Andy Beresky (Black Pyramid) :: “Als ik in de V.S. mijn vest met patches draag, lachen ze me uit”

2011 is ten einde en er moet, wat ondergetekende betreft, nog
één los eindje gestrikt worden, een mooie cadeaustrik in een zwart
matglanzend zijden lint voor de fans van (doom)metal en
(stoner)rock. Deze twee genres (of is het er maar één?) zijn de
voorbije twee jaar weer bezig zijn aan een sluipende opmars. Een
beetje onopgemerkt voor het grote publiek komen er steeds meer en
betere bands uit bossen en holen tevoorschijn, die houden van een
zware riff en een wazig sfeertje.

Het succes van de Kyuss
Lives
– en Sleep-reünies illustreren dit, net als de fraaie
opkomsten voor festivals en tour packages die zich richten op de
baardige rockersniche. Dit voorjaar had ik tijdens het grootste van
die festivals (Roadburn dus) een gesprek met
de frontman van één van de meest belovende nieuwe bands in het
genre: Andy Beresky van Black Pyramid. Hun debuutplaat uit 2009 was
indrukwekkend, de daaropvolgende reeks singlereleases een snoer
van glimmende parels. De verwachtingen voor de tweede cd, ‘II’,
zijn dus erg hoog gespannen.

Hierover, over het ontstaan van Black Pyramid en over de
teloorgang van zijn vorige band sprak ik allemaal met Beresky op
een Tilburgs terrasje, ergens in april.

Spanningen

Voor u de vraag-en-antwoordsessie leest, moet u nog iets meer
weten over Andy Beresky en Black Pyramid. Beiden zijn het afgelopen
najaar namelijk op een nogal stijlloze manier uiteen gegaan. De
voyeurs vinden de weg wel naar het internetforum, waar de breuk
nogal pijnlijk openbaar werd gemaakt. Alle hoogdravende
verklaringen en gelaten reacties ten spijt heeft dit uiteindelijk
weinig gevolgen gehad voor de band. ‘II’ zal uitkomen en de band
zal om die te promoten in een gewijzigde samenstelling optreden.
Voorlopig ligt er nog maar één optreden in Europa vast, in Londen,
dus laten we hopen dat ze dan ook het Kanaal even oversteken.

In april was er van mogelijke spanningen in de band in ieder
geval nog niets te merken, niet op het podium en ook niet ernaast.
Andy Beresky maakte op mij een behoorlijk stabiele en solide
indruk, een man die zich bewust was van de moeilijkheden en de
mogelijkheden van het rockmuzikantenbestaan, en gepassioneerd is
door de muziek. Hij leek me ook tevreden om in Europa te kunnen
spelen, een regio die voor vele Amerikaanse groepen toch een beetje
het land van melk en honing is. Hier worden groepen correct betaald
en vriendelijk ontvangen, de fans komen voor de muziek en de
sporttelevisie wordt uitgeschakeld tijdens het optreden. Zaken die
niet vanzelfsprekend zijn aan de andere kant van de Oceaan.

Een goede start

Nadat we ons op een nabijgelegen terras hebben geïnstalleerd,
bestellen we beide een simpel glaasje water. Blijkbaar houdt Andy
er niet van om veel te drinken op tour, in weerwil van het
metalcliché. Hij legt uit waarom:

“Ik heb nog kerels gezien die op tour ‘s morgens om elf uur
rillend over heel hun lijf wakker worden. Voor de band kan
vertrekken moeten ze eerst stoppen in een bar, zodat die kerel wat
shots achterover kan slaan. Erge situaties, en zolang ze op tour
zijn kunnen die gasten niet naar rehab en wordt het steeds
erger. Dat wil ik zeker niet.”

enola: Hoe verloopt deze, nuchtere, tour tot nu
toe?

“Gisterenavond, op het Hammer Of Doom-festival in Duitsland,
speelden we nog maar onze eerste show. Die was erg goed, met veel
volk. Na vandaag hebben we nog een dikke week optredens geboekt.
Tot nu toe was het in ieder geval al een geweldige ervaring, veel
anders dan in de VS. Het is trouwens de eerste keer dat ik in
Europa ben.”

enola: Hopelijk bevalt het je hier. Black Pyramid is ook nog
niet zo lang bezig, hé?

