerbegrip) niet vrij van tendensen en formules. De belangrijkste is ongetwijfeld deze: klinische weltschmerz-films zonder opsmuk over de malaise van de hedendaagse samenleving, al dan niet met een bende contactgestoorde fetisjisten in de hoofdrol. Denk maar aan Michael Haneke, Bruno Dumont of het werk van Lars Von Trier uit de jaren negentig. Ook Ulrich Seidl past perfect in dat rijtje. De man bewees met films als Hundstage en Import / Export niet bepaald een vrolijke Frans te zijn, en love him or hate him, zijn werk is alleszins gegarandeerd om een storm aan controverse op te wekken. Zo ook Paradies: Glaube, het tweede deel uit zijn recente Paradies drieluik, en een film die het publiek op het festival van Venetië vorig jaar fel verdeelde.

In de hoofdrol zien we Anna Maria, een matrone van middelbare leeftijd die sinds kort de katholieke leer omarmd heeft. Haar hele leven staat in het teken van de Heer: aan de ontbijttafel staat systematisch Radio Maria op, heel haar huis is overstelpt met religieuze prullaria en de enige ingekaderde foto’s zijn die van de Here Jezus, haar ware liefde. Maar Anna Maria is ook wel the outdoorsy type en dus gaat ze in haar vrije tijd kordaat van deur tot deur om het woord van God te verspreiden. Maar wanneer Anna Maria’s kreupele Islamitische echtgenoot na twee jaar thuis komt en eist dat ze haar echtelijke plichten vervult, gaan de poppen aan het dansen.

Wat betreft cinematografie is Paradies: Glaube verre van verrassend. Seidl heeft net als veel gelijkaardige regisseurs de neiging om statische, strak gekadreerde shots te gebruiken en de meest alledaagse handelingen uitgebreid in beeld te brengen. De focus ligt erg op het monotone van bewegingen en het ontbreken van muziek maakt het geheel al helemaal desolaat. Om de kijker een enorm oncomfortabel, voyeuristisch gevoel te geven, opteert Seidl voor -u raadt het al- een extreem lange shotlengte. Het verleden heeft aangetoond dat deze filmstijl wel kan werken, maar de laatste jaren is het te veel een format geworden voor films die een ongemakkelijk, confronterend gevoel bij de kijker willen losmaken en zo wordt het gedegradeerd tot een ordinair cinematisch trucje.

Invulling is namelijk essentieel en daarin schiet Seidl hopeloos tekort. Hij slaagt er als auteur niet in om één van de grootste artistieke valkuilen te ontlopen en vertoont geen greintje compassie met zijn creatie. Protagoniste Maria Anna (op zich magnifiek neergezet door Maria Hofstätter) is een kolderieke kwezel en Seidl kan het niet laten om haar in elke scène van haar waardigheid te ontnemen. Zelfs wanneer ze gewoon door haar triestig Oostenrijks gehucht wandelt, loopt ze stilletjes hymnes te neuriën, omdat de regisseur het ook daar niet kan laten om de kijker in de ribben te porren wat een begoocheld mens ze toch is. De personages komen hier en daar wel eens menselijk uit de hoek, maar Seidl lijkt bang te zijn van deze echte emoties. Zowat de enige opflakkering van oprechtheid in heel de film dient meteen gecontrasteerd te worden met een walgelijke scène waarin Anna Maria zichzelf met een gigantisch crucifix bevredigt. Linda Blair, eat your heart out!

Dat eindeloze gespot clasht natuurlijk met het statement over disconnectie en eenzaamheid in de moderne maatschappij dat de film tussendoor tevergeefs aaneen tracht te breien. Door zijn personages constant belachelijk te maken en op een provocatieve manier steeds de nadruk op het groteske te leggen, lijkt Seidl zelfs te suggereren dat dit afstotelijk volkje eigenlijk niet beter verdient. Het geeft de film een nare, misantropische lading. Bovendien is Paradies: Glaube erg drammerig en loopt het miserable people being miserable gehalte bij momenten de spuigaten uit. In het Seidl universum is er geen hoop en geen mededogen, enkel kommer en kwel. Alles in de film is ernaar geschikt om dat goed in de verf te zetten. Niet alleen de klinische filmstijl, maar zelfs ook het interieur is duidelijk gekozen met het oogpunt om het allemaal zo deprimerend mogelijk te maken. Daarenboven is de venijnige interactie tussen het getrouwde koppel nogal dik aangezet. De verlamde toestand van Anna Maria’s echtgenoot Nabil lijkt bijna een soort gemakkelijke truc om hun omgang nóg wat problematischer te kunnen voorstellen en op de koop toe nog met wat extra zielige taferelen uit te pakken. Een beetje vergelijkbaar met Bitter Moon van Polanski, nog zo’n groteske film.

Gelukkig heeft de film ook enkele onschuldige, luchtige momenten waarin de grapjurk in Seidl naar boven kan komen. De scène waar een excentrieke dikzak tot groot afgrijzen van Anna Maria tijdens het gebed de hormonale verschillen tussen man en vrouw uitlegt, is priceless te noemen. Het toont wat Paradies: Glaube had kunnen zijn, namelijk een subtiele, licht ironische film die enkel op een ontwapenende manier met zijn personages lacht, zoals dat het geval is in onder meer Angst Essen Seelen Auf van Fassbinder. Maar die oprecht humoristische momenten zijn helaas nogal schaars en enkel de bitterste cynicus zou Paradies: Glaube een zwarte komedie pur sang kunnen noemen. Wat overblijft is een doelloze peepshow van menselijke ellende.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + veertien =