The Intelligence :: Everbody’s Got It Easy But Me

Een combo die ieder jaar een nieuwe plaat uitbrengt, moet eigenlijk niet klagen dat iedereen het gemakkelijk heeft, behalve hij. Want telkens wanneer The Intelligence een nieuwe plaat uitbrengt, vrezen wij wel een beetje dat het de laatste keer zal zijn dat de groep nog iets interessants te vertellen heeft. Iedere keer echter weet de groep ons opnieuw te overtuigen met net dat beetje extra en dat is met Everbody’s Got It Easy But Me weer niet anders.

Moedige platen als Deuteronomy en Fake Surfers ten spijt zijn het toch vooral de debuutplaat Icky Baby en Males uit 2010 waar wij altijd naar zullen teruggrijpen wanneer wij nog eens toe zijn aan het kunstzinnige lawaai van The Intelligence. Met Icky Baby had de band namelijk het enorme voordeel van het verrassingseffect mee, terwijl Males de intussen iets te kunstzinnige groep opnieuw meer punkattitude gaf. Deuteronomy en Fake Surfers waren eerder platen van een groep op zoek naar nieuwe mogelijkheden om iets met zijn muziek aan te vangen.

Met Everbody’s Got It Easy But Me is The Intelligence duidelijk opnieuw op zoek naar nieuwe wegen. Waarvoor begrip, want net het feit dat een groep over een eigen geluid beschikt, kan op de duur nadelig blijken om de interesse van een publiek vast te houden. Wat in het begin nog heel opwindend klinkt, kan na een tijd immers passé gaan klinken, waardoor een groep het slachtoffer van zijn eigen succes kan worden. Dat is de inzet van Everybody’s Got It Easy But Me geworden, met het gevolg dat het album meer dan de voorgaande platen een allegaartje van invloeden is geworden.

Dat is nog niet meteen duidelijk met de trage opener “I Like LA”, waarmee het album even een tweelingsbroertje van het rustige Deuteronomy lijkt te worden, en evenmin met de arty punkrock van “Hippy Provider”, maar het venijn zit in de staart. Tegen het einde van Everbody’s Got It Easy But Me komt The Intelligence namelijk op de proppen met “Little Town Flirt”, een nummer waarin opperhoofd Finberg een paar vrouwen aan zijn zijde laat meezingen. Een prachtig idee, ware het niet dat de muziek de emotionele vrouwstemmen helemaal volgt, met het resultaat dat het liedje muzikaal nog heel weinig met The Intelligence te maken heeft.

Een realistischer idee schuilt in “Fidelity”, een akoestisch nummer waarin u een heel treurige Finberg te horen krijgt. Ondanks de akoestische gitaar klinkt het liedje met Finbergs kille stem namelijk even bevreemdend als een doorsnee nummer van The Intelligence en het zou een uitstekend startpunt kunnen zijn voor een nieuw, akoestisch album. Spijtig genoeg blijft het bij één nummer waarin dat idee uitgewerkt is, wat meteen het grootste minpunt van Everbody’s Got It Easy But Me blootlegt: Finberg lijkt een hoop interessante richtingen uit te willen gaan, maar kan geen gerichte keuzes maken.

Dat een dergelijk gebrek aan richting weinig afbreuk doet aan de kwaliteit van de nummers, is het lichtpuntje aan het einde van de tunnel. Finberg leeft met Everbody’s Got It Easy But Me weliswaar een beetje boven zijn stand, maar dat neemt niet weg dat het plaatje toch nog een boeiende ontdekkingstocht blijft. Met een nummer als “(They Found Me On The Back Of) The Galaxy”, benadert The Intelligence immers het glamrockgenre, terwijl “Evil Is Easy” de punkroots blootlegt en “The Entertainer” echt wel heel entertainend is met een retestrak ritme. Met de heldere teksten van “(They Found Me On The Back Of) The Galaxy” heeft de groep zelfs een potentiële single in huis.

Moeilijk is het bijgevolg niet om de balans op te maken. Everbody’s Got It Easy But Me is weer net als Deuteronomy en Fake Surfers een interessante plaat geworden, maar geen mens zal er over enkele jaren nog over spreken. De talrijke muzikale mogelijkheden waar The Intelligence mee jongleert, maken het echter onmogelijk om de combo af te schrijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × drie =