Hoquets :: Belgotronics

Je houdt het niet voor mogelijk, maar er zijn muzikanten die ’t land niet enkel nog in de mond durven nemen, maar er ook nog een eerbetoon aan durven brengen. En wat voor een. Belgotronics, waarvan de titel duidelijk een verwijzing naar de ’Congotronics’-reeks is, is de beste absurde plaat die we in tijden hoorden (eat that, Lou Reed & Metallica).

Echte ’zuiver’ Belgisch is Hoquets niet, want naast een Belg (Maxime L&ecirc Hung) bestaat de band ook uit een Fransman (François Schulz) en een Amerikaan (McCloud Zicmuse). Samen zorgen ze echter voor een van de meest charmante meertalige platen die recent zijn verschenen. Dat doen ze bovendien op een wel heel bijzondere manier: met zelfgebouwde instrumenten (de zogenaamde ’hoquets’), gemaakt van houten planken, kapotte snaren, blikken en ander afval. Het is potten- en pannensound vol gekletter, gerammel en gerinkel, alsof een paar hyperactieve kleuters losgelaten werden in een doe-het-zelfzaak.

Het is een sterk percussieve plaat, waarop elke muzikant bijdrages levert in een hem toegewezen register (bas/tenor/hoog) en waarop het geheel knipoogt naar de eclectische bricolagepop van K Records, microgolfhiphop, DIY spirit en onverdunde onzin. Het is de nerdiness van They Might Be Giants, maar dan in het kwadraat, en gebracht met soms hilarische vocale meerstemmigheid en falsetto-invullingen. De zestien songs razen voorbij in amper een half uur en zijn volgestouwd met allerhande Belgische clichés — opener "La Belgique" geraakt amper verder dan "Les moules… les frites… le chocolat", terwijl op de achtergrond ook nog eens een biertje wordt geschonken — en toch werkt het.

Dat komt om de eenvoudige reden dat je zelden of nooit muziek als deze hoorde: de songs klinken ook na meerdere beluisteringen nog origineel in hun percussieve ongein, bevatten soms onweerstaanbaar catchy melodieën, of worden gewoonweg gedreven door ideeën die vanaf de eerste beluistering blijven hangen. Ze maken een Belgium For Dummies in pocketformaat ("3 Régions, 3 Communautés"), doen het verhaal achter de Slag bij Waterloo uit de doeken ("1815") en hebben het over het wonder dat Brussel is in "Brussels Is The", en dat in het Engels, Frans en Nederlands (elders wordt ook het Duits niet vergeten). Ook de voormalige "ugliest city in the civilized World" krijgt z’n lullige refreintje in "Cha-Cha-Charleroi".

Ze duiken in de toeristische brochures en komen op de proppen met een song over de legendarisch harde ’Couque de Dinant’, door naast het recept ook eettips te geven eten ("Suck it, suck it, suck it / Suck the Couque de Dinant"), over de abdij van Orval en het met lullige toetsenmelodie opgesmukte "Bruges", ook voorzien van camerageklik. Zijn sommige songs losweg gebaseerd op een riedel of ritme-idee, dan zijn er nog die toch wat meer bieden: het potige "Dans Van Baarle" drijft voor de helft op een verbasterde metalriff, terwijl "Chaud Boulet", de voorstelling van een nieuwe dans, compleet met instructies, een instant classic is. Dit is het spul dat van trouwfeesten terug topfestijnen kan maken.

Zes nummers raken hier over de tweeminutengrens, de rest blijft er mooi onder. Daardoor gaat Belgotronics nooit vervelen en is het op z’n best een van de plezantste, onnozelste en meest dansbare platen van het jaar, eentje die bovendien vergezeld is van hun eigen krant, Hoquets Holler. Geen idee of ze nog op dit elan kunnen en willen verdergaan, maar het zorgde op z’n minst al voor één prachtplaat die humor, ritme en aanstekelijkheid op prachtige wijze bij elkaar brengt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vier =