“Nee, bijna vier jaar nu. Clay (drummer) en ik begonnen samen te
spelen in 2007.”

enola: Jullie namen wel een snelle start.
“Ja, redelijk snel, en we waren ook verrast door de goede ontvangst
voor het eerste album. We deden gewoon wat we wilden doen: samen
jammen rond wat songideeën. We vonden een bassist en voor we het
beseften was dat album daar.”

enola: Was je daar zelf tevreden mee?
“Ja, toch wel. Zeker als je er rekening mee houdt dat het ons
debuut was. Dat hebben we redelijk snel opgenomen, iets dat je wel
kan horen. Niet dat het slordig was, maar de productie was wat
afgehaspeld. We hebben over nogal wat details gekeken. De zang
bijvoorbeeld hebben we later wel beter opgenomen. Nadat het album
af was hebben we nog heel wat bijgeleerd, ook over het gebruik van
effecten en dergelijke. Het was een belangrijke stap in ons
leerproces.”

enola: Heeft het ook daarmee te maken dat jullie zoveel singles
en splitreleases hebben uitgebracht sinds de
debuutplaat?

“Ja, toch wel. We brachten er vier uit, maar hebben ook al genoeg
ander materiaal klaar voor het volgende album. Als we terug thuis
zijn van deze tour werken we dat allemaal af in de studio. We nemen
het zelf op met de hulp van een aantal buitenstaanders. Iemand
anders doet gewoonlijk de opname van Clays drums. Het is veel
makkelijker voor hem als hij dat niet zelf moet doen. Hij neemt de
gitaren op, maar de productie doe ik zelf. Hij doet ook alles wat
mijn vocals en Geins bas aangaat. Als hij tijd heeft komt ook J.
Mascis van Dinosaur Jr. nog langs om te helpen met de mix.”

enola: Dat is een grote naam.
“Ja, ik ken hem via gemeenschappelijke kennissen. Hij doet altijd
vreemd tegen mij, maar zo doet hij eigenlijk tegen iedereen. Het is
een goede gast en hij helpt ons graag als hij kan, maar hij is
altijd druk bezig.”

Analoog vs digitaal

enola: Ik begrijp hieruit in ieder geval dat jullie een eigen
studio hebben.

“Clay heeft een studio, opnametechnicus is zijn job.”

enola: Je moet wel bijna zo’n job hebben als je als band iets
wil bereiken.

“In deze tijd wel, ja.”

enola: Wordt alles analoog opgenomen of niet? Jullie materiaal
klinkt altijd zo warm en “vintage”.

“De opname is volledig digitaal, maar ons materiaal is analoog. We
gebruiken oude versterkers en zo. Ik heb al analoog opgenomen
albums gehoord die heel koud en dunnetjes klinken ook. Het hangt er
allemaal maar van af wat je opneemt, hé? Ik vind dat het hele debat
analoog versus digitaal nogal overdreven gehypet is. Men zegt dat
analoog het album warmer doet klinken. Akkoord, het geeft een
bepaalde klankkleur, maar er zijn nog een hoop dingen die je kan
doen om een bepaalde klankkleur te krijgen zonder volledig analoog
te werken.
We gebruiken voor de zang bijvoorbeeld een analoog delay
effect. Als je tijdens de mixfase een analoog mengpaneel gebruikt
en analoge voorversterkers enzovoort, dan krijg je ook een warmer
geluid. Het is niet omdat je Pro Tools gebruikt dat je per se met
een koud en digitaal geluid blijft zitten. De eerste keer dat ik
dacht, “Wow, dat kan je dus ook met Pro Tools,” was toen ik ‘Blast
Tyrant’ van Clutch hoorde. Ik dacht vroeger ook altijd dat alles op
tape moest staan om een goed geluid te krijgen, maar dat klopte dus
niet. En eerlijk, het was zelfs veel moeilijker om het geluid te
krijgen dat je wilde, net omdat tape zoveel kleur aan de klank
geeft. Je denkt dat je een heel goed gitaargeluid hebt, maar als je
dan de opnames beluistert klinkt het helemaal niet goed.”

enola: Ook deze keer komt er weer een vinyluitgave,
veronderstel ik?

“Jazeker, we zijn allemaal grote vinylverzamelaars. Ik vind dat
muziek iets zou moeten betekenen. Het zou meer moeten zijn dan een
click van een muis en je dumpt alles op je iPod. Zelfs een cd, wat
stelt dat nog voor? Je ript de mp3’s, zet ze op je computer en
gooit de cd in een hoekje. Met vinyl word je toch veel meer
ondergedompeld in de muziek. Je hebt een grote hoes vast waar je de
plaat uit moet halen, je legt ze op en kan ook nog de teksten en
alle andere informatie lezen.”

enola: Zijn jullie iets speciaals van plan met de hoes, zoals
voor de vinylversie van ‘Stormbringer’?

