Santigold :: Master Of My Make-Believe

Vier jaar geleden was er van Lady Gaga nog geen sprake en stond Rihanna nog schuchter onder haar paraplu te schuilen. Het waren M.I.A. en Santi White, a.k.a. Santogold, die toen streden om de titel van stoerste meisje van de klas. Laatstgenoemde leverde een debuut af waarmee ze gewapend leek om de wereld te veroveren.

Maar toen werd het stil rond Santogold. Akelig stil. Té stil zelfs om nog te willen meespelen op het voorplan. Akkoord, er was de naamsverandering naar Santigold, en hier en daar leverde de zangeres een gesmaakte bijdrage op andermans platen, met als uitschieter het fantastische “Don’t Play No Game That I Can’t Win” van The Beastie Boys. Maar in geen tijd doken Florence, Adele en Gaga uit het niets op om het kroontje op te eisen in het rijk der excentrieke popdiva’s. Met Nicki Minaj stond onlangs zelfs een ware Santigold-kloon op. Genoeg, moet de Amerikaanse gedacht hebben, en ze doorbrak de stilte door opnieuw de studio in te duiken. Om orde op zaken stellen, zo blijkt. “Try to pull my status, but they couldn’t fake it”, klinkt het strijdvaardig in opener “Go”.

Master Of My Make-Believe is grotendeels opgenomen in Jamaica, waar de zangeres een tijdlang vertoefde in het gezelschap van producers Switch en Diplo, die intussen aan hun Major Lazer album sleutelden. Dat verblijf geeft de plaat onmiskenbaar een Caribische feel mee. Luister maar naar “This Isn’t Our Parade” of de tribale percussie van “The Riot’s Gone”, meteen twee van de betere nummers van de plaat. Die laidback aanpak staat in schril contrast met de — vaak politiek getinte — boodschap die uitgedragen wordt. “We know we want more, a life worth fighting for”, stelt ze in “Disparate Youth”. Wat verderop, in de hymne “The Keepers”, doet Santi er nog een schepje bovenop: “While we sleep in America our house is burning down.”

Terwijl haar vaste producers Switch en Diplo vooral aandacht hadden voor Major Lazer en productiewerk voor Beyoncé, werd voor Master Of My Make-Believe ook beroep gedaan op onder meer Buraka Som Sistema, Nick Zinner (Yeah Yeah Yeahs), Dave Sitek (TV on the Radio) en Q-Tip (A Tribe Called Quest). Staat dat bonte allegaartje in voor een spannend geheel? Niet helemaal. Ze beperken zich vooral tot het reconstrueren van het geluid van Santi’s debuutplaat. En dat is jammer. Een streep new wave hier, een postpunkgitaartje daar, afkruiden met wat elektronica, … Been there, done that. Ook de onverholen M.I.A.-invloeden zijn er nog steeds niet uit, luister maar naar “Fame” of “Freak Like Me”.

Dat maakt van Master Of My Make-Believe zeker geen slechte plaat, maar wel één waar er veel meer uit te halen viel. Voor een artiest als Santigold leggen we de lat al eens wat hoger. Slechts hier en daar blijft er een riedel hangen. In tegenstelling tot haar debuut, dat minder coherent was maar wel betere nummers bevatte, klopt deze tweede misschien meer als geheel, maar ontbreken er toch enkele absolute uitschieters.

Zeggen dat de olifant een muis heeft gebaard, is er wat over. Door haar lange afwezigheid en de constante stroom aan nieuwe artiesten, moest Santigold met Master Of My Make-Believe zo goed als van nul herbeginnen. Van de hype van weleer schiet inmiddels niet veel meer over en ook haar geluid is intussen ingeburgerd. Om helemaal te overtuigen was er meer nodig dan een –weliswaar geslaagde — herhalingsoefening. Hopelijk laat Santigold ons niet opnieuw vier jaar wachten, want tegen dan zou ze wel eens helemaal vergeten kunnen zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 1 =