Coeur De Pirate :: 6 mei 2012, Koninklijk Circus Brussel

Bon, zo klinkt een karaokefeest voor het hele gezin dus aan de andere kant van de taalgrens in dit tweelandenland. Met taferelen die in onze eigen moederstaal alleen Clouseau en godbetert Borsato bij ons uitlokken. Arme, arme wij.

Want terwijl de Canadese Béatrice Martin in de Franssprekende wereld een, tja, superster is, is ze voorbij de tegenwoordig zo omarmde (taal)grenspalen onbekend en dus onbemind. En of dat our loss is. Twee platen heeft Martin ondertussen uitgebracht, bomvol guitige melancholie die het chanson ook deze eeuw tot een blijver maakt. Was haar titelloze debuut een aaibare, uiterst charmante singer-songwiterplaat, dan koos ze op Blonde voor avontuurlijkere arrangementen, met hulp van onder meer Colin Stetson. Martin, nog steeds slechts 22, werd zo in één klap ook muzikaal volwassen.

Het heeft haar sterrenstatus alleen nog maar vergroot, iets wat met artiesten rond de Moerdijk ondenkbaar is. Zelden zo’n bont allegaartje op de eerste rijen gezien: van vrouwen die de menopauze op zich zien afkomen als een spookrijder tot opvallend veel kinderen. Het heeft iets bizars, misschien zelfs aandoenlijks, om tienjarige meisjes op de schouders van de papa de teksten van Martin te zien meelippen, zeker de passages waarin ze een ex-minnaar uitlacht om de slechte seks. Maar ach, wij hebben “Swentibold”. Daar hebben die Walen niet van terug.

Het verhaal van het meisje dat op een onbezonnen moment wijd verspreide naaktfoto’s van zich liet trekken en haar lijf als canvas voor tatoeëerders ter beschikking stelde, is door dat alles zonder meer opmerkelijk. Dat ze voor langere tijd afscheid nam van het Belgische publiek en de concerten hierna liet afgelasten — ze is ondertussen immers enkele maanden zwanger — deed de applausmeter al snel in het rood gaan. Letterlijk elk nummer werd op herkenningsapplaus onthaald en mee geneuried of meegezongen als betroffen het klassiekers die elk jaar vier keer op een compilatie verschijnen. Maar ach, die tijd komt nog.

Martin, vaak centraal achter de vleugelpiano, doet het met een sterke en uiterst strakke vierkoppige band. De twee gitaristen moeten de vaak complexere blazerarrangementen doen vergeten, en slagen daar wonderwel in. Ze maken de songs van Martin een stuk puntiger, wat bijvoorbeeld de uitstekende single “Adieu” (wat een orgelpunt) en “Danse Et Danse” ten goede komt. De zachte songs van haar debuut komen steviger uit de verf, en zetten zo een pak zelfzekerder hun voet naast Martins recente werk: instant klassieker “Le Long Du Large” klinkt daardoor nog steeds okselfris. Weg is de slordigheid, waar Martin een paar jaar geleden nog zelfs ietwat prat op ging, en dat verdienen haar songs ook.

Van eentonigheid is echter geen sprake. Halverwege wordt één gitaar verrassend voor de viool geruild, voor een trio diep-weemoedige songs: “La Petite Mort”, “C’était Salement Romantique”, dat het Koninklijk Circus pal in Montmartre neerplant, en bovenal “Place De La République”, een nummer dat Martin op voorhand stotterend aankondigt als “une chanson très, très importante pour moi”. Waarna ze zo doorleefd op ieders adem en hart trapt, waaronder ook zichtbaar het hare, zoals geen enkel 22-jarig meisje dat zou mogen kunnen. Laten we grote woorden laten voor wat ze zijn — Martin doet dat zelf ook — en de versie zelf voor zich laten spreken: http://www.youtube.com/watch?v=WZC1q8LRBzc.

Het is een van de al bij al weinige momenten waarop Martin zich op het podium kwetsbaar opstelt. Tussen de songs door tatert ze erop los als een comédienne, haar doorgaans vrolijke pop omkleedt de tristesse van haar teksten, en daar voelt ze zich duidelijk het beste bij. Het romantische beeld van een Franstalig zuchtmeisje gaat, al was het maar door die ontzagwekkende tattoos, niet op: haar grote ogen zijn meestal die van een Bambi die de moordenaar van haar moeder eens duchtig tegen de kloten zou stampen.

Het resterende halfuur ontaardt in een groot zangfeest, zoals nieuwe single “Golden Baby”, “Francis”, en vooral “Comme Des Enfants” dat overal zouden moeten uitlokken. Maar laat ons daar maar niet over beginnen. Wanneer ze na haar terechte tweede bisronde een pak tekeningen uit het publiek komt pikken en iemand met een (aan de Abrahadabra-cover te zien recente) Dimmu Borgir-sweater naast me z’n handen beurs klopt, staat het vast: Coeur De Pirate is uniek, maar vijftig kilometer van hier een evidentie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + vier =