My Week with Marilyn

Toen Meryl Streep onlangs een Oscar won voor haar
rol als Margaret Thatcher in ‘The Iron Lady’, was dat op zich niet
onterecht, maar vergis je niet: ze had niet de moeilijkste rol van
alle genomineerden gespeeld. Voor Thatcher kon Streep zich immers
niet alleen baseren op ettelijke uren archiefmateriaal, maar ook op
een autobiografie, die een duidelijk beeld gaf van hoe de ex-PM
zichzelf zag. Het personage was daar om te ontdekken en te
interpreteren. Maar dan Michelle Williams, eveneens genomineerd dit
jaar voor haar prestatie als Marilyn Monroe in ‘My Week with
Marilyn’. Natuurlijk waren al die uren aan archief- en filmbeelden
er ook wel. Maar wat die toonden, was de publieke Marilyn, en zeer
nadrukkelijk niét de Norma Jean Baker die daaronder ergens
schuilging. Er werden hele bibliotheken aan boeken geschreven over
Monroe, maar uiteindelijk blijft ze een mysterie; een bizarre mix
tussen een seksbom, en een stiekeme intellectuele die geïnformeerde
meningen formuleerde over James Joyce’s ‘Ulysses’. Tussen een
schepsel dat gemaakt was om in de spotlight te staan, en een
schuchtere vrouw die gebukt ging onder een verlammende onzekerheid.
Niemand weet echt wie Marilyn Monroe was, en de manier waarop
Williams op zijn minst een aantal van die verschillende aspecten
van haar persoonlijkheid geloofwaardig met elkaar weet te
verbinden, is dan ook ongelooflijk knap om naar te kijken. En de
rest van de film? Niet kwaad, maar lang niet zo goed als Williams
zelf.

Colin Clark (Eddie Redmayne, een degelijke
straight man in het verhaal) is een 23-jarige jongeman
die, tot grote hilariteit van zijn upper class familie,
naar Londen trekt om een job af te bedelen bij één van zijn grote
helden, de acteerlegende Laurence Olivier (Kenneth Branagh). Hij
valt het kantoor van Olivier zo lang lastig, dat hij uiteindelijk
een baantje weet te versieren als derde assistent op diens volgende
productie: ‘The Sleeping Prince’, een luchtige komedie die de zalen
in zou komen onder de titel ‘The Prince and the Showgirl’. Showgirl
van dienst: Marilyn Monroe. De tournage wordt echter een ware hel:
Monroe is constant te laat, kan haar teksten niet onthouden, lijdt
aan verschillende ziektes en krijgt zelfs een miskraam. Bovendien
loopt in haar kielzog constant Paula Strasberg (Zoë Wanamaker) mee,
één van de bezielers van de method school of acting, wat
inhoudt dat ze regelmatig de hele ploeg laat wachten terwijl ze
discussieert over de motivaties van haar personage. Dat alles komt
uiteraard niet goed over bij Olivier, een old school
professional,
die gelooft in stiptheid en een no-nonsense
werkethiek. Wanneer Monroe klaagt dat ze de emoties van haar rol
niet waarachtig vindt, antwoordt hij: “Of course I understand.
Acting is all about emotions. Learn to fake those, and you might
have a splendid career!”
Om de één of andere reden klampt
Monroe zich, in al haar zelftwijfel, vast aan Colin. De sukkelaar
zou nooit nog dezelfde zijn.

Voor cinefielen is ‘My Week with Marilyn’ sowieso
een interessante blik achter de schermen van de filmindustrie in de
late jaren vijftig. We krijgen de clash tussen twee radicaal
verschillende acteerstijlen, en anderzijds de frustratie van een
klassiek geschoold acteur, die moet toegeven dat hij, ondanks al
zijn opleiding, al zijn ervaring en al zijn technische bekwaamheid,
nooit zo’n natuurtalent voor de camera zal worden als Marilyn.
Olivier was verreweg de betere acteur, maar zoals hij zelf zegt:
When she finally gets it right, you don’t want to look at
anyone but her.”
Monroe’s grootste gave – en tegelijk de vloek
van haar leven – was dat ze niet anders kon dan stralen
wanneer er camera’s op haar gericht waren.

De film wordt, ironisch genoeg, minder interessant
wanneer het filmen een tijdje wordt stilgelegd om Monroe de kans te
geven fysiek en mentaal te bekomen, en Colin dus zijn beruchte
“week met Marilyn” beleeft. Op dat moment wordt de prent een
conventionele coming of age-film, over een verlegen, niet
bijster ervaren jongen die als een blok valt voor een seksbom en
weet dat het toch niets kan worden. Dit segment van de film is
schattig, en toont ook wel een ander facet van Monroe’s
persoonlijkheid – haar kinderlijkheid, haar onschuld, haar behoefte
om andere mensen te plezieren – maar het verloopt ook allemaal te
zeer volgens het boekje. In plaats van oprecht fascinerend te zijn,
wordt ‘My Week with Marilyn’ op dat moment eerder
aangenaam om naar te kijken. Onderhoudend.
Allemaal termen die eigenlijk eufemismen zijn voor die momenten
waarop je zit te wachten tot een film weer aan het goeie spul
begint.

Regisseur Simon Curtis pretendeert hier niet de
enige waarheid over Monroe te verkondigen, en laat een groot deel
van haar mystiek dan ook in tact. Samen met een knap genuanceerd
spelende Williams, concentreert hij zich op de tegenstrijdigheden
in haar persoonlijkheid: soms een emotioneel wrak, soms een
giechelende schoolmeid. Hij suggereert dat veel daarvan te maken
had met haar constante honger naar bevestiging; haar entourage
moest haar voortdurend verzekeren dat ze wel degelijk iets kon, dat
ze goed genoeg was. Maar Curtis heeft niet de pretentie om die
vaststelling dan te presenteren als een zaligmakende analyse van
haar karakter. Hij heft een tip van de sluier op, meer niet. Maar
terwijl die sluier omhoog is, zien we heel even een extreem
kwetsbaar mens, die zich nooit wilde laten kennen door de
buitenwereld en zich dan maar verschool achter het typetje van
Marilyn de seksbom.

Naast Williams bestaat de cast uit een collectie
Britse klassebakken: Kenneth Branagh weerstaat aan de verleiding om
Olivier openlijk te imiteren, maar de spraakpatronen (let op die
ssappige “sss”) en het typische wenkbrauwenwerk zijn er wel. Eddie
Redmayne is goed, maar niet spectaculair als Colin en in kleinere
bijrolletjes zien we een ronduit heerlijke Judi Dench, een Toby
Jones die veel te weinig te doen krijgt, en zowaar zelfs Emma
“Hermione” Watson, die wellicht een verstandige beslissing maakte
door na Harry Potter een bescheiden rol in een relatief bescheiden
film aan te nemen. Ze doet een stap opzij en weet op die manier
torenhoge verwachtingen te vermijden. Slim gespeeld – ten
points to Gryffindor!

‘My Week with Marilyn’ valt uiteindelijk iets te
licht uit om echt lang te blijven plakken, maar het is aardig
kijkvoer, met sterke acteurs en een prettig pretentieloze
vibe. Waar zowat alle biopics (of semi-biopics,
zoals hier) zichzelf hopeloos serieus nemen (nog ‘J. Edgar’,
iemand?) heeft deze tenminste genoeg realiteitszin om te weten dat
je een mensenleven niet op twee uur kan vatten. Wat je wél kan
doen, is een aanzetje geven om die persoon beter te begrijpen.
Waarvan akte.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + zestien =