Met Isbells door China: Deel 9 :: Beijing Bye Bye

Beijing. “Stad van het Noorden”, dat we vroeger op school nog gewoon “Peking” noemden, en waarbij we dan dachten aan miljoenen lachende Chinezen met lichtblauwe uniformen en petjes, per fiets, bol rijst in de hand, opkijkend naar een beeltenis van De Grote Leider.

De Grote Leider hangt er nog steeds, aan de Tiananmenpoort op het gelijknamig plein. Er is ons op onze laatste dag in dit land wat tijd gegund om aan wat siteseeing te doen, en dan is het evident dat we ons reppen om dit stuk wereldgeschiedenis met eigen ogen te aanschouwen. We zijn dankbaar en opgewonden als een klasje op schoolreis.

Het Plein Van de Hemelse Vrede ligt er wel niet bepaald hemels . Donkere wolken pakken zich samen, we zien nauwelijk 10 meter ver, en dan begint het: zware, subtropische stortregens. In looppas gaan we ons verschuilen in de toegangstunnel van de ingang naar de Verboden Stad. Het heeft iets filmisch. Gelukkig zijn dergelijke buien hier vaak van korte duur, wat ook nu het geval is. De Verboden Stad geeft ontvouwt zich voor onze ogen. Grandioos.

Maar ondanks deze statige overblijfsels van China’s keizerlijk verleden, is Beijing vandaag de dag een hypermoderne metropool. Het is stijl en gratie. De stad staat stil maar gaat met volle kracht vooruit. Zoals haar inwoners: gracieus zelfzekerd bewegen ze zich voort langs de vele lanen en straten, of het nu per fiets of peperdure SUV is.

We landden er een dag eerder. Leuk ook: Jef voegt zich terug in ons gezelschap. Hij is in de stad voor onze twee laatste shows, en om zijn volgende tours, onder andere met het Japanse Mono, voor te bereiden. Julie lijkt enigszins opgelucht, nu de verantwoordelijkheid over ons van haar afvalt. We kunnen haar maar al te goed begrijpen: meer dan een week kris kras doorheen dit enorme land reizen met vijf Vlamingen, als enige die er de taal spreekt. Faut le faire.

Na een korte opfrisbeurt is het al tijd voor onze volgende speelhalte: een fancy feestje voor de Belgische Consul van Beijing, Didier Vanderhasselt. Plaats van het gebeuren: een afgelegen domein, ergens buiten de zesde ring rond Beijing. Bij het binnenrijden worden we, oh help, … gesalueerd door in zwarte uniformen gestoken jonge Chinese mannen. Chinese vrouwen snellen ons tegemoet met champagneglazen en schenken ze vol. Ok, het is Cava, maar toch. Rondom ons spotten we het kransje van het diplomatieke leven in Beijing. Zoveel Westerlingen samen hebben we al een tijdje niet gezien. We worden door de consul zelf en een aantal andere in casual chique plunje gehesen personen verwelkomd, maar weten ons niet echt een houding aan te geven. We schuifelen wat onwennig heen en weer en nippen onzeker van ons glas.

Ik zou nu snobistisch kunnen doen over het feit dat dit niet ons soort volk is, een on-rock-‘n-rollmilieu waar we ons niet in thuisvoelen en onze muziek liever niet situeren, maar dat is zou niet eerlijk zijn. We worden bijzonder hartelijk ontvangen, worden in de watten gelegd met succulente spijzen (Gaetan eet zich bijna een delirium aan de overheerlijk bereide gelakte eend) en pittige drankjes, en vooral: onze akoestische sessie bij valavond wordt enorm gesmaakt, in die mate zelfs dat ons, enkele uren en ook wel liters cava, pils en Pimm’s later, gevraagd wordt een tweede sessie te spelen. Tijdens “Baskin’” krijgen we zelfs assistentie van … consul Didier. Lichtjes surreële, maar zonder meer mooie avond.

Terug in het hotel stelt Jef voor “nog een noodleke en een pintje” te nuttigen. Schoon, die vermenging van culturen. We zitten eivol, maar kunnen er niet aan weerstaan. De plek is te weinig verlicht, en wij te beschonken om te zien wat we voorgeschoteld krijgen, maar: de nachtelijke snacks blijven ons verbazen. Tjonge.

‘s Anderendaags gaat het feest door voor onze smaakpapillen: eindelijk, na een queeste van bijna twee weken, krijgen we in een klein tentje dé definitieve, en allerbeste dumplings geserveerd: gevuld met verschillende vleesbereidingen, goed gekruid, en: op grillplaat klaargemaakt. Dit zullen we nog lang koesteren. Missie volbracht.

Maar: er moet ook muziek gemaakt worden. Op naar de club Yugongyishan. Alsof het zo moet: onze laatste show op Chinese bodem plaats in de meest indrukwekkende zaal tot nu toe. Het lijkt wel een ietwat kleinere versie van de Balzaal in de Gentse Vooruit. De zaal lijkt te groot voor ons tijdens de soundcheck, maar als we er terugkomen na het avondmaal, is er heel wat volk opgedaagd. Verschillende Belgen, enkele Amerikanen maar vooral toch Chinezen.

.

Gaetan drumt mee op drie nummers in Julie’s set, die er voor de gelegenheid ook een bassist heeft bijgehaald. In deze mooie zaal, met een geweldige sound en een stevige ritmesectie erbij, blijkt wat een grand dame ze is. Haar songs imponeren meer dan ooit. Hongerig beginnen we aan onze eigen set. Het loopt gesmeerder dan ooit, het applaus en het enthousiasme was de afgelopen weken nooit zo groot. “Erase And Detach”, onze grande finale met Julie als inmiddels geroutineerde special guest, klinkt machtig. Een ontlading.

Tijd voor onze afsluitende late night goodbye drink. Wij vijven, Jef, zijn vriendin, Julie en enkele van haar vrienden, Chinees bier en … Jägermeister. We keuvelen gezellig na, smeden plannen voor de toekomst, voelen ons voldaan. De sfeer is drachtig van weemoed én euforie. Eén van Julie’s vrienden (die ze eerder op de avond voorstelde als “a very big producer from Taiwan”) speelt ineens “More Than Words” van het gruwelijke Extreme af op zijn iphone. Zelfs dat kan de sfeer niet drukken.

China was meer dan een avontuur. Een prachttrip langs de grootste steden van dit immense, mysterieuze land, een duik in een vreemde maar uitermate boeiende wereld, waarbij we op de koop toe mochten doen wat we het allerliefste doen: muziek maken. In een heel pure vorm. Voor blije en dankbare mensen. We voelden ons hier tegelijk een toefje rockster én het meest onbeduidend groepje dat nog alles moet bewijzen. Het ging hier om één ding: spelen voor mensen die wilden luisteren.

Dit was geen tour doorheen een land waar popmuziek iets uitzonderlijks, iets exotisch is. China is modern, gedreven, en hongerig naar meer. We voorspellen dat dit een land zal zijn waar Westerse groepen steeds meer, steeds vaker én steeds liever naartoe zullen willen komen. We zijn wat blij dat we met Isbells die kans nu al kregen. Of we willen terugkomen? You bet.

Het hart vol, het gemoed week, stappen we het vliegtuig op richting het oude contintent. Zaìjiàn, lieve vrienden in China.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + 20 =