Mumford & Sons :: Babel

Het zijn turbulente tijden, zei een wijs man laatst op tv, en wie kan hem ongelijk geven? Gelukkig zijn er ook in crisistijden nog rotsen van zekerheid in de woelige branding: de wafels van de bomma, bijvoorbeeld, of het spaarboekje, of de banjosound van Mumford & Sons.

De opname van een tweede plaat na het monstersucces van de eerste is voor veel muziekgroepen een periode van stress en hard labeur. Met de hete adem van de platenmaatschappij constant in je nek en de ogen van de ongeduldige fans op jouw prestaties gericht, is de onbezorgde trial and error van de debuutplaat vaak ver weg.

Toch zijn er ook groepen die zich daar niks van aan lijken te trekken. Met Babel zweert Mumford & Sons voor z’n tweede plaat bij het beproefde recept van de eerste. Folkrock met een stevige portie drama en zonder angst voor grote gebaren. Het werkte bij het debuut, dus waarom niet nog eens? Consequent zijn is dan voor de meesten wel een goeie eigenschap, maar als je de valkuil van eindeloze herhaling wil vermijden, dan moet je als muzikant wel evolueren. “People dig what we’re doing,” zegt de groep, maar het lijkt wel of de vier voor hun tweede LP vernieuwing en durf demonstratief bij het grote huisvuil gezet hebben. En daar slaat Mumford & Sons met Babel de bal mis. De opvolger klinkt namelijk meer als een overenthousiast doorslagje van hun debuutplaat dan als de “logische stap voorwaarts” die ze het zelf noemen.

Voor alle duidelijkheid: ten huize enola werd Sigh No More wel gesmaakt. Babel werd dan ook vol verwachting en goede wil de platenspeler in gemikt. Maar de vonk wil niet meer overslaan. Babel bevat een paar heel goeie songs: single “I Will Wait” is zeker te pruimen, titelsong “Babel” bevat al wat Sigh No More deed rocken en “Broken Crown” is, alweer, artisanaal vakmanschap. Maar op de rest van de plaat staat iets te veel banjobombast en iets te weinig oprecht doorleefde songs die dat extraatje hebben. Een nummer als “Lover Of The Light” zit ontegensprekelijk goed in elkaar, maar de magie, het jubelende hymnegevoel dat Sigh No More doordringt, ontbreekt.

Als de plaat van A tot Z door de boxen gejaagd is, dringt zich de vraag op waar Mumford & Sons zichzelf nu uitgedaagd heeft. Want de producer is dezelfde, de banjoriedeltjes klinken gelijkaardig en wat het instrumentarium betreft, is er ook niet bepaald aan de succesformule gesleuteld. Laat ons dus even de optelsom maken voor Babel. Aantal nummers op deze plaat: twaalf. Aantal nummers dat klinkt alsof ze op Sigh No More zouden kunnen gestaan hebben… even denken… ja hoor: twaalf.

‘Nuff said.

Zijn we benieuwd hoe de nieuwe songs live klinken? Jazeker, want de groep heeft een ijzersterke livereputatie en voegt op het podium gegarandeerd een extra dimensie toe aan zijn repertoire. Zal Babel vaker in de cd-speler belanden dan Sigh No More? Daarop is het antwoord helaas een welgemeend: don’t think so

.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + 10 =