Brad Mehldau Trio :: Ode

Nonesuch, 2012

Toegegeven, het zou een kleine leugen zijn om te beweren dat
Brad Mehldau
‘s werelds populairste jazzpianist is. Als we echter geen rekening
houden met de godslasterlijke onverlaten die zich een jazzprofiel
aanmeten maar in werkelijkheid popmuziek maken (Jamie Cullum,
iemand?), zit er misschien toch een kleine grond van waarheid in.
Want Brad Mehldau is as good as
it gets als het op star
credentials en intellectueel charisma aankomt en trekt
daarmee volle
zalen
in binnen- en buitenland. Hoe doet hij het toch? Hij
blinkt uit in een genre dat meermaals verguisd is wegens te
cerebraal en kunstzinnige moeilijkdoenerij en komt er zo
maar mee weg. Zelfs zijn minder toegankelijke trio-albums van een
aantal jaar terug doen het nog steeds goed. Na een stilte op dat
front keert het Brad Mehldau Trio nu terug met ‘Ode’. Tijd om het
mysterie rond Mehldau te ontsluieren?

Een verklaring voor het succes is misschien terug te vinden de
keuze van Mehldau om zich pop- en rocknummers eigen te maken en die
tot jazzcomposities uit te werken (waarmee hij de omgekeerde
beweging maakt als Cullum). Radiohead, Nick
Drake, The
Beatles
, Joni Mitchell … stuk voor stuk doken ze wel eens op
in de muziek van Mehldau. Op ‘Ode’ is daar niets meer van terug te
vinden. Dit is namelijk één van de uitzonderlijke keren waarop
Mehldau enkel zelf neergepend materiaal heeft gebruikt – weliswaar
door hier en daar wat ouder materiaal te recycleren.

Als de popbewerkingen achterwege wordt gelaten, moeten we het
antwoord natuurlijk ergens anders zoeken. Zo is er bijvoorbeeld
zijn speelstijl. Mehldau lijkt steeds te vertrekken vanuit een
handvol samenhangende noten om vervolgens er een volledig verhaal
aan te breien. ‘M.B.’ bestaat uit een opeenvolging van
cimbaalslagen en basmotieven en toch maakt Mehldau er met zijn
pianomelodie dwars doorheen de fragmentatie aan ritmes een boeiend
geheel van. Zijn verhalende, doch spontane stijl straalt een
eigentijdse cool uit, met veel contrasten tussen snelle en
loslopende noten en vol weergalmende akkoorden. Die vrij intuïtief
aanvoelende speelstijl is nog sterker te horen bij ‘Dream Sketch’.
Daar start het met slechts drie noten maar van daaruit leidt het
snel tot een heerlijk bezwerende melodieuze compositie. ‘Dream
Sketch’ zorgt voor tintelingen en brengt eveneens een prettig
gevoel van verwondering teweeg.

De intuïtieve speelstijl valt naadloos samen met een fixatie op
motieven als bouwsteen van de muziek. ‘Twiggy’ begint met een
motiefje dat veel weg heeft van ‘Cappricio’, een compositie van het
soloalbum ‘Highway Rider’. Eenzelfde ritmisch patroon wordt
gebruikt, alleen liggen de tonen een paar trapjes hoger. Ondanks de
opvallende gelijkenis, gaat het nummer uiteindelijk een andere
richting uit. Net als ‘Cappricio’ is ‘Twiggy’ een compositie die
onmiddellijk boeit. Goeie recyclage, al blijft het natuurlijk wel
recyclage. Bij ’26’ en ‘Aquaman’ hebben we dat gevoel van
herkenbaarheid ook, al valt het daar niet echt tot één compositie
te herleiden. Mehldau doet er echter telkens fantastische dingen
met zijn swingende ritmes: stijltechnisch is het een genot om te
horen waar de man telkens minieme rustpauzes in de melodie inlast
om het geheel wat pit te geven.

Voorts is ‘Ode’ een album waar Mehldau een paar keer durft te
intrigeren met creatieve ingevingen. ‘Stan The Man’ is een
bijzonder gesloten compositie, maar de vlot lopende ritmes en de
eenvoud van de structuur houdt het geheel toch genietbaar voor een
breed jazzpubliek. Het is één van de gelegenheden waar Mehldau
gebruik maakt van het hyperactief tempo om een aantal briljante
pianotechnieken uit zijn hoed te toveren. Als we moeten kiezen,
gaat onze voorkeur toch uit naar ‘?Wyatt’s Eulogy For George
Hanson’, dat minutenlang baadt in een contemplatieve sfeer. Ambient
lijkt bij momenten heel nabij, maar Mehldau doet er goed aan om
rond de derde minuut voor een change of
heart te zorgen en er nog een tweede (grimmiger) hoofdstuk
aan te breien. Als die twee stukken dan uiteindelijk bij elkaar
komen, zorgt dat voor pure magie.

Het mag dan wel lijken alsof we het raadsel van Mehldaus succes
helemaal ontcijferd hebben, toch is er ook een kleine
teleurstelling over het eindproduct dat ‘Ode’ is geworden. Het
voelt muzikaal allemaal voortreffelijk, mooi en spontaan aan, maar
tegelijk blijft ook het gevoel hangen dat het trio iets te
nadrukkelijk een samenvatting van de voorbije jaren heeft
bijeengebracht. Mehldau kijkt daarbij iets te graag in de
achteruitkijkspiegel, met reminiscenties naar ouder werk, terwijl
we van dit trio eerder zouden verwachten dat het met rasse schreden
vooruit gaat. Interessant, bij momenten zelfs boeiend, maar een
grote verrassing blijft weliswaar uit.

http://www.bradmehldau.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + 6 =