“Dat weet ik nog niet. Waarschijnlijk wordt het gewoon een
dubbelelpee. In ieder geval doet dezelfde kerel het artwork als
voor het debuut. Het wordt trouwens de eerste vinylrelease voor de
huidige eigenaars van Meteorcity.”

Verhalen en inspiratie

enola: Kan je wat meer vertellen over de teksten op het nieuwe
album? Je hebt de neiging om nogal veel over draken en heroïsche
strijdperken te schrijven.

“Er is erg veel strijdgewoel op het nieuwe album. Ik lees veel en
heb een overactieve verbeelding. Ik probeer meestal om in de eerste
plaats coole verhaaltjes te schrijven, maar op een bepaald niveau
zijn ze ook wel metaforisch. De meeste verhalen zijn dat toch. Kijk
naar mythologie, allemaal metaforen. Ik haal veel inspiratie uit
boeken, maar neem nooit een verhaal zomaar volledig over. Er zit
altijd wel een persoonlijk element in.”

enola: Zou je ooit een echt conceptalbum willen
doen?

“Ik zou het wel willen overwegen, maar zit het publiek daar nog op
te wachten?”

enola: Op een pompeuze rockopera misschien niet, maar goede
verhalen slaan toch altijd aan?

“Mja, het debuut was ook wel een beetje een conceptalbum. Het was
alleszins opgevat als een collectie verhalen die min of meer bij
elkaar pasten. Dat is trouwens ook voor ‘II’ weer het geval, de
cohesie is zelfs nog groter. De materie is donkerder en meer
gefocust op oorlog, conflict en strijd. Dat heeft wel te maken met
de toestand in ons land. Je wordt altijd beïnvloed door je
omgeving, ook al denk je er niet echt aan. Hoe hard ik ook probeer
er los van te komen en beweer in een hol te wonen, wat natuurlijk
niet zo is. Na mijn werk ga ik naar huis en sluit ik me af van de
wereld met mijn platen en mijn boeken. Maar uiteindelijk moet ik
toch ook weer naar buiten, de echte wereld in.”

enola: Waren er specifieke inspiratiebronnen voor dit
album?

“Hmm, niet echt, het meeste kwam deze keer uit mijn eigen hoofd. Er
is wat Lovecraft aanwezig in ‘Dreams Of The Dead’. Er is een song,
‘The Night Queen’, die verwijzingen bevat naar Edisons boek ‘The
Mistress Of Mistresses’, al gaat het nummer niet echt over het
verhaal van dat boek.”

enola: Je hebt gewoon een cool citaat gepikt?
“Ja, feitelijk wel. Zo werkt dat bij mij. Meestal zing ik zomaar
wat tot er één bepaalde lijn blijft hangen, en dan bouw ik daar de
rest van de tekst rond. Ik denk dat als iets bij mij blijft hangen,
dat bij anderen ook wel het geval zijn. Als zo’n zin maar blijft
terugkeren in je hoofd, dan wil dat zeggen dat die daar moet
zijn.”

enola: Want ook al is het donkere stonerrock, het moet
catchy zijn.
“Zeker en vast. Mensen zeggen vaak, “Black Sabbath was zo heavy”.
De reden daarvoor is volgens mij dat ze zo catchy waren.
Als je je een riff niet meer kan herinneren, hoe heavy kan die dan
nog zijn?”

De gedoemde band

enola: Voor Black Pyramid speelde je ook nog in Palace In
Thunderland. Wat is eigenlijk het verhaal van die
band?

