Bloc Party :: Four

Helemaal verwacht was het niet, maar daar is Bloc Party dan toch terug. Meaner, leaner, en zonder de elektronica van Kele die de rest van de groep toch maar irriteerde. Het resultaat? Een sof van een comebackplaat die weinig belooft voor de toekomst.

Het zijn drie woelige jaren geweest voor Bloc Party. Om te beginnen werden de experimenten met elektronica op Intimacy niet door alle fans gesmaakt, en ook binnen de groep leek niet iedereen gelukkig met die verschuiving weg van gitaarrock. En dus liep de tour ter promotie van die derde plaat uit op een stilte die langzamerhand overging in een onduidelijk hiaat. Terwijl frontman Kele Okereke zich solo helemaal op de dance stortte, zwermden ook de andere bandleden uit: gitarist Russell Lissack ging bij Ash spelen, bassist Gordon Moakes begon Young Legionaire, en drummer Matt Tong bouwde zijn eigen studio.

Het einde van Bloc Party? Het had er alle schijn van, zelfs al leek de groep zonder Kele een nieuwe start te willen nemen volgens nieuwsberichten vorig najaar. Een bewust afleidingsmanoeuvre, zo wordt nu grijnslachend toegegeven, om in alle stilte dan toch die vierde plaat af te werken. En daar lijkt de dubsteppende frontman dan toch bakzeil te hebben gehaald. Four is een all guitarsaffaire, zoals enkel debuut Silent Alarm dat in hun oeuvre is geweest.

Het is ook het moment waarop Bloc Party helaas leert dat je niet terug kunt. Dat deuren die je ooit dicht sloeg, gesloten blijven, en dat je nooit meer de naïviteit en onschuld van je begindagen kunt recreëren. Zelfs al doe je je best, en zoek je spontaniteit door bewust stukjes studioconversatie tussen de nummers te laten staan. Je hoort dus wel hoe de groep op Four opnieuw de subtiele gitaardialoogjes zoekt van die eerste plaat, maar het resultaat blijft uit. Meer nog: vaak is er zelfs geen sprake van die snarentapijten, en krijgen we een rechtdoorzeegeluid dat de juiste hooks mist om te blijven hangen. Op zulke momenten lijkt het alsof zelfs Two Door Cinema Club Bloc Party ondertussen naar huis heeft gespeeld.

Het probleem? Okereke weet niet waar hij met zijn songs heen moet. Opener “So He Begins To Lie” begint nog veelbelovend, maar draait uiteindelijk, in zichzelf gekeerd, cirkels ter plaatse. Wat wel meteen duidelijk is: er zal gerockt worden. “3×3” schiet razend uit de startblokken, vliegt zonder omwegen de bochten in, en scheurt gierend verder. Het mist evengoed een hook die naam waardig, maar weet dat te omzeilen door zijn aanstekelijke snelheid.

Het is in die context dat single “Octopus” — op de radio weinig overtuigend — plots wel werkt. De tegendraadse ritmes van Tong, de pulserende gitaarlijnen, de bijna pesterige strofes van Okereke; het klikt in elkaar als een machine. Maar dat is het dan ook. De rest van Four passeert bijna onopgemerkt. Het is Bloc Party zoals we Bloc Party kennen, maar dan zonder de elementen die zorgen dat je ook opkijkt. Het is generiek materiaal; wat een goeie covergroep zou afleveren op vraag van een marketingbureau, gesteld dat Okereke zijn materiaal niet voor een reclamespot zou willen uitleveren.

Het klinkt dus bekend, dat trage “Real Talk”, of dat dansende “V.A.L.I.S.”, maar het doet niet wat voorgangers “This Modern Love” of “Banquet” deden. Een zeldzaam lichtpuntje is nog “Team A” waar een vleugje elektronica de boel dan toch komt versterken, en alles aan lichtsnelheid voorbij raast, net als afsluiter “We Are Not Good People” dat op de ring rond Leuven ook menig flitscamera zou doen afgaan. Het is een schrale troost, niet genoeg om een plaat te redden.

De harde waarheid is: Bloc Party kan niet doen alsof het gisteren is, en A Weekend In The City en Intimacy niet gebeurd zijn. Daarvoor was de evolutie tot aan die laatste plaat te rechtlijnig. Te logisch ook. Nu doen alsof een Silent Alarm 2.0 de bedoeling is, past hen niet, en lukt hen ook niet. De songs zijn er niet, het geloof in eigen kunnen evenmin.

Panta rhei: de groepsleden doen hard hun best om het te ontkennen, maar kunnen niet om de realiteit heen dat de wereld veranderd is, en zijzelf ook. Four is zinloos negationisme. Je kunt niet terug naar de kindertijd, je kunt alleen maar de volwassenheid in de ogen kijken en daarmee leren omgaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vier =