Dollarqueen :: Circus

Het is zaterdagavond en we bevinden ons in een
rokerig café in een kleine regionale stad waar nimmer iets lijkt te
veranderen. Links voorbij de deur hangt er aan de muur een deel van
een motorfiets, waarvan de onderdelen zichtbaar in elkaar zijn
geknutseld. Onder de zwevende krachtmachine staat een drumstel
opgesteld, naast de overige muziekinstrumenten die samen het café
een nogal krappe indruk geven. De toog wordt omsingeld door
luidruchtige consumenten van het frisse gerstenat. Een aantal onder
hen kijkt niet eens op wanneer Dollarqueen start met de
voorstelling van hun nieuwe album. Is this rock ‘n
roll?

Het is geen locatie waar we graag vertoeven om livemuziek op te
snuiven. Ooit was het café de plaats bij uitstek voor dergelijke
evenementen, maar tegenwoordig lijkt rock ‘n roll haar bakermat
verloren te hebben. Voor Dollarqueen maken we echter graag een
uitzondering. De West-Vlaamse rockgroep toert dezer dagen rond in
een aantal cafés in de streek ter promotie van het nieuwe album
‘Circus’. Een aantal jaar geleden lieten ze zich reeds opmerken met
een sprankelend debuutalbum, dat zelfs enige opwinding over de
Atlantische oceaan kon losweken. Sindsdien doen ze het zonder
keyboardspeler, maar ‘Circus’ is wederom een stap voorwaarts in de
goede richting, voor een band die vooral met haar live-optredens
respect en bewondering afdwingt. Toen het concert op die bewuste
zaterdagavond was afgelopen, stond het café al propvol met
enthousiastelingen die met enige nieuwsgierigheid kwamen luisteren.
Voorbijgangers werden gelokt door de verpletterende muur van geluid
die vanuit de speakers voortsproot. Now that’s rock ‘n
roll!

Dollarqueen bestaat uit vier leden en houdt de kerk ergens in
het midden tussen psychedelica en hardrock. Het karakteristieke
geluid van de groep, dat opvallend vaak lijkt terug te grijpen naar
eind jaren zestig en begin jaren zeventig, is te danken aan het
timbre van zanger Filip Bohyn en de stomende gitaarlicks van Koen
Schaballie. Op bas horen we Danny Degheldere, terwijl Dave Eeckeloo
de percussieslagen aan elkaar rijgt. Allen doorgewinterde
muzikanten, met een voorliefde voor dezelfde muziekstijlen.

Afgetrapt wordt er met ‘Desert Song’, dat onmiddellijk de sfeer
van het album goed bevat. De band heeft zijn muziek gedeeltelijk in
een andere richting getild, door de klemtoon te leggen op
kronkelende gitaarriffs en exotische ritmes. ‘Desert Song’ wisselt
goed af tussen verschillende melodieën en kent ook een sterk
intermezzo, waar de spanning wordt opgebouwd met behulp van ritme
en gitaar. Bohyn lijkt op het eerste gehoor ook als tekstschrijver
geëvolueerd te zijn. De lyrics zijn een schets van een
beproefd leven als muzikant en rekenen af met onderwerpen zoals
verslaving en ontwenning (“I would give my last crumble, for a
cocaine shiver”).

Die lijn wordt doorgetrokken naar ‘Plastic Girl’, dat een
cynische sneer naar de modewereld bevat (“Skinny bones on the
catwalk”), maar tegelijk ook onstilbaar verlangen doet vermoeden
(“Glamour-glimmer-beauty sinner, giving us platonic love”).
Bovendien is ‘Plastic Girl’ een ongelooflijk straffe song, met een
stevige opbouw en een krachtig refrein. De gitaarsolo van
Schaballie herinnert ons opnieuw aan wat veel hedendaagse
rockgroepen zijn vergeten over het genre. Waar de Foo Fighers gefaald
hebben – en tegenwoordig kiezen voor platte poprock – pikt
Dollarqueen de draad op met pure en onversneden rocksongs.

De groep waagt zich ook aan eens tragere rockballade (‘Mother’),
waar Bohyn een moederfiguur centraal plaatst in emotioneel
doorwrochte teksten. Toch slaagt hij er in om ook veel dynamiek en
kracht in zijn zang te leggen, met pittige stukken waar hij bijna
als een gekrenkte ziel in het geheel opgaat. Voorts kan ons de
sobere melodie op gitaar smaken – vooral rond de tweede minuut –
waarbij het motiefje zich snel in ons achterhoofd nestelt. Tevens
wordt er krachtig naar een mooi slotpunt toegewerkt. Na ‘Mother’
volgt er een kort intermezzo, waar Bohyn het leeuwendeel voor zijn
rekening neemt. Door de afwezigheid van enige omkadering, valt het
geheel iets te licht uit (met een abrupte stop), al zijn de
ritmische zangstukken best aardig uitgevoerd.

Dollarqueen is vooral op zijn best bij de iets weidsere anthems
waar de nadruk voornamelijk op kracht en enthousiasme ligt. ‘Set
the World on Fire’ is daar het schoolvoorbeeld van. Bohyn neemt de
bevoorrechte groepen in de maatschappij op de korrel om vervolgens
een infernale revolutie te ontketenen (“I set the world on fire!”).
Niet onmiddellijk zoals het zootje ongeregeld van Occupy Wall
Street; dit doet ons eerder denken aan Occupy Liquor Store. Het
sleurwerk op de gitaar wordt wederom met veel verve door Koen
Schaballie verricht: de opbouw van de song, de subtiele effecten in
de strofes en een pittige gitaarsolo. ‘Set the World on Fire’ is
hardrock met een stevig refrein en veel meer hoeft dat niet te
zijn.

Het tweede deel van ‘Circus’ hoeft ook geenszins onder te doen
en brengt nog een aantal verrassingen met zich mee. ‘Queen of the
Night’ lijkt met zijn heerlijke build-up weggeplukt uit
een album van The Doors, maar groeit uit tot de sterkste song van
het album. Vooral het gevoel van duisternis dat de melodie lijkt te
bedekken, is mooi in het geheel verweven. Bohyn kan de bewogen
gevoelens voor zijn koningin niet onder stoelen of banken steken
(“Why don’t you give me 4 gallons of gasoline / And I will burn for
you like a forest fire). In de zeven minuten durende track wordt er
gradueel opgebouwd naar een breed uitgesponnen gitaarsolo. Dat is
ook het geval bij het pittige ‘400.000 People’, met een fijne
kronkel in het refrein en een stevig stukje powerrock. ‘Is This
Goodbye’ is ten slotte een song die een gevoel van gemis in de verf
zet. Met gecontroleerde losbarstingen wordt er een einde geweven
aan een al bij al overtuigende plaat.

‘Circus’ illustreert dat er nog iets beweegt te midden van
commerciële rockgroepen en winnaars van muziekwedstrijden.
Dollarqueen zet zich op de kaart als een volwassen groep die een
pittig psychedelisch rockgeluid combineert met jarenlange ervaring
en een eigentijdse insteek. In de geluidsmix hadden we graag een
aantal zaken anders gehoord, en ook het ‘Intermezzo’ had misschien
niet gehoefd. Toch is ‘Circus’ te beluisteren materiaal voor
muziekliefhebbers die met een voet in de jaren zeventig zijn
blijven staan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 1 =