“Tja, het lukte gewoon niet. Het bestaan en het succes van een band
heeft veel te maken met het grijpen van kansen. Met Palace kwam er
dat nooit van, we kenden ook veel tegenslag. We werden beroofd,
raakten gewond, bandleden werden geïnterneerd, enzovoort. Weet je
dat we negen drummers versleten hebben? Soms verdwenen ze gewoon.
Tegen het einde van de band waren we de hele tijd ruzie aan het
maken, ook al waren we begonnen als goede vrienden. Op een bepaald
moment ben ik er gewoon uitgestapt. De anderen hadden een tour
afgezegd zonder eerst met mij te overleggen, en toen had ik het wel
gehad. Ik wilde een einde maken aan al dat geruzie. Kort nadien
leerde ik via een advertentie Clay kennen, die blijkbaar nog bij me
in de buurt woonde ook. Dat was een openbaring, want hier in
Northampton woont bijna niemand die pakweg een band als Sleep goed
vindt. We begonnen te jammen en niet veel later was Black Pyramid
een feit.”

enola: Ik heb van de Palace website nog een hoop mp3’s kunnen
recupereren toen de band ermee kapte. Geweldige songs zitten
daartussen, hoe komt het dat die nooit officieel werden
uitgebracht?

“Dat materiaal was een ongemasterd album, en tot nu toe heeft
niemand ooit aangeboden om het uit te brengen. We hebben nog een
hele hoop materiaal dat nooit werd uitgebracht of in een beperkte
oplage van 100 stuks of zo. Daarvan kregen we er dan waarschijnlijk
nog maar twintig verkocht. Het was echt ongelooflijk hoeveel pech
we kenden met Palace In Thunderland, we geraakten maar niet
gelanceerd.”

enola: Het enige dat ontbrak was een ontploffende
drummer?

“Exact. Met Black Pyramid lijkt alles net omgekeerd te gaan. Vanaf
het begin was er een soort van magie, en van zodra we de eerste
demo online zetten waren mensen enthousiast over ons. Op het einde
begon er wel wat interesse te komen voor Palace, maar de labels die
ons zouden uitbrengen gingen telkens failliet. De eerste Black
Pyramid 7” betekende net de lancering van het Electric Earth label
(dat ondertussen toch ook de harde wetten van de
muziekindustrie onderging en stopte – svh
).”
“De eigenaar heeft ons echt moeten overtuigen met zijn
enthousiasme, maar uiteindelijk is die 7″ enorm goed onthaald
geweest en was de band direct vertrokken. Het hangt allemaal zoveel
af van met wie je te maken hebt. Palace In Thunderland bestond uit
vier kerels die soms overeen kwamen en dan moesten knokken tegen de
hele wereld. Er zijn echter zoveel mensen die Black Pyramid willen
helpen, zoals Jelle van Electric Earth, Dan van Meteorcity, Travis
van Hydro-Phonic, Gavin van Serpent Records, Tim van Parasitic
Records… Al die mensen zijn echt betrokken en enthousiast en
willen ons helpen. Hetzelfde geldt voor het organiseren van deze
tour. De promotor en Walter van Roadburn zijn positief ingesteld,
en wij hebben geluk dat we met al die mensen kunnen
samenwerken.”

Songs, hoe ze groeien en evolueren

enola: Een tijdje terug brachten jullie een splitelpeee uit met
op jullie kant het erg lange ‘Illumination’. Dat nummer wijkt wat
af ten opzichte van het overige materiaal. Zou je nog zulke dingen
willen doen?

“Jazeker, we zijn er al mee bezig. Hydro-Phonic zou binnenkort een
splitelpee uitbrengen van ons met Eternal Elysium. Op onze kant
willen we weer een lang episch nummer zetten. Ik ga zelfs keyboards
en effecten gebruiken, erg spacey en stoned allemaal. Weed
is trouwens het thema. Het zal ook meer een jam zijn, iets wat we
normaal gezien niet doen op plaat.”

enola: Hoe schrijven jullie trouwens songs? Gebeurt alles samen
of doe jij het meeste werk?

“Het hangt van het nummer af. Soms kom ik binnen op repetitie met
een nummer dat ik klaar heb en dan zeggen de anderen “Oké, dat
vinden we goed”. Soms heb ik enkel wat riffs en dan werken we er
samen aan. Gein komt ook wel eens met een goede riff af waar ik
verder mee kan. Clay neemt in zijn eentje ook wel eens wat ideetjes
op, en dan bekijken we hoe we dat verder kunnen ontwikkelen.
Iedereen is erbij betrokken, niet op alle nummers evenveel maar we
werken wel samen.”

enola: Ik heb nog een rare vraag. Andy, jij schreef vroeger
zelf ook veel recensies van platen, was het dan ook raar om
positieve commentaar te lezen over je eigen plaat?

