Contraband

Speciaal geval, deze ‘Contraband’. Ik had al een hele
openingsalinea klaar over internationale regisseurs die hun
successen nog eens dunnetjes overdoen in Hollywood (inclusief
goedkope sneren naar ‘The Loft’ en de release die maar niet wil
komen), maar blijkbaar is Baltasar Kormakur, de IJslandse regisseur
van remake ‘Contraband’, niét de regisseur, maar wél de
hoofdrolspeler van het origineel ‘Reykjavik – Rotterdam’.
Verwarrend. Tot daar dan ook het meest interessante dat er te
vertellen valt over ‘Contraband’, een routineuze actiethriller
waarin Mark Wahlberg zo hard op automatische piloot staat te
fronsen dat hij elk moment in sluimerstand dreigt te vallen.

Het verhaaltje dan maar. Chris Farraday (Mark Wahlberg) is een
voormalige smokkelaar die zich uit het criminele leven heeft
teruggetrokken. Hij is getrouwd met een knappe deerne (Kate
Beckinsale mét blonde highlights) en heeft twee zonen. Maar wanneer
zijn schoonbroer (Caleb Landry Jones) een smokkelklus verknoeit en
veel geld moet ophoesten aan gangster Briggs (Giovanni Ribisi), is
Chris genoodzaakt om toch één laatste smokkel te doen. Met de hulp
van zijn goeie vriend Sebastian (Ben Foster), springt Chris samen
met zijn crew op de boot richting Panama om er een busje valse
bankbiljetten te gaan halen. Uiteraard loopt de ‘one last
job’
niet helemaal zoals gepland.

Iedereen die ook maar al iets van een caper movie heeft
gezien (laten we ‘The Italian Job’ en ‘Ocean’s Eleven’ als de
bekendste voorbeelden nemen, oké?), weet min of meer wat er
allemaal zal gebeuren in ‘Contraband’. Wie absoluut een streep voor
wil hebben moet trouwens zeker eerst ‘Gone in 60 Seconds’ checken.
Op eigen risico weliswaar. ‘Contraband’ is namelijk gewoon een wat
futloze variatie op de flashy heistklassieker met een
platinumblonde Nicolas Cage als zeer geloofwaardige autodief. Neen,
voor originaliteit moet je niet aankloppen bij Marky Mark en zijn
funky bunch van smokkelaars. Niet dat iemand zit te
wachten op veel originaliteit bij dit soort formulefilmpjes, maar
‘Contraband’ maakt daarbovenop de fout het allemaal veel te serieus
te willen verkopen.

Want als er één ding is dat je verwacht van heist
movies,
dan is het toch wel dat ze entertainen. Je moet de
kleurrijke bende (altijd underdogs) kunnen toejuichen terwijl ze
aan hun ongetwijfeld veel te ingewikkelde plan beginnen. Je moet
‘boe, awoert!’ naar de slechterik z’n kop kunnen slingeren (denk
aan Edward Norton in ‘The Italian Job’) en je moet dat
aanstekelijke, jongensachtige sfeertje hebben. Met een beetje
enthousiasme spring je echt wel al een heel eind met dit soort
archetypische wegwerpfilmpjes. Dan krijg je knapperige comfort
food –
in het geval van ‘Contraband’ krijg je een droge
boterham met een plak kaas van een week oud erop.

Want hadden ze nu een beetje humor gebruikt als smeerolie voor
de krakende tandwielen die ‘Contraband’ geforceerd van punt a naar
punt b moet brengen, het zou allemaal een stuk plezanter geweest
zijn om naar te kijken. Maar neen, een sombere aanpak die nergens
op zoek gaat naar diepgang, een nooit doorgetrokken keuze om van de
slechteriken genuanceerde personages te maken (Giovanni Ribisi’s
personage heeft een kind!) en een kleurloze bende die enkel maar
bestaat uit Lukas Haas en een drietal veredelde figuranten. Komt
daar nog bij dat met de opvallende locaties van New Orleans en
Panama helemaal niks wordt gedaan en ook het gritty
dokwerkerssfeertje (heel even denk je in seizoen twee van ‘The
Wire’ te zitten) gaat verloren tussen de oppervlakkige uitwerking.
En centraal krijg je dan working class-held Mark Wahlberg,
die het allemaal met bijzonder weinig goesting staat te
doen. Zwak, want heel dat smokkelgedoe is al helemaal niet zo
aantrekkelijk of tot de verbeelding sprekend als casino’s leegroven
of auto’s pikken.

Valt er dan absoluut niks positiefs te melden over ‘Contraband’?
Nou, als het echt moet dan kunnen we gerust toegeven dat de
actiescène halverwege de film behoorlijk knalt. Zelfs Mark Wahlberg
sprong even helemaal wakker met de frons in aanslag. Alleen jammer
dat die scène absoluut niks met de ongeloofwaardige plot heeft te
maken en dat overvallers met plakband op hun smoelwerk er nogal
onnozel uitzien. Voor de rest is het vooral genieten van een, euhm,
genietende Giovanni Ribisi als gemene white trash-gangster
met een verschrikkelijk irritant stemmetje, terwijl Ben Foster
eigenlijk een veel betere film en personage verdient voor zijn
kunnen. Serieus, kerel, zoek een nieuwe agent want je kan veel
beter acteren dan Mark. En uiteraard is J.K. Simmons altijd een
beetje lachen, hier aanwezig als vervelende kapitein van de boot
met een stevige snor. Daar scoor je altijd wel punten mee, met
snorren. Kijk maar naar Clive Owen in ‘Killer Elite’.

‘Contraband’ is bandwerk van dertien in een dozijn, maar vertikt
het om een beetje speels met het genre en de onvermijdelijke
clichés om te gaan. Het gaat aardig vooruit, maar de film slaagt er
absoluut niet in om de consistentie van een strakke thriller te
bewaren. Wat overblijft is een efficiënt gefilmde, maar weinig
enthousiaste heist movie zonder charme, zonder spanning en
een veel te laag entertainmentgehalte. Je krijgt absoluut niks te
zien wat niet al eerder en veel beter werd gedaan in andere
kraakfilms. Oké, behalve dan Kate Beckinsale met blonde
highlights. Allen daarheen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 2 =