HET TWIJFELGEVAL :: Tame Impala :: Lonerism

Eerlijk: we wisten ons geen raad met dat nieuwe Lonerism van Tame Impale. Onze recensenten rolden net niet vechtend over het tapijt. De immer wijze hoofdredacteur wist dan ook geen beter Salomonsoordeel te verzinnen dan ze u beide voor te schotelen. Omdat we bij enola duizend meningen laten bloeien.

Overbodige ballast (Gert-Jan Wijnant)

Goed nieuws voor degenen onder u die nu al met de herftblues kampen: twee jaar na zijn uitstekende debuut Innerspeaker komt de Australische psychrockband Tame Impala aanzetten met een minstens even kleurrijke — zeg maar caleidoscopische — opvolger, genaamd Lonerism. Om positief verder te gaan: puur muzikaal gezien is deze ‘moeilijke tweede’ interessanter dan de voorganger. Maar daar stopt het helaas dan ook in grote lijnen.

Nog steeds vormt de betere psychedelica uit de flowerpowerperiode (denk Iron Butterfly, Cream en Pink Floyd onder Syd Barrett) de belangrijkste invloedsfactor, maar deze keer wordt een weidsere, meer experimentele aanpak gevolgd. Naast een shoegaze-waardige collectie effectpedalen, wordt ook de studio gebruikt als instrument om een overweldigende muur van muziek te creëren: een complex lo-fi geluid dat doet denken aan de sixties, maar dat ook bulkt van digitale, moderne invloeden. Op dat vlak schemeren de elektronische truckjes en bliepjes van bands als Animal Collective en vooral The Flaming Lips door, bijvoorbeeld in “She Just Won’t Believe Me” of het prettig gestoorde “Music To Walk Home By”.

Maar daarmee heb je natuurlijk nog geen goeie plaat. Veelgehoorde contra-argumenten als te druk, te voorspelbaar, of te bombastisch hebben eigenlijk relatief beperkte waarde binnen dit genre, zolang de nummers maar een zekere aanstekelijkheid of spanning hebben. En daar wringt het schoentje jammer genoeg: Lonerism mist vaak de catchiness en de sterke individuele songs van Innerspeaker.

Niet toevallig werden op dat vlak net de twee beste nummers van het album — “Elephant” en “Apocalypse Dreams” — naar voren geschoven als singles, het eerste een heerlijk zompige stomper à la Black Mountain, het tweede een meeslepend psycheposje dat qua sfeer ergens tussen een vrolijke trip door wonderland en een dreigende K-hole schommelt. Ook het op een laidback surfriffje voortgedragen “Mind Mischief” of het Beatles-achtige “Sun’s Coming Up”, een pianoballad met een hoek af waarin zanger Kevin Parker nog meer als een stonede John Lennon klinkt dan normaal, verdienen een eervolle vermelding.

De rest van de plaat kan minder bekoren door een gebrek aan focus, zoals het geval is bij het zweverige “Feels Like We’re Going Backwards” (dat in tegenstelling tot wat de titel insinueert eigenlijk nergens naar toe gaat) of het al even stuurloze “Nothing That Has Happened So Far Has Been Anything We Could Control”.

En dat is jammer, want had Tame Impala op Lonerism die overbodige ballast achter zich gelaten en kunnen vervangen door betere popnummers, had de band van dit weliswaar zeer te smaken tussendoortje een volwaardig luxediner kunnen maken: de talentvolle chef en de ingrediënten zijn er in elk geval. Kortom, geen schot in de roos, wel een aangename groeiplaat van een band die in de toekomst wellicht nog (meer) potten gaat breken in haar genre. Dromen mag zolang je niet verloren loopt in de wolken, dus in het vervolg misschien toch iets meer voet aan grond houden.

Eigen niche (Jurgen Boel)

Met zijn debuut Innerspeaker wist het Australische Tame Impala dankzij enkele geslaagde optredens en enige mond-aan-mondreclame snel de nodige aandacht te genereren. De psychedelische poprock van de aussies was nergens origineel maar beheerste de stijlkenmerken van het genre in die mate dat er een eigen stem uit voortvloeide die bovenal een indrukwekkende neus voor goede songs verried.

Op Lonerism exploreert de groep het eigen geluid nog verder door op ingenieuze wijze electronica in de songs binnen te smokkelen en zo het eigen smoelwerk verder te definiëren. De psychedelica stroomt nog steeds in alle kleuren van de regenboog uit de speakers terwijl het popgevoel naar een nieuwe dimensie verheven wordt waar suikerspinnen melodieën doordachte songstructuren elkaar niet noodzakelijkerwijs uitsluiten. Volgens de band zelf sterk beïnvloed door Todd Rundgrens progplaat A Wizard, A True Star (1973), blijft vooral bij hoe druk de plaat is zonder aan ademruimte in te boeten.

De stampende (prog/blues)rocker “Elephant” bewees al zoveel maar is ondanks zijn aanstekelijk ritme zeker niet het summum van de plaat net zomin als (vooruitgeschoven) pseudosingle “Apocalypse Dreams” dat was. Op een dergelijke manier praten over het album is overigens onzin daar Lonerism, ook voor wie het overkoepelende thema van isolatie en eenzaamheid (zie ook de hoes) niet kent of wil verkennen, zich als een geheel aanbiedt. Meer nog dan op Innerspeaker dat al een coherent geheel vormde, is dit een werk geworden dat zich in verscheidenheid één toont. Het zijn de klank- en nuanceverschillen in de nummers die de toon bepalen en zich vooral ten overstaan van elkaar definiëren.

Dat maakt het ook weinig relevant om te praten over de subtiele soulinvloed in “Keep On Lying” noch om dieper in te gaan op de manier waarop electro zijn weg gevonden heeft binnen het verder stevig in de psychedelische rock gewortelde “Music To Walk Home By”. Dat die laatste opgevolgd wordt door het op krautrock en kosmische musik geënte “Why Won’t They Talk To Me” is niet eens zo verbazend, per slot van rekening was eerder al de poprock van “Mind Misschief” geserveerd om het tijdsplaatje te schetsen. Dat Lonerism desalniettemin geen opeenvolging van stijlen en tijdperken is, bewijzen onder andere het meer zwoel-electronische “Endors Toi” (dat niet om Air en zijn invloeden heen kan) en het geregeld naar een kille en obscure jaren tachtig verwijzende “Nothing That Has Happened So Far Has Been Anything We Could Control”.

De meest opmerkelijke song blijft het afsluitende “Sun’s Coming Up (Lambington)” dat niet veel meer dan een repetitieve piano nodig heeft om de thematiek van de plaat te vangen en een afrondende slotbeschouwing mee te geven. Het mooie aan het nummer is dat het na een tweetal minuten resoluut een andere weg inslaat en zichzelf verliest in echoënd gitaargepriegel en onbestemde geluiden die in weerwil van zichzelf de essentie achter Lonerism bloot legt en verduidelijkt hoe en waarom de electro een meerwaarde vormt voor het album.

Viel Innerspeaker in de eerste plaats nog op door de manier waarop een bende jonkies zich een beperkend genre niet alleen eigen wisten te maken maar er bovendien een individuele stempel op te drukken, dan mag Lonerism geprezen worden om de manier waarop het subtiel met genre-elementen speelt en niet bang is om het de nodige injecties te geven opdat het een eigen identiteit zou krijgen. Met slechts twee platen op de conto heeft Tame Impala al bewezen een band te zijn die binnen het psychedelische rockgenre voor zichzelf een heel eigen niche heeft weten uit te bouwen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + zestien =