Mystery Jets :: Radlands

Mystery Jets’ vorige album Serotonin (2010) bruiste van geluk: zie “Two Doors Down”. Op Radlands is daar niets van over. Mystery Jets zoekt de woestijn op, bij de Bible Belt godbetert, om daar doelbewust de weg kwijt te raken met een gebroken hart.

Of zoals auteur Richard Elms en Mystery Jets het samen verwoorden in het begeleidende comic book Radlands – The Ballad Of Emmerson Lonestar: “Onder de oppervlakte van deze plaat zindert het verhaal van een eenzame vallende ster: falling Lonestar. Hij tuimelde in een verliefdheid die te echt was, te jong, met als enig resultaat dat hij opgeslokt werd door het leven on the road, omdat de muziek hem in een houdgreep hield.(…) Zelfs de Almachtige weet niet of hij klaar is voor de antwoorden die onder de Bible Belt liggen, diep in het hart van de Amerikaanse Radlands.”

Radlands bevat maar twee uptempo nummers. Het zijn meteen ook de kortste. Break-up song “The Greatest Hits” vernoemt niet alleen Paul McCartney and Wings, maar is ook een shalala-liedje in dezelfde stijl. Het heeft zijn momenten, maar jammer genoeg helt de weegschaal over naar de irritante kant. Funky vuurbol “The Hale Bob” sleept iedereen mee met de blinde bevlogenheid van gospel zonder als gospel te klinken, de sound van The Beatles en zelfs een psychedelisch fluisterstukje; bij voorkeur te beluisteren in volle zon en met de volumeknop open.

De overige negen nummers schommelen tussen 4 en 6 minuten; waarmee Mystery Jets aangeeft dat de hitparade wat hen betreft deze keer de woestijn in kan. De nadruk ligt op country: steelguitar en akoestisch gitaargetokkel. Maar indie en grunge zijn niet ver uit de buurt. Alsof de eenzame cowboy waarover het te lange “You Had Me At Hello” verhaalt, op dit album behalve een bijbel ook een drumpercussieblokje, een snuif Nirvana en cocaïne in zijn zadeltas heeft.

Over elk nummer op Radlands is wel een compliment te geven, over minstens een stukje: zo is de eerste minuut van de titeltrack subliem in de uitbeelding van hopeloze eenzaamheid in verschroeiende hitte. Helaas volgt daarna een verkeerde versnelling en een zeurderig einde. Op dit album is Mystery Jets op zijn best op de momenten dat ze het simpel houden. Zoals in “The Ballad of Emmerson Lonestar”: gitaargetokkel en een eerlijke, ingetogen zanger die zich daarna over de als korte zweepslagen scheurende elektrische gitaren rockgewijs laat gaan: “This time I’m gonna show how I feel.”

“Sister Everett” begint met een orgeltje en een afgeronde basgitaar, maar de zanglijn blijft ter plekke treuzelen. Als op het einde Maria in koor wordt aanroepen als redster van eenzaamheid, is Mystery Jets onze aandacht allang kwijt. Meteen daarna komt het intense “Lost in Austin”, waarin Blaine Harrison als een koppige cowboy recht door de elektrische gitaarmuur rijdt tot aan de rand van de klif en vraagt: “Am I just a blind spot in his eye?” Nee, vast niet. Je bent gewoon nog in de woestijn.

Over Mystery Jets’ uitmuntende groepsgeluid geen kwaad woord: de arrangementen zijn subtiel, het geluid is Amerikaans, warm, stoffig, alles klinkt net zoals het hoort te klinken als je aan een woestijn denkt. Aangezien dat het concept is: chapeau. Deze plaat zuigt je mee in de woestijn. Maar de uitwerking van Radlands op je gemoed is dan ook even heftig: sommige stukken wil je overslaan omdat ze je dood irriteren, de horizon is te uitzichtloos, de zon te genadeloos, de liedjes te lang. En daar zit niet iedereen op te wachten. Na een volledige rit door Radlands is de kans groot dat je niet nog eens wilt luisteren naar de moegetergde cowboy die met een Levis 501 op zijn paard door het zand sloft. Daar kunnen cactusbloemen als “Luminescence” en “The Nothing” niets aan verhelpen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 2 =