“Het was wel verwarrend, zeker in het begin. We waren echt onder de
indruk. Natuurlijk vonden we de plaat zelf ook goed, want we hadden
ze tenslotte gemaakt, maar het was erg moeilijk om ervan los te
komen en ernaar te kijken vanuit een ander standpunt. Sommige van
de eerste kritieken die we hoorden waren echt te gek om los te
lopen. Onze plaat werd vergeleken met ‘Master of Reality’ of
‘Master Of Puppets’, dat kan je toch niet serieus nemen? Een plaat
die de tand des tijds nog niet getrotseerd heeft kan je toch niet
op hetzelfde niveau plaatsen als die twee tijdloze albums? Het was
in ieder geval heel flatteus.”

enola: Luister je er nu anders naar, twee jaar
later?

“Ja, nu we de productie van de nieuwe plaat aan het voorbereiden
zijn wel. Ik hoor dan hoe we de gitaren gedaan hebben en denk na
over manieren om het nog beter te doen, welke effectpedalen en
micro’s we zullen gebruiken, enzovoort. Nadat een plaat af is wil
je ze gewoonlijk een tijd niet meer horen en gaat ze op het schap
omdat je ze tijdens de mix- en masterfase zo intensief beluisterd
hebt. Na een tijdje wil je toch wel eens terug horen wat werkte en
waar je jezelf op kan verbeteren.”

enola: Is er eigenlijk een verschil tussen hoe je de songs
benadert in de studio en hoe je ze repeteert voor een
liveshow?

“Ja, dat is iets geks. Ik speel de meeste nummers heel anders nu.
Het zijn dezelfde noten, maar ik weet nu hoe ik ze echt goed kan
laten klinken. In de studio kende ik de riff natuurlijk voldoende
om die te kunnen spelen, maar later leer je nog veel bij.”

enola: Zou je dan ooit een livealbum willen
opnemen?

“Misschien wel, het is iets anders maar het zou wel een goede
opname moeten zijn. In Amerika spelen we soms in van die kleine
bars met een slechte geluidskwaliteit en dat wil je niet opnemen.
Ik speel wel graag in kleine, intieme plaatsen, maar je weet dat je
niet het beste geluid produceert als je jezelf niet kan horen
zingen.”

Europa en de States

enola: Kan je veel optreden in de States?
“Ja, dat gaat goed, we spelen zoveel als we kunnen. We hebben alle
drie ook een job en een leven buiten de band, dus het moet te
combineren zijn. Voorlopig gaat dat allemaal goed. Bij mijn job
zijn ze in ieder geval heel begripvol. Toen ik het werk aannam
vertelde ik er direct bij dat ik in een professionele band zit en
soms weken op tour ben. Het is een kwestie van afspraken. Ik
vertelde mijn baas zes maanden geleden al over deze tour, en dan
maakt hij daar geen problemen van.”

enola: Andy werkt blijkbaar als kok en onvermijdelijk volgen er
wat uitweidingen over het eten op tour en de verschillen tussen de
keukens van de diverse Europese landen die hij nog zal bezoeken. In
Amerika blijkt het echter niet allemaal zo goed geregeld te
zijn:

“Eten krijg je meestal niet als je op tour bent. Op sommige
festivals presteren ze het zelfs om de bands te laten betalen voor
hun parkeerplaats. Sommige organisatoren promoten hun eigen shows
niet, maar nemen natuurlijk wel hun percent op het entreegeld. Er
zijn natuurlijk ook mensen en clubs die hun zaakjes wel goed voor
elkaar hebben, maar voor ieder van die is er een slecht
georganiseerde.

enola: Ik hoop dat de Europeanen dan een betere indruk op je maken.
Voorlopig zeker wel. Gisteren was alvast geweldig. Ik kon het eerst niet geloven, we kwamen rond één uur ‘s middags aan op de plaats waar we moesten spelen, en er stonden duizenden metalheads buiten te wachten. Échte metalfans, dat hebben we niet eens waar ik vandaan kom. Metal is daar een vies woord. Als ik mijn vest met patches draag in de stad, lachen ze me uit. Stel dat je zegt tegen een meisje “Hey, er is een metalshow, Black Pyramid speelt”, dan antwoordt ze vast: “Metal? Wat voor loser ben jij, jij woont vast in de kelder van je ouders.” Zo triestig. Dat is zo anders hier, mensen zijn er trots op dat ze metalfan zijn.

enola: Blij dat je je hier op je gemak voelt, Andy! Bedankt voor het interview en veel succes.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + drie =