Krux :: III – He Who Sleeps Amongst the Stars

GMR Music, 2011

Leif Edling is de bassist en bandleider van het Zweeds
doommetalinstituut Candlemass. Dat is de band die populair werd
door een extra theatraal, episch aspect toe te voegen aan het
gekende doomgeluid van Black Sabbath en co. Om van tot tijd wat te
kunnen ontsnappen aan al de plichtplegingen (en
bezettingswisselsoaps) die een metalinstituut vergen, richtte Leif
met wat oude makkers en een paar andere muzikanten uit de Zweedse
scene ergens begin de jaren 2000 Krux op.

Als ik zeg dat die ‘anderen’ bij Entombed, Nifelheim,
Grave of ook wel Opeth spe(e)l(d)en,
dan begrijp je dat het niet om de spreekwoordelijke Janneke en
Mieke gaat (of moet dat Lars en Inga zijn?). Krux is een
hobbybandje dat zijn profiel bewust laag houdt, nauwelijks optreedt
en schijnbaar weinig aandacht op zich gericht wil zien.

Je kan er echter bospaddenstoelen op innemen dat een nieuw
Kruxalbum garant staat voor trendloze kwaliteit in het segment van
de slepende, epische metal. Dat is hier ook weer het geval, ten
opzichte van ‘I’ en ‘II’ zijn er geen verrassingen te bespeuren.
Hoogstens een paar nieuwe of verschoven accenten.

Het album opent met het titelnummer, en dat is een behoorlijk
snel nummer naar Kruxnormen. Grote aanjager is een riff die ook bij
Entombed nog wel had gewerkt. Zoals steeds is ook dit nummer
ruimschoots gelardeerd met de epische zanglijnen van Mats Levén, en
de kosmische toetsen van Carl Westholm.

Beiden hebben ook op dit album weer een flink aandeel in het
totaalgeluid van de band. De zanger gebruikt graag al eens een
typische heavy metal-uithaal, maar zingt altijd met veel naturel.
Door zijn groot bereik blijft hij overeind zowel tijdens de
zwaarste riffkanonnades als op de slepende, soms zelfs mystieke
momenten. Nieuw op dit album is dat ook sporadisch enkele
grunts te horen zijn.

Toetsen en synths zijn op elk nummer aanwezig, maar
meestal in een ondersteunende, sfeerscheppende rol. Het zware
fundament van bas, drum en gitaar wordt nooit overschaduwd door
deze instrumenten, vaak volgen de toetsen zelfs de riffs.
Laat ze weg en de nummers blijven overeind, maar met minder
karakter.

Een portie mystiek is vooral te horen in ‘Prince Azaar and the
Invisible Pagoda’. Dit ruim tien minuten durend epos verkent zo’n
beetje alle kanten van het doomspectrum, en biedt ons ook een mooie
inkijk op de kosmos.

De meeste nummers voelen nogal down to
earth aan. ‘Small Deadly Curses’, ‘Emily Payne’ of het erg
slepende ‘The Hades Assembly’ bouwen allemaal voort op simpele maar
doeltreffende houtzagersriffs. Jörgen Sandström laat zijn gitaar
laag en vuil knorren, en krijgt bovendien een prominente plaats in
de mix.

Weerwerk is er echter genoeg; zang en toetsen werden al vermeld,
maar ook leadgitarist Frederik Åkesson laat duchtig van zich
spreken. Hoe je het ook draait of keert, gitaarsolo’s zijn een
integraal onderdeel van heavy metal, en aan Leif Edling kan je het
wel overlaten om zijn leadgitarist ruimte te geven maar wel steeds
de song als geheel in de focus te houden.

Er zijn veel redenen waarom je Krux “fout” kan vinden zoals de
zang, de gitaarsolo’s, de dramatische toetsen, de lompe gitaren,
enzovoort. Als je dit album echter een paar keer goed beluisterd
hebt, blijft er maar één reden over: het werkelijk spuuglelijke
artwork. We reiken er hier geen officiële trofeeën voor uit, maar
dit is toch wel de grootste hoesmiskleun van het jaar.

Los daarvan is er op ‘III – He Who Sleeps Amongst The Stars’ dus
weinig aan te merken. Het is een derde, zeer genietbaar album
geworden vol traditionele doom, met naast de vroeger al gehoorde
uitstapjes richting prog en heavy metal ook een scheutje lekkere
Zweedse deathmetal. Daarmee doel ik in de eerste plaats op de
gitaarklank en niet op die verdwaalde grunt. Mijn advies:
luister gewoon en laat je meevoeren door deze sterke plaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 2 =