Pulled Apart By Horses :: Tough Love

Uitzinnige duivels zijn het, de vier lads uit Leeds die samen Pulled Apart By Horses vormen. Live is de band een tyfoon en op hun tweede album Tough Love tasten ze feilloos de grens tussen grunge, hardcore en noise verder af.

“Tough love”, het betekent vrij vertaald zoveel als: “Een goede vader spaart de roede niet”. En u krijgt er behoorlijk van langs, maar weet : het is voor uw eigen goed. Waar u anderhalf jaar geleden nog flarden van “Back To The Fuck Yeah” of “Get Off My Ghost Train” uit hun debuut mee scandeerde, maakt dit plaatje meteen een statement zonder weerga: zo moet ruige rock anno 2012 klinken. Vunzig, rauw, opwindend en overrompelend. De eersteling was nog een vingeroefening, zij het een interessante en geslaagde, de opvolger is een oplawaai om u tegen te zeggen. Niet dat de chaos alle kanten uitspat, want de band heeft een prima oor voor melodie. A system in the madness dus.

Lekker gelaagd gitaarwerk en vlezige riffs: de gitaren staan dan ook in modus ‘grimmig’ en zijn giftiger dan een Liesbeth Homans met premenstrueel syndroom. Een drummer (Lee Vincent) die de longen uit het lijf mept. Een met ADHD flirtende, dynamische zanger (Tom Hudson) die schuimbekkend van geen wijken wenst te weten en zijn cryptische nonsensteksten met sardonisch genoegen in uw gezicht spuwt; dit alles resulteert in een magisch samenspel. U gelooft de lovende woorden niet: hop, check out het beestige “Wildfire, Smoke & Doom”.

Variatie troef op dit album. Het flukse spel van de vier Britten blaakt van zelfvertrouwen en een retestrak album is het logische gevolg. Verkwikkend zijn de forse uithalen, gekke grooves en liederlijke tempowisselingen in — tja — alle nummers. Veel adempauze is er niet, de songs volgen elkaar aan een snoeihard tempo op (enkel “Night Of The Living (I’m Scared Of People)” en “Everything Dipped In Gold” rijden lichtjes met de handrem op) en waren “V.E.N.O.M” en “Bromance Ain’t Dead” tieten, dan waren het ongetwijfeld die van An Lemmens en Marie Vinck.

“Wolf Hand” (met de heerlijke “When I was a kid I was a dick but nothing changes. Threw myself around ’til I was sick, but nothing changes”-openingslyrics) raast door met de empathie van een sluipmoordenaar en kent een krankzinnige apotheose. De bassen rommelen ravissant op “Shake Off The Curse” en de tongue-in-cheek band scheert hoge toppen met het springerige “Some Mothers”, “Epic Myth” (geïnspireerd door de horrorklassieker Suspiria van Dario Argento) en de onheilspellende afsluiter “Everything Dipped In Gold”.

Rockers aller landen, hijst u in de strakke jeans. In een rechtvaardige wereld (eentje waarin we al eens ontwaken naast een duo pittige deernes die een Adult Video News-award op de kast hebben staan) veegt de indiepunk van Pulled Apart By Horses de tamme rock van stadsgenoten Kaiser Chiefs van de kaart. Discipels van — we doen een royale greep — de Kerk van The Stooges, Fugazi, Shellac, At The Drive-In, Mudhoney, Motörhead, Death From Above 1979, Pixies, The Jesus Lizard, Mclusky, Blood Red Shoes of Blakfish zullen met het puike werk van Pulled Apart By Horses hun hartje kunnen ophalen.

Het zal ons van de hoofdredacteur op een resem pletsen voor onze kop komen te staan, maar u hoort ons nu al het woord ‘eindejaarslijstje’ in de mond nemen. Pulled Apart By Horses overklast met hun nieuwste dreun-voor-je-kanis moeiteloos het ook al te koesteren titelloze debuut. Standard & Poor’s & Moody’s & Fitch of hoe die losgeslagen ondingen van ratingbureaus ook mogen heten, ze kunnen als de bliksem de rating van deze jongens verhogen. AAA.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